04/05/2026
Online geweld ❌️
Zoveel mensen die het er mee hebben gehad.
Vrouwen in publieke functies krijgen dit stelselmatig binnen: politici, journalisten, academici, activisten, schrijfsters, ... Het patroon is steeds hetzelfde: niet het argument, wel het fysieke, het lichaam, het uiterlijk. Hun vrouw-zijn.
En steeds via hetzelfde register: sekse, gewicht, leeftijd, huid, looks, ….
Weiger te aanvaarden dat dit normaal is❗️
Dit is geen vrije meningsuiting maar een belasting op publiek spreken die vrouwen niet horen te betalen.
Laat FATSOEN, RESPECT en MENSELIJKHEID groter zijn dan de haatpraat die rondvaart !!!
Nee, ik trek mij dat absoluut niet aan. Maar ‘ich bin het mu’, zoals ze dat in Sint-Truiden zeggen. Moe.
Moe van de fatshamende, hyperpersoonlijke, beledigende, onder-de-gordelse verwijten die ik elke keer binnenkrijg wanneer ik iets deel, schrijf of zeg. Zoals je op de foto kan zien: een greep uit de reacties op mijn 1 mei-video. Lees ze gerust. Ik kan jullie hele reeks samenstellen, voor de fans.
Eén. Mensen mogen kwaad zijn. Mensen mogen het oneens zijn met het ABVV of met mij. Daar draait een gezonde democratie om. Vakbondskritiek kan en mag. Kritiek op ideeën is legitiem. Een stevig debat over begroting, over vermogensbelasting, over de rol van vakbonden: let’s go. Daar leef ik voor. Maar dit is geen kritiek. Dit is iets anders.
Twee. Ik deel dit niet om het over mezelf te hebben. Ik deel dit om het over het fenomeen te hebben. Over digitaal geweld. Want als je elkaar op straat zo zou aanspreken, of op café, in de supermarkt, op de werkvloer, ja, het zou er nogal uitzien. Waarom zijn we dit dan ‘gewoon’ gaan vinden online?
Drie. "Ach, weer zo'n klavierridder." "Ach, het is waarschijnlijk een trol." "Ach, in het echt zouden ze zich wel een toontje lager zetten." Dat kan allemaal kloppen. Maar het probleem lost er niet mee op. Lees die reacties nog eens. Geen woord over inhoud. Geen woord over wat ik gezegd heb. Wel over mijn lichaam. Over mijn vrouw-zijn. Over of ik wel mág spreken. Dat is geen meningsverschil. Dat is een poging om iemand te doen zwijgen. En dit fenomeen is goed gedocumenteerd. Vrouwen in publieke functies krijgen dit stelselmatig binnen: politici, journalisten, academici, activisten, schrijfsters, ... Het patroon is steeds hetzelfde: niet het argument, wel het fysieke, het lichaam, het uiterlijk. En steeds via hetzelfde register: sekse, gewicht, leeftijd, huid, looks, …. Er zijn daar al onderzoeken en boeken vol over geschreven. Wat ik hier schrijf is niet niets. De Groene Amsterdammer bracht dit enkele jaren geleden mooi in kaart, het Instituut voor Gelijkheid tussen Mannen en Vrouwen ook. We wéten dit. Groen-politica Meyrem Almaci schreef er in 2023 een rake tekst over in Samenleving & Politiek.
Vier. En toch. Toch denk ik dan: mannekeslief. En toch wordt er met de schouders opgehaald. "Dat is nu eenmaal sociale media." "Trek het je niet aan." "Niet lezen dan." Nee. Ik trek het me niet persoonlijk aan, daar ben ik te lang mee bezig om daar nog van wakker te liggen. Maar ik weiger te aanvaarden dat dit normaal is. Ik weiger te aanvaarden dat onze dochters, nichten, partners, collega's, dat élke vrouw die haar mond opentrekt in dit land moet incalculeren dat ze hierop getrakteerd kan worden. Dat is geen vrije meningsuiting maar een belasting op publiek spreken die vrouwen niet horen te betalen. En dus deel ik die screenshots. Nogmaals, niet om medelijden. Of voor de likes. Wel omdat dit zichtbaar moet blijven en de normalisering begint zodra we ervan wegkijken.
Vijf. Eén vraag aan de vrouwen en voornamelijk mannen die dit schrijven: zou je dit tegen je dochter zeggen? Tegen je moeder? Tegen een collega? Tegen de vrouw van een vriend, zelfs als ze iets zegt waar je anders over denkt? Zou je dit hardop durven uitspreken op café, met je naam erbij, tegen iemand die voor je staat? Ik denk het niet, hè. Wel, dan ook niet hier.
Tenslotte. Aan iedereen die het oneens is met mij of met het ABVV: het debat staat open, hé. Altijd. Kom met cijfers, met argumenten, met een tegenvoorstel. Ik antwoord met plezier. Aan de rest: denk toch eens na. Beschaving is een werkwoord.