27/04/2026
Het is een specifiek soort eenzaamheid die er in mijn botten is gaan leven alsof het daar thuis hoort en nog na mijn overlijden lange tijd woekeren zal.
Als kind kwam dat met een waarneming die door mij heen klonk als "Waar ben ik hemelsnaam beland?"
Dit "waar" verwees naar alle sociale contexten, alsof ik de facto overal emotioneel verweesd en vervreemd was.
De vraag wat mijn plek in de wereld was werd snel, heimelijk, levensbedreigend groot van formaat.
Ik ervoer op jonge leeftijd al een enorme binnenwereld. Daar leek het zogezegd groter dan vanbuiten. Ook al kan dit enorm megalomaan klinken, het was vaker onthutsend, vaak ook troostend, even vaak gewoon zoals het was. Daarbinnen ervoer ik ironisch genoeg veel minder afscheidingen tussen mensen, tussen dingen, dan "daarbuiten", in de wereld van de bedachte, gesocialiseerde en vaak als feiten of wenselijkheid gepresenteerde wereld.
Met alle aanpassingsmacht die ik kon en kan verzamelen heb ik geprobeerd en probeer ik in de wereld van scheidingen te leven. Ik probeer erbij te blijven, de redeneringen te volgen, de juiste antwoorden te geven.
Soms liet of laat ik mezelf gaan en dan is het vaak "te abstract" of juist ontregelend intiem. Alsof ik, vanuit die vereenzaamde binnenwereld bekeken, telkens de verkeerde schaal aansla. Verkeerd, in die zin, dat het anders is van aard is en wenkbrauwen tenminste laat fronsen.
Ik probeer mezelf te remmen, dat gebeurde zo vaak, dat het een enorme onderdrukking werd. Die op den duur ook dierbaren bezwaarde, met de vraag wat er aan de hand was, met controledrang van mij, met zorg, omdat het lang niet altijd lukte of lukt om gemakkelijk in de wereld te leven waarvan we hebben afgesproken dat deze wereld normaal en wenselijk is.
Ik werd en word er moe van. En ik begreep al vrij vroeg dat ik genoodzaakt was en diep gedreven was mijn eigen weg te vinden.
Al het aanpassen en een toch al vanzelfsprekende metacognitieve binnenwereld vormden en vormen zeer intensieve zelfreflectie en de drang om precies te weten hoe de vertaalslag van binnen naar buiten en van buiten naar binnen te maken.
In combinatie met vormende ervaringen, de thuiselijke aanmoediging tot authenticiteit en de desintegratieve ervaringen aldaar en elders, kwam ik tot een steeds herschapen model en matrix van emotionele ontwikkeling en kneedde en kneed ik sensorische precisie-prikkels rap, intuïtief en continu samen tot een geintegreerd geheel van wat het betekent om (sociaal) mens te zijn.
Als existentieel begeleider van met name zeer begaafde personen is dit fantastisch. Samen creëeren we de context om authenticiteit te ontwaken.
Tegelijkertijd is er nog steeds het risico dat intieme aspecten van mijn zijn buiten de verbinding blijven. Want hoe leven we samen in deze matrix?
Dus ik blijf geboeid belichaming onderzoeken, niet als losse training, maar als de oergrond van mijn denkend, handelend, relaterend zijn.
Sommige facetten daarvan kom ik echter moeilijk "tegen" of "openen" niet, raak ik niet aan of worden niet bewust, zonder ontmoetingen met personen die energetisch en intellectueel ten diepste resoneren.
Ik heb ervaren wat er gebeurt als dat wel zo is en dat werd deel van een proces waarin er een enorme desintegratie ontstond die een groot gedeelte van die aangeleerde onderdrukking ontspande.
En dan is er gewoon het dagelijks leven waarin eenzaamheid neigt op te komen en zich tegelijkertijd neigt te verstoppen, waarmee het zichzelf ook weer in leven houdt. En immer de vraag: welke beperkende overtuiging heb ik, hoe houdt mijn "mind" zich voor de gek? Als een onderhandeling, telkens bevragend of ik gewoon nog iets buiten de verbinding kan houden, om tenminste niet afgewezen te worden - en dan mezelf te verlaten.
De afgelopen twee jaar ben ik steeds weer teruggekomen bij oefeningen en dagelijkse praktijken als yoga, meditatie, dansen en schilderen als grond onder mijn vanzelfstijgende, want aan mijn binnenwereld vastzittende voeten. Gezonde en soms ook minder gezonde manieren om niet eenzaam, maar hier en nu te zijn.
En nu word ik een nieuwe uitdaging gewaar met een resolutie die ik niet kan wegdrukken. Ik ben mij opnieuw open gaan stellen voor intellectueel creatieve ontwikkeling. Dat stond op een meer laag, verinnerlijkt pitje de afgelopen twee jaar. Soms was er een golf, meestal liet ik het tenminste extern kabbelen, misschien ook uit angst om weer sterk ontregeld te raken. Dit is nu rustig en in acties en aandacht komt er meer steady focus op gang om te flowen in intellectuele creativiteit. Ik laat de demping los, hanteer meditatie niet als dissociatie (oeps) en nodig het uit te zijn, of om in essentie niets méér er tegen te doen alsof ikzelf de grote doener ben.
Spannend, want hier verlies ik vaak resonantie in verbinding. Of, hier word ik bewust van wat niet resoneert en ook weerstand en vervreemding brengt.
En het is iets dat ik, nu ik heb ervaren hoe het is om wel te delen, niet meer los kan ervaren of kan onderdrukken van emotionele en sensuele intimiteit. De fragmentatie kan niet meer langdurig leven, alsof de binnenwereld het niet meer volhoudt om die uit onderdrukking geboren binnenwereld te zijn. Een enorme opluchting, want het klopte toch al niet, maar ook een onvermijdelijke integratie van eenzaamheid, daarin de niet eens als uitnodiging levende realiteit van authentiek zijn en opnieuw het onderzoek welke aspecten van mijn belichaamde ervaring nog wel onderdrukking oproepen.
Zo raak ik hier verlangen. Verlangen als toestand waarin (ik als) Leven ís (c.q. bén). Levendigheid. Stroom. Flow. Hoe het leven van kleine teen tot kruin door mij heen beweegt, van "sacred spark" tot hyperdepieper abstract idee verwoordt in talige creativiteit, omdat er eigenlijk, heimelijk, geen verschil tussen die zobenoemde lagen bestaan: het zijn geen stappen, het is een geheel.
Mag dit gehele verlangen, dit verlangen als heel en geheel, er zijn?
De bron en uiting van creativiteit in één. De intuïtieve wijze van zijn die ik niet geheel kan uit één leggen, omdat het een geheel is.
En dan de gewoonmenselijke uitdaging om dit niet inauthentiek te vervormen, eerlijk te zijn, normaalmenselijk te stuntelen, niets kleiner makend te schitteren. Noem het straalangst nog meer dan faalangst. Ironisch genoeg omdat ook alles zijn wie en wat je bent, niets of niemand is op de grootste en kleinste schalen der Leven.
De eenzaamheid die we hier raken, omhult uniciteit, is een verdediging tegen spannende onconventionaliteit en rijpt het bewustzijn van de specificiteit van ontmoetingen waarin verlangen volledig stroomt. Ontmoetingen waarin binnen en buiten vanzelflevend synchroon lopen en intellect en lichaam uiteraard niet te scheiden zijn: waarin we één samen zijn. Deze eenzaamheid is een snelkookpan voor bescheidenheid, maar ook de dissolutie van lang volgehouden illusies en rollenpatronen.
Desintegratie én integratie is het zowel volledig accepteren als loslaten van een diep vertrouwde eenzaamheid, een eenzaamheid die een identiteit geworden is, eenzaamheid die zichzelf subtiel verdedigt, omdat er een eerlijkheid mee verdekt wordt die voor de binnenwereld waarin zij woekert, doodeng voelt. Maar als het blijft verdedigen, is verbinding geen gratie, het wordt constructie en dan onderdrukken we elkaar.
Hier verarmt de wonderlijke, gezamenlijke dans om met verschillen te zijn, waarin de waarheid opleeft: hoe intiemer dichterbij, hoe levendiger ook de verschillen.
Maar het ademt, Leven wil, beweegt, rekt, strekt, expandeert en leert, continu. Hoe onvertrouwd het ook voelt dat zij er helemaal mag zijn: het is echt oké, dit hebben we niet als nietige mens zelf in de hand, hoe eigenzinnig begaafd ook, identiteit als perspectief is de levensstroom zelve niet.
Er is geen existentiële eenzaamheid op de wereld, die het langdurig wint van de grootste gemene deler:
Verbinding.
En verlangen weet wat dat is.
Verlangen ís dat weten, onbeschaamd vol, als gracieus genot. Verlangen is geen vertaalslag, zij creëert zoals ze is, als creatie zelve.
Meer nog dan het sluitend antwoord op de vraag en hang naar idealen, is een existentiële crisis onbemoeid beantwoord in het gevoel van levendigheid.