19/05/2026
Ruimte
Van kinds af aan speelde hij liever met meisjes dan met jongens. Voetballen of hutten bouwen met de buurjongens vond hij maar niks. Dat hij op een dag als jong volwassene met een vriend thuiskwam, was voor zijn moeder geen verrassing. Zij kende haar jongen.
Die eerste relatie was van korte duur. De ware vond hij jaren later. Het was liefde op het eerste gezicht. ‘Hij was zo eerlijk en oprecht,’ vertelde hij. ‘Ik zag het meteen in zijn ogen. Hij wond nergens doekjes om en zei alles precies zoals het was. En, ja, ik vond hem natuurlijk ook heel knap om te zien.’
Hij beleefde een heel bijzonder moment vlak voor zijn lief overleed. Terwijl hij buiten even een sigaretje rookte, was het alsof hij een zachte stem hoorde zeggen, ‘Kom maar.’ Het gevoel was zo sterk dat hij zijn sigaret doofde, zich omdraaide en weer naar binnen ging. Eenmaal bij zijn zieke man, pakte hij zijn hand vast waarop hij voor de laatste keer ademhaalde. Alsof hij op hem had gewacht.
Dat er meer tussen hemel en aarde is dan het oog kan waarnemen, was voor hem een zeker weten. Hij was ermee opgegroeid in de kerk. Ondanks de ruimte die daar niet was voor zijn geaardheid, was er in zijn hart altijd ruimte gebleven voor zijn geloof in een God die iedereen liefheeft. Gewoon. Zoals we zijn.
© Petra van Eldik – Neleman