06/01/2026
“Leuk meisje, maar fout truitje.
Ik ga wel eens met haar winkelen.”
Zegt de moeder van André.
Op het eerste gezicht onschuldig.
Maar wat gebeurt er in de diepte?
Dit zie je vaker tussen moeders en zonen.
Vooral op het moment dat er een andere vrouw in beeld komt.
Voor veel moeders is een zoon, vaak onbewust, een belangrijke bron van emotionele vervulling. Zeker wanneer de relatie met de vader afstandelijk, ongelijk of belast is geweest. Dat gebeurt niet bewust. Het gebeurt uit liefde. Maar het schuurt wel.
Bij een dochter is er minder vaak een directe concurrentie voelbaar.
Bij een zoon wel.
Een partner van de zoon is niet zomaar iemand erbij.
Het is een andere vrouw die een plek inneemt die voor de moeder gevoelsmatig al gevuld was. Niet letterlijk, maar energetisch.
Daar zit vaak de spanning.
De moeder verliest geen zoon.
Maar haar rol verandert.
En dat vraagt rouw, loslaten en herpositionering.
Wat hier vaak onder ligt, is dat de moeder haar zoon innerlijk nog niet volledig als man ziet. Zolang hij innerlijk haar kleine jongen blijft, blijft zij vanzelf de moeder van die jongen. De overgang van zoon naar man is systemisch nog niet helemaal gemaakt.
Pas wanneer de zoon innerlijk loskomt van zijn ouders en zijn volwassen plek inneemt, ontstaat er ruimte naast hem. Ruimte voor een partner.
Tegen die achtergrond krijgt die opmerking over het truitje betekenis.
Het truitje gaat niet over kleding.
Het gaat over identiteit.
Over vrouw-zijn.
Over de vraag: ben jij goed zoals je bent?
Door te willen verbeteren, blijft de moeder zelf centraal. Zij blijft degene die weet wat goed is voor haar zoon. Dat is meestal geen kwaadwillendheid. Dat is liefde die het loslaten nog niet helemaal kan verdragen.
Systemisch klopt het pas weer als iedereen zijn eigen plek inneemt.
De plek naast de zoon vrij voor een toekomstige partner.
Niet omdat ouders moeten verdwijnen.
Maar omdat liefde alleen kan stromen
als niemand een plek bezet
die niet van hem is.