24/03/2025
* * * Diagnose + 7 maanden
Eind augustus 2024 werd me verteld dat ik ongeneeslijk ziek ben. De ‘hapjes’ die tijdens een longoperatie uit mijn rechterlong zijn gehaald, waren onderzocht in het laboratorium en de diagnose was: longfibrose.
Progressief en ongeneeslijk.
‘Was het maar longkanker; daar kunnen we echt nog wat tegen doen’ was het verbijsterende commentaar van de longspecialist. ‘Drie tot vijf goede jaren’ werden me in het vooruitzicht gesteld. Sommigen hebben pech en zijn binnen een jaar weg.
Longfibrose is een weinig voorkomende ziekte: in ons land zijn er maximaal zo’n drieduizend patiënten.
Ik begon met het twee maal per dag slikken van een Ofev pil. Die remt, maar geneest dus niet.
Hoeveel-ie remt… dat verschilt per persoon.
En hoeveel last je krijgt van de onvermijdelijke bijwerkingen… ook dat verschilt per persoon.
‘De meest voorkomende bijwerkingen van Ofev (die bij meer dan 1 op de 10 personen kunnen optreden) zijn diarree, misselijkheid, overgeven, buikpijn, verminderde eetlust en een verhoogde concentratie leverenzymen in het bloed (een teken van leverproblemen)’, aldus een artikel over de pil.
Het duurde een paar maanden voor ik echt wel last kreeg van bijwerkingen, maar ineens ging er blijkbaar toch een knop om. Aanvallen van diarree. Het had niets meer met normale ontlasting te maken: er ging gewoon een kraan open. En de aandrang bouwt zich vanuit niets bliksemsnel op: het is echt zaak binnen twee minuten een toilet te bezoeken want anders gaat het mis.
Eerst een paar keer per week, maar al snel soms zes keer op een dag. Er is geen peil op te trekken. Soms sla ik het toiletbezoek een dag over, soms is het niet heel ver van ‘normaal’, en daarna gaat het een paar dagen totaal fout.
Het maakt je onzeker wat betreft de mogelijkheid de deur uit te gaan. Ik heb me dit jaar sowieso dan ook maar niet aangemeld voor de Einzelganger optocht tijdens carnaval, want ik voelde er weinig voor ergens in het dorp verkleed op straat te lopen, en dan plots een toilet nodig te krijgen.
Van misselijkheid heb ik tot nu toe maar een paar keer last gehad en niet eens heftig: een beetje vaag, wee gevoel dat de ene keer na een half uur, en de andere keer na enkele uren wegtrok.
Elke maand moet ik bloed laten prikken, eens in de drie maanden moet ik naar het ziekenhuis voor een longfunctietest, en eens in de zes maanden wordt er een nieuwe longfoto gemaakt.
Inmiddels heb ik twee keer zo’n functietest gehad en beide keren was de uitslag ‘stabiel’. Fijn, maar letterlijk ‘uitstel van executie’.
Sinds twee en een half jaar train ik hier twee keer per week. Twee maal een rondje van negen apparaten: benen, armen, rug en buikspieren. Daarna de crosstrainer, de loopband en de fiets. Dan vijf minuten bijkomen in het bubbelbad, 33 baantjes zwemmen en tien minuten de stoomcabine. Afsluitend buiten een koude do**he en dan is het wel mooi geweest.
Ik doorloop datzelfde traject nog steeds en dat gaat goed, al heb ik de indruk dat het zwemmen consequent wat langzamer gaat.
Er zijn beslist dingen die duidelijk maken dat er iets mis is: hoesten. Veel, en soms verstikkend.
Zo goed als doorlopend wat druk op mijn borst en bij dieper inademen iets dat niet echt pijn is, maar niet goed voelt.
Je wordt er dus aldoor aan herinnerd en dat heeft uiteraard invloed. Bijkomend probleem is dat ik al tientallen jaren lijd aan depressiviteit (zo ernstig dat ik 100% werd afgekeurd), dus mijn gewone manier van denken is al niet zo roze…
Ik neem sinds een paar maanden deel aan een landelijk onderzoek van het St. Antonius ziekenhuis in Utrecht. Als ik weer een functietest achter de rug heb, vult mijn longspecialist een ‘technisch’ vragenformulier voor ze in en ik vermeld ‘wat ik beleef’.
Er zit nu ook een onderzoek van het Limburgse Zuyderland ziekenhuis aan te komen en daar heb ik me ook voor opgegeven. Ik zal er zelf niets aan hebben, maar het is de enige manier om artsen over de ziekte te laten leren, want er is nog bitter weinig over bekend.
Bij dit onderzoek zullen de deelnemers in twee groepen worden gesplitst: de ene gaat vragenformulieren bijhouden en de andere krijgt een apparaatje mee naar huis dat van alles registreert. Geen idee in welke groep ik terecht kom.
Tot nu toe doe ik nog steeds wat ik hier in Obbicht aldoor deed. Ik maak mijn wekelijkse radioprogramma, en schrijf, film en fotografeer voor mijn Studio Obbicht.
Ik heb een dun boekje kunnen publiceren met wat er mogelijk was aan biografie van een bekende dorpsgenoot, en ik digitaliseer materiaal voor zeg maar ‘een lokaal historisch archief’.
Gistermiddag zat ik voor de tweede keer in de jury van onze Pubquiz.
Verder staat er nog een ‘lokaal projectje’ in de steigers, en er zijn ook nog zat ideeën voor nieuwe beeldjes en andere modelleer werkstukjes, maar of dat er nog van komt…