15/04/2026
We spreken honds in een slecht dialect
Het vreselijke nieuws uit Engeland laat me niet los. Een jonge vrouw overlijdt na een beet van een gezinshond. Haar vader probeert haar nog te redden en wordt ook aangevallen. Een scenario dat je de adem beneemt.
Niet alleen het incident zelf raakt me, maar ook wat er daarna gebeurt in de media en op social media. Iedereen zoekt antwoorden, maar meestal vooral een schuldige: de hond of de eigenaar. Dat begrijp ik goed. Bij heftige gebeurtenissen helpt het om oorzaak en gevolg te duiden; het geeft houvast en structuur in de chaos van emoties die wordt opgeroepen. En tegelijkertijd begrijp ik het niet.
Iedereen die met honden leeft, weet dat zij beschikken over een rijke en genuanceerde communicatie. Honden zijn zeer goed in staat om ‘hun mensen’ duidelijk te maken wat ze wel en niet willen en kunnen. Toch lijken we die signalen steeds vaker te missen.
Zonder te oordelen over de oorzaak van welk bijtincident dan ook, zie ik wel een tendens die naar mijn mening een voedingsbodem vormt voor onduidelijkheid tussen mens en hond en tussen mens en dier in het algemeen. De mens lijkt steeds minder goed in staat om nuance op te pikken: nuance in taal, in sfeer, in wat er werkelijk gebeurt in een interactie. Werkelijk aanwezig zijn, lijkt steeds moeilijker te worden.
Na een bijtincident hoor je vaak: “Het gebeurde compleet uit het niets.” Kijkend naar de bijtincidenten die ik in mijn veertig jaar werken met honden en mensen heb meegemaakt, is dit zelden het geval. Natuurlijk kan er incidenteel fysiek iets mis zijn in het hoofd van een hond, waardoor deze een plotselinge omslag naar agressie maakt, maar dat percentage is minimaal. Meestal is het probleem niet dat de signalen er niet waren, maar dat wij mensen simpelweg niet zo goed zijn in het lezen van hondentaal.
We kijken naar de hond als geheel en missen daarbij vaak hun uiterst subtiele mimiek. We hebben nauwelijks benul van hun, voor hen zo essentiële, geurcommunicatie, simpelweg omdat ons eigen reukorgaan daar niet toe in staat is. We denken dat we onze honden goed begrijpen, maar we spreken, zoals ik dat noem, “honds in een heel slecht dialect”.
Tegelijkertijd verwachten we wel dat honden onze taal begrijpen en onze verwachtingen kunnen inschatten. Iets wat bij mensen onderling al een flinke uitdaging is, laat staan tussen mens en dier.
In mijn werk als specialist in de mens-hond verbinding is mijn belangrijkste advies aan eigenaren dat communicatie begint bij daadwerkelijk aanwezig zijn. Dat betekent niet alleen kijken naar wat de hond doet, maar ook voelen wat er gebeurt.
Als je echt ‘aan’ staat, voel je wanneer de sfeer verandert. Je merkt ongemak of een plotselinge verstarring bij je hond. Maar ook bij jezelf. Je kunt voelen hoe je eigen spanning of onrust de interactie beïnvloedt en daarmee ook de hond.
Precies daar gaan we als mens vaak de mist in. We zijn te vluchtig, te druk in ons hoofd en onze concentratieboog is kort. Nog maar weinig mensen zijn werkelijk in staat om in stilte en vanuit rust aanwezig te zijn, terwijl juist daar de afstemming met een dier ontstaat.
Social media helpt hier bepaald niet bij. We worden overspoeld met ogenschijnlijk schattige filmpjes van honden die van alles ‘moeten’ doen en vooral veel moeten toelaten. Juist dat toelaten maakt dat we steeds verder af komen te staan van wat een hond werkelijk prettig vindt. Omdat een hond iets toelaat, denken wij dat hij het ook fijn vindt. Maar toelaten is geen synoniem voor instemming. Dat is een gevaarlijke misvatting. We sluiten onze ogen voor de echte communicatie en gaan voorbij aan wat een hond ons probeert te vertellen.
We zijn de hond steeds meer gaan zien als een maakbaar wezen dat zich moet conformeren aan wat wij willen. Die behoefte aan maakbaarheid is de afgelopen jaren helaas enorm toegenomen. We willen dat honden vooral passen binnen óns leven. Maar een hond die alles toelaat, is niet per definitie een gelukkige hond. Vaak is hij gestopt met communiceren, omdat er nooit echt werd geluisterd.
De kern van mijn zorg is dat we, naarmate we intensiever met honden samenleven, paradoxaal genoeg steeds verder van hen af komen te staan.
Laten we stoppen met discussies over gevaarlijke honden en slechte eigenaren. Laten we in plaats daarvan opnieuw leren observeren en vooral gaan luisteren, naar onze honden en naar onszelf. Door verstilling toe te laten en werkelijk aanwezig te zijn in het moment. Alleen in die afstemming kunnen mens en hond elkaar echt begrijpen.
Marleen van Baal
Hond InZicht
🐾Delen in ongewijzigde vorm met bronvermelding is toegestaan en wordt gewaardeerd