27/03/2026
Het is een pijnlijke waarheid die veel verklaart.
Wat we niet kunnen dragen in onszelf, zoeken we onbewust een plek voor buiten ons. Niet omdat iemand “slecht” is, maar omdat het innerlijk te overweldigend voelt om rechtstreeks te ervaren.
Zelfhaat is daarin bijzonder intens, omdat het niet alleen een gevoel is, het is vaak een diep verinnerlijkt oordeel:
• “Ik ben niet goed genoeg”
• “Ik ben fout”
• “Ik mag er niet zijn”
Dat soort overtuigingen kunnen ontstaan in omgevingen waar liefde voorwaardelijk was, of waar spiegeling verwarrend of afwezig was. Dan wordt de blik van de ander een innerlijke stem.
En die stem… ….moet ergens heen.
Dus gebeurt er iets paradoxaals:
• Wat in mij onverdraaglijk is → zie ik in jou
• Wat ik in mijzelf veroordeel → bestrijd ik buiten mij
• Wat ik niet kan voelen → benoem ik als jouw probleem
Niet uit kwaadaardigheid, maar uit zelfbescherming.
Maar hier zit ook de sleutel:
Projectie stopt niet door anderen te veranderen, maar door langzaam te kunnen dragen, wat ooit ondraaglijk was.
En dat vraagt iets heel anders dan “jezelf fixen”:
geen strijd, maar zachtere aanwezigheid bij wat er is.
Want onder zelfhaat ligt zelden haat.
Daar ligt meestal iets veel kwetsbaarders:
verdriet, afwijzing, gemis…en een diepe wens om gewoon gezien te worden,
zonder oordeel.
Met dank aan Hans Tibben