22/05/2026
Dokter Ananias, uroloog in het Antonius Ziekenhuis in Sneek, ziet in de praktijk regelmatig patiënten met klachten na bestraling. Met name bij mensen die te maken krijgen met radiatiecystitis of radiatieprostatitis (plasklachten door schade van bestraling) (blaasklachten door schade van bestraling) en daarbij bloed plassen, kan hyperbare zuurstoftherapie een waardevolle behandeloptie zijn. “Bij veel patiënten houdt het bloedplassen op,” vertelt hij.
Ananias zet de therapie vooral in bij patiënten die aanhoudende bloedingen hebben na een bestralingsbehandeling. Tijdens een scopie ziet hij vaak kenmerkende veranderingen: kleine, kwetsbare bloedvaatjes die als kurketrekkers door het slijmvlies lopen, bijvoorbeeld in de blaas of rond de prostaat. “Je kunt zo’n plek als het ware dichtbranden op de operatiekamer,” legt hij uit, “maar vaak ontstaat er dan op een andere plek weer een bloeding.” In eerste instantie wordt zo’n behandeling wel geprobeerd. Blijft het effect uit, dan komt hyperbare zuurstoftherapie in beeld. “Dan verwijzen we door naar de tank,” zegt Ananias.
De groep patiënten die hij ziet, is vaak wat ouder. Regelmatig gebruiken zij bloedverdunners en drinken zij te weinig. Dat zijn factoren die het herstel kunnen bemoeilijken en klachten in stand houden. Juist bij deze groep kan aanvullende behandeling nodig zijn.
Soms is de situatie acuter. Patiënten met hevige blaasbloedingen krijgen dan een spoelkatheter om de blaas schoon te houden. Deze mensen hebben intensieve zorg nodig. Als zij te ver van de behandellocatie wonen, worden ze tijdelijk opgenomen totdat het bloeden onder controle is. Dat kan variëren van enkele uren tot meerdere dagen. In die periode en daarna kunnen zij ook behandeld worden met hyperbare zuurstoftherapie.
Naast bloedingen verwijst Ananias ook patiënten met andere klachten door. Denk aan mensen die vaak moeten plassen of last hebben van incontinentie. Wanneer eerdere behandelingen onvoldoende effect hebben, kan hyperbare zuurstoftherapie alsnog een optie zijn.
Volgens Ananias vraagt elke patiënt om een zorgvuldige afweging. Tegelijk ziet hij in de praktijk dat deze behandeling voor een deel van de patiënten echt verschil kan maken.