12/01/2026
Wie liefde kent, kent ook verdriet. En wie warmte kent, kent ook de ijzige kou. Vooral in de eerste weken, misschien wel maanden waarin grip zoeken lastig is met vingertoppen die nauwelijks buigen. Waarin ademen een opgave blijkt op momenten dat iets of iemand of een moment aan de ander herinnert. Wanneer het verdoven je berooft van de mooie kant van deze tranen en het vooral de leegte is die je laat schreeuwen. Ik ken het, ik ken de lange dagen en de korte nachten en de verschrikking van uitzichtloosheid.
Wie liefde kent, weet vaak dat we als geen ander door de ander kunnen floreren. Alsof we na de winter bij de eerste zonnestralen meteen weer leven weten te vinden. En wie verdriet kent, weet dat de eindeloze regen niet went, dat de herfst niet de verandering is die je noodgedwongen wil doormaken en dat de winter als een koud laken over je heenslaat.
Maar laat het deze lente anders zijn. Laat het aan mijn eigen armen liggen dan ik warmte vind, laat het mijn eigen complimenten zijn die de spiegel opleuken en laat het bloeien komen vanuit de wil om te groeien. Ik vergeet je niet, ik ga je nooit helemaal vergeten. Maar ik weet nu langzaam steeds beter dat ik het zelf kan, dat ik het zelf wil en dat als het lukt om al deze liefde weer aan iemand te geven, het eerst ikzelf zal zijn.
Hopelijk leren we deze lente weer stralen, maar nu een keer door en voor onszelf. En misschien zelfs al in de winter.
‘Ik hoop vooral dat je
warmte bij jezelf vindt
als er geen armen zijn
om je vast te houden.’
Auteur onbekend
💛