21/04/2026
Noem me mesjogge, maar toen 16-jarig Eva Lamotje in de wachtkamer van de huisarts een brochure over huidkanker las en daarin zowat letterlijk het perfecte risicoprofiel in zichzelf herkende, zo’n albino lichaam dat al verbrandt van een felle bureaulamp, dacht ze: f**k, op mijn 35ste ga ik ooit te horen krijgen dat ik huidkanker heb.
Slaat dat ergens op? Niet echt. Was dat medisch onderbouwd? Absoluut niet. Was ik gewoon een licht neurotisch kind met een talent voor doemscenario’s en een overactieve fantasie? Zonder enige twijfel. Maar stel dat het wel zo loopt? Dan wil ik op dat moment kunnen denken: awel ja, dit is verdorie k*t, maar ik heb tenminste niet geleefd als een lauwe, karakterloze hoop menselijke mayonaise.
Want eerlijk, mijn grootste nachtmerrie is niet eens die diagnose. Mijn grootste nachtmerrie is dat ik daar ooit zit en moet denken: amai, wat een triest k*tverhaal is dit geworden. Dat ik mijn leven braaf, bang en beige heb doorgebracht. Vast in een k*tjob die mijn ziel langzaam uitwringt. In een relatie waarin passie vervangen is door irritatie en stilzwijgende frustratie. Waar mijn grootste kick een kortingsbon van de Colruyt is en een weekendje Center Parcs.
De hel. Echt waar.
Ik wil dan kunnen zeggen: ik heb gereisd waar ik wilde reizen, gezien wat ik wilde zien en mezelf in genoeg absurde outdoor avonturen gesmeten om te beseffen dat ik blijkbaar alleen dopamine voel als er zout water, spierpijn of een vleugje levensgevaar bij komt kijken. Ik heb een job gebouwd waar ik trots op ben, vrienden waar ik energie van krijg en een leven ingericht waar ik oprecht goesting in heb.
Niet slecht, Lamot. Uit pure existentiële paniek heb ik precies toch een nog vrij degelijk leven bijeen gescharreld.