17/01/2026
𝗪𝗔𝗔𝗥𝗢𝗠 𝗩𝗘𝗧 𝗭𝗜𝗖𝗛 𝗩𝗔𝗡𝗔𝗙 𝗗𝗘 𝗣𝗘𝗥𝗜𝗠𝗘𝗡𝗢𝗣𝗔𝗨𝗭𝗘 𝗩𝗔𝗞𝗘𝗥 “𝗡𝗔𝗔𝗥 𝗗𝗘 𝗕𝗨𝗜𝗞 𝗩𝗘𝗥𝗣𝗟𝗔𝗔𝗧𝗦𝗧”
Tijdens de perimenopauze en vooral na de menopauze zien veel vrouwen een 𝘃𝗲𝗿𝘀𝗰𝗵𝘂𝗶𝘃𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝘃𝗲𝘁𝗼𝗽𝘀𝗹𝗮𝗴:
𝙢𝙞𝙣𝙙𝙚𝙧 𝙤𝙥𝙨𝙡𝙖𝙜 𝙧𝙤𝙣𝙙 𝙝𝙚𝙪𝙥𝙚𝙣 𝙚𝙣 𝙙𝙞𝙟𝙚𝙣 𝙚𝙣 𝙧𝙚𝙡𝙖𝙩𝙞𝙚𝙛 𝙢𝙚𝙚𝙧 𝙧𝙤𝙣𝙙 𝙩𝙖𝙞𝙡𝙡𝙚, 𝙧𝙤𝙢𝙥 𝙚𝙣 𝙗𝙪𝙞𝙠.
Dit gaat vaak samen met meer visceraal vet (vet rond de organen) en een 𝗮𝗻𝗱𝗿𝗼𝗶̈𝗱𝗲/𝗮𝗻𝗱𝗿𝗼𝗴𝗲𝗲𝗻 𝘃𝗲𝘁𝗽𝗮𝘁𝗿𝗼𝗼𝗻 (een meer “mannelijk-typische” verdeling, appelfiguur)
(Opoku. et al., 2023; Ko & Jung, 2021; Palmer & Clegg, 2015; Toth et al., 2000; Van Pelt et al., 2015; Porada et al., 2023; Vieira-Potter et al., 2025; Lovejoy, 2003; Moccia et al., 2021; Cao et al., 2013; Trémollieres et al., 1996; Ley et al., 1992; Ambikairajah et al., 2019).
𝗪𝗮𝗮𝗿𝗼𝗺 𝗱𝗶𝘁 𝗯𝗲𝗹𝗮𝗻𝗴𝗿𝗶𝗷𝗸 𝗶𝘀:
visceraal vet is metabool actief (het “praat” via hormonen en ontstekingsstoffen) en hangt samen met 𝗶𝗻𝘀𝘂𝗹𝗶𝗻𝗲𝗿𝗲𝘀𝗶𝘀𝘁𝗲𝗻𝘁𝗶𝗲, 𝗺𝗲𝘁𝗮𝗯𝗼𝗼𝗹 𝘀𝘆𝗻𝗱𝗿𝗼𝗼𝗺 𝗲𝗻 𝗰𝗮𝗿𝗱𝗶𝗼𝘃𝗮𝘀𝗰𝘂𝗹𝗮𝗶𝗿 𝗿𝗶𝘀𝗶𝗰𝗼
(Opoku. et al., 2023; Marlatt et al., 2021; Fenton, 2021; Lee et al., 2009).
・・・・・・・・・・・・・・・
𝗪𝗮𝘁 𝘃𝗲𝗿𝗮𝗻𝗱𝗲𝗿𝘁 𝗲𝗿 𝗽𝗿𝗲𝗰𝗶𝗲𝘀 𝗮𝗮𝗻 𝗵𝗲𝘁 𝗹𝗶𝗰𝗵𝗮𝗮𝗺?
1️⃣ 𝘝𝘢𝘯 “𝘨𝘺𝘯𝘰𝘪̈𝘥𝘦” 𝘯𝘢𝘢𝘳 “𝘢𝘯𝘥𝘳𝘰𝘪̈𝘥𝘦”
▪ Vóór de menopauze: vaker een gynoïde patroon (vrouwelijk, meer vet op heupen, dijen, billen; peerfiguur).
▪ Na de menopauze: vaker een androïde/centraal patroon (mannelijk, meer vet rond buik/romp, relatief minder op benen/heupen), soms zelfs wanneer het totale gewicht maar beperkt verandert
(Moccia et al., 2021; Ko & Jung, 2021; Cao et al., 2013; Trémollieres et al., 1996; Ley et al., 1992; Ambikairajah et al., 2019; Toth et al., 2000).
▪ Grote studies met DXA/CT/MRI (beeldvorming van vetverdeling) laten typisch zien:
o ↑ androïde vet%, ↑ tailleomtrek, ↑ visceraal vet, ↑ rompvet%
o ↓ beenvet% na de menopauze
(Moccia et al., 2021; Juppi et al., 2025; Greendale et al., 2021; Ambikairajah et al., 2019; Toth et al., 2000).
・・・・・・・・・・・・・・・
𝗗𝗲 𝗸𝗲𝗿𝗻𝗺𝗲𝗰𝗵𝗮𝗻𝗶𝘀𝗺𝗲𝗻: 𝘄𝗮𝗮𝗿𝗼𝗺 𝘃𝗲𝗿𝘀𝗰𝗵𝘂𝗶𝗳𝘁 𝘃𝗲𝘁 𝗻𝗮𝗮𝗿 𝗱𝗲 𝗯𝘂𝗶𝗸?
2️⃣ Hormonale verschuiving: minder oestrogeen, relatief “meer androgeen”
De meest centrale factor is de verandering in geslachtshormonen:
▪ Oestrogeen stimuleert relatief meer subcutane opslag (onderhuids) en meer opslag in het gluteofemorale gebied (heupen/dijen) en remt relatief de toename van visceraal vet
(Ko & Jung, 2021; Van Pelt et al., 2015; Moccia et al., 2021; Lizcano, 2022; Palmer & Clegg, 2015).
▪ Rond de menopauze daalt oestrogeen duidelijk, terwijl ovariële en bijnier-androgenen minder scherp dalen. Daardoor stijgt de testosteron–oestrogeen-ratio (“relatieve androgeen-overmacht”), wat vetopslag meer richting buik/romp kan sturen
(Moccia et al., 2021; Ko & Jung, 2021; Palmer & Clegg, 2015; Tchernof et al., 2018; Ko & Kim, 2020; Ambikairajah et al., 2019; Lovejoy, 2003).
▪ Hogere vrije testosteron- en DHEA-S-spiegels correleren bij postmenopauzale vrouwen met meer androïde/rompvet en minder gynoïde vetmassa
(Kuryłowicz, 2023; Tchernof et al., 2018; Ko & Kim, 2020; Cao et al., 2013).
(“vrije testosteron” = het biologisch actieve deel; “DHEA-S” = een bijnierhormoon dat als androgeen-voorloper werkt. Androgeen = b.v. testosteron)
・・・・・・・・・・・・・・・
3️⃣ 𝗛𝗲𝘁 𝗶𝘀 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝗮𝗹𝗹𝗲𝗲𝗻 𝘃𝗲𝗿𝗼𝘂𝗱𝗲𝗿𝗶𝗻𝗴: 𝗱𝗲 𝗺𝗲𝗻𝗼𝗽𝗮𝘂𝘇𝗲 𝘇𝗲𝗹𝗳 𝘁𝗲𝗹𝘁
Hoewel leeftijd ook meespeelt, laten meerdere studies zien dat menopauzestatus een onafhankelijke voorspeller is van meer visceraal/abdominaal vet:
▪ In longitudinale cohortonderzoeken (zoals SWAN) en vergelijkingen tussen vroege versus. late postmenopauze volgt de toename in centraal vet vaak sterker de jaren sinds de menopauze dan de kalenderleeftijd
(Cao et al., 2013; Trémollieres et al., 1996; Juppi et al., 2025; Greendale et al., 2019; Toth et al., 2000).
▪ Studies met beeldvorming (DXA/CT/MRI) vinden consistent meer visceraal en rompvet bij postmenopauzale vrouwen, zelfs na correctie voor leeftijd en totale vetmassa (Toth et al., 2000; Papadakis et al., 2018; Vieira-Potter et al., 2025; Greendale et al., 2021).
(“correctie” = statistisch rekening houden met leeftijd/totaal gewicht om het specifieke menopauze-effect beter te zien.)
・・・・・・・・・・・・・・・
4️⃣ 𝗩𝗲𝗿𝗮𝗻𝗱𝗲𝗿𝗶𝗻𝗴 𝗶𝗻 𝘃𝗲𝘁𝘄𝗲𝗲𝗳𝘀𝗲𝗹𝗸𝘄𝗮𝗹𝗶𝘁𝗲𝗶𝘁: 𝗼𝗻𝘁𝘀𝘁𝗲𝗸𝗶𝗻𝗴, 𝗳𝗶𝗯𝗿𝗼𝘀𝗲 𝗲𝗻 “𝗱𝗶𝘀𝗳𝘂𝗻𝗰𝘁𝗶𝗲”
Niet alleen waar vet zit verandert, maar ook hoe vetweefsel functioneert:
▪ Na de menopauze ziet men vaker kenmerken van vetweefsel-“disfunctie”:
o ↑ ontsteking (meer ontstekingssignalen)
o ↑ hypoxie (relatief zuurstoftekort in vetweefsel)
o ↑ fibrose (meer “stug” bindweefsel)
o ↑ adipocytenhypertrofie (grotere vetcellen)
in zowel subcutaan als visceraal vet
(Abildgaard et al., 2021; Ko & Jung, 2021; Vecchiatto et al., 2025; Ferrara et al., 2002).
▪ Dit hangt samen met insulineresistentie (cellen reageren minder goed op insuline) en een pro-inflammatoire metabole toestand, die centrale vetopslag verder kan versterken
(Abildgaard et al., 2021; Ko & Jung, 2021; Vecchiatto et al., 2025; Lee et al., 2009).
(insulineresistentie = meer insuline nodig voor dezelfde glucosecontrole; “pro-inflammatoir” = bevordert laaggradige ontsteking.)
・・・・・・・・・・・・・・・
5️⃣ 𝗘𝗻𝗲𝗿𝗴𝗶𝗲𝘃𝗲𝗿𝗯𝗿𝘂𝗶𝗸 𝗲𝗻 𝗹𝗲𝗲𝗳𝘀𝘁𝗶𝗷𝗹: 𝗲𝗲𝗻 “𝗺𝗶𝘀𝗺𝗮𝘁𝗰𝗵” 𝗼𝗻𝘁𝘀𝘁𝗮𝗮𝘁 𝘀𝗻𝗲𝗹𝗹𝗲𝗿
De menopauzale overgang gaat vaak samen met veranderingen die een positieve energiebalans (meer in dan uit) makkelijker maken:
▪ ↓ energieverbruik en ↓ vetoverbranding (minder vet verbranden) worden in meerdere studies gezien, vooral bij vrouwen die postmenopauzaal worden
(Lovejoy et al., 2008; Ko & Jung, 2021; Gould et al., 2022; Nilsson et al., 2023).
▪ ↓ fysieke activiteit en soms veranderingen in voedingspatroon dragen bij aan toename in totaal vet en visceraal vet
(Lovejoy et al., 2008; Marlatt et al., 2021; Gould et al., 2022; Lankila et al., 2025; Nilsson et al., 2023).
▪ Interventies zoals krachttraining kunnen abdominale vetmassa verminderen bij postmenopauzale vrouwen
(Nilsson et al., 2023).
・・・・・・・・・・・・・・・
𝗙𝗮𝗰𝘁𝗼𝗿𝗲𝗻 𝗱𝗶𝗲 𝗵𝗲𝘁 𝗲𝗳𝗳𝗲𝗰𝘁 𝗸𝘂𝗻𝗻𝗲𝗻 𝘃𝗲𝗿𝘀𝘁𝗲𝗿𝗸𝗲𝗻 𝗼𝗳 𝗮𝗳𝘇𝘄𝗮𝗸𝗸𝗲𝗻
6️⃣ 𝙂𝙚𝙣𝙚𝙩𝙞𝙘𝙖, 𝙚𝙩𝙣𝙞𝙘𝙞𝙩𝙚𝙞𝙩, 𝙢𝙚𝙙𝙞𝙘𝙖𝙩𝙞𝙚, 𝙨𝙡𝙖𝙖𝙥 𝙚𝙣 𝙨𝙩𝙧𝙚𝙨𝙨
Niet elke vrouw verandert even sterk; de mate van verschuiving wordt mede bepaald door:
▪ Genetische aanleg en etniciteit: verschillende groepen kunnen andere trajecten van visceraal vet ontwikkelen
(Greendale et al., 2021; Stockman et al., 2025; Ambikairajah et al., 2019; Ho et al., 2010).
▪ Medicatie: perimenopauze kan een kwetsbare periode zijn voor “obesogene” medicatie (medicatie die gewicht/vetopslag kan bevorderen)
(Stockman et al., 2025; Salinero et al., 2024).
▪ Slaap: visceraal vet kan een mediërende rol spelen bij de link tussen menopauze en obstructieve slaapapneu (Wang et al., 2025).
▪ Stress en leefstijl beïnvloeden metabole ontsteking en vetverdeling
(Lankila et al., 2025; Banack et al., 2023; Sahu & Gautam, 2025).
(“mediërende rol” = een tussenschakel die een verband deels verklaart.)
・・・・・・・・・・・・・・・
𝗪𝗮𝘁 𝗯𝗲𝘁𝗲𝗸𝗲𝗻𝘁 𝗱𝗶𝘁 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗴𝗲𝘇𝗼𝗻𝗱𝗵𝗲𝗶𝗱?
7️⃣ Waarom visceraal vet extra “impact” heeft
▪ Visceraal vet is geassocieerd met ongunstige adipokines (signaalstoffen uit vet), meer ontstekingsactiviteit en hogere kans op metabool syndroom en cardiovasculaire aandoeningen
(Lee et al., 2009; Carr, 2003; Opoku. et al., 2023; Marlatt et al., 2021; Fenton, 2021).
▪ Prospectieve data tonen dat veranderingen in vetverdeling rond de menopauze samenlopen met veranderingen in cardiometabole risicofactoren
(Dehghan et al., 2020; Abdulnour et al., 2012).
(metabool syndroom = combinatie van o.a. hoge tailleomtrek, bloeddruk, triglyceriden, glucose en laag HDL.)
・・・・・・・・・・・・・・・
𝗥𝗼𝗹 𝘃𝗮𝗻 𝗵𝗼𝗿𝗺𝗼𝗻𝗮𝗹𝗲 𝘁𝗵𝗲𝗿𝗮𝗽𝗶𝗲
Observaties en interventiestudies suggereren dat hormonale therapie die de oestrogeenbalans (en dus de oestrogeen/androgeen-verhouding) herstelt, abdominale/androïde vettoename kan afremmen en de gynoïde verdeling meer kan behouden
(Papadakis et al., 2018; Hetemäki et al., 2024; Gambacciani et al., 2001; Lee & Hartigh, 2025).
・・・・・・・・・・・・・・・
𝗦𝗔𝗠𝗘𝗡𝗩𝗔𝗧𝗧𝗜𝗡𝗚 𝗜𝗡 𝗕𝗨𝗟𝗟𝗘𝗧𝗦: 𝗗𝗘 𝗕𝗘𝗟𝗔𝗡𝗚𝗥𝗜𝗝𝗞𝗦𝗧𝗘 𝗥𝗘𝗗𝗘𝗡𝗘𝗡
▪ Oestrogeendaling stuurt vetopslag weg van heup/dij en richting buik (Ko & Jung, 2021; Van Pelt et al., 2015; Vieira-Potter et al., 2025).
▪ Relatieve androgeen-overmacht (hogere testosteron–oestrogeen-ratio) bevordert een androïde patroon (Moccia et al., 2021; Tchernof et al., 2018; Ko & Kim, 2020).
▪ Menopauze-effect is onafhankelijk van leeftijd in veel imaging-studies (Toth et al., 2000; Greendale et al., 2019; Papadakis et al., 2018).
▪ Vetweefsel wordt vaker inflammatoir en minder “flexibel” (fibrose/hypoxie/grotere vetcellen), wat metabole problemen versterkt (Abildgaard et al., 2021; Lee et al., 2009).
▪ Energieverbruik en vetverbranding dalen, waardoor dezelfde leefstijl sneller tot buikvet leidt (Lovejoy et al., 2008; Gould et al., 2022).
▪ Leefstijl, slaap, medicatie, etniciteit en genetica bepalen hoe sterk dit zichtbaar wordt (Wang et al., 2025; Stockman et al., 2025; Ho et al., 2010; Banack et al., 2023).
Alle gebruikte bronnen in de reacties onderaan.
════════════════════════
Voor alle vragen rond klachten, hun ontstaan en hoe ze op de meest natuurlijke, veilige en evidence-based manier aan te pakken, zie de hulpgroep Bio-identieke hormonen bij overgang / menopauze: evidence-based hulp + info
Gratis, onafhankelijk en to the point.
Groepsregels goed te keuren bij toetreding.