Psychotherapeut Johan Samson

Psychotherapeut Johan Samson Ervaren Kinder- en jongerentherapeut nabij Geraardsbergen en Brakel. Ondanks mijn liefdevolle opvoeding liep mijn jeugd niet altijd van een leien dakje. Johan

Een woordje over mezelf als psychotherapeut
Ik werd geboren in 1986 in een gezin met vijf kinderen. Van jongs af aan zag ik rondom mij veel lijden. Dit lijden liet me niet onberoerd; ik ontwikkelde de wens om mensen te helpen een gelukkiger en succesvoller leven uit te bouwen en hen weerbaarder te maken voor tegenslagen op hun levenspad. Mijn harde jeugd had een grote invloed op mijn latere studiekeuze. Na mijn studies Orthopedagogie (vrij vertaald, opvoeden en begeleiden in moeilijke omstandigheden), deed ik ervaring op in de bijzondere jeugdzorg, de gezinsbegeleiding, de kinderopvang en begeleidde jongeren en volwassenen met een mentale beperking in diverse residentiële settings. In deze functies kwam ik in contact met zeer uiteenlopende doelgroepen binnen het Vlaamse welzijnslandschap, en kreeg zo de kans om -in een betrekkelijk korte tijdspanne- een brede deskundigheid op te bouwen. Ik had het voorrecht om met mensen van alle leeftijden te kunnen werken. Van kleine (huil)baby's tot 70 plussers. Tijdens mijn loopbaan als hulpverlener, raakte ik gaandeweg steeds meer geboeid door de beweegredenen achter het gedrag van mijn cliënten. De psychologie zeg maar. Maar enkel begrijpen leek me onvoldoende. Ik koesterde de vaste overtuiging om mensen te willen helpen met hun problemen. Daarom besloot ik mij te verdiepen in de psychotherapie, om aan de hand van dit referentiekader bepaalde gedragingen beter te begrijpen, aan te voelen en –waar nodig- bij te sturen. Het schenkt me enorm veel voldoening om mensen te zien groeien. Ieder mens bezit een groot potentieel. De kunst bestaat er in om dit aan te spreken en aan te moedigen, om mensen te helpen dit potentieel volledig te ontdekken. Er bestaan vele soorten van therapie; elk met zijn eigen voor- en nadelen. Ik ben op zoek gegaan naar een combinatie van de meest doeltreffende therapievormen. Zo kwam ik uit bij de opleiding ‘Integratieve & Humanistische Psychotherapie’ aan de ‘Academie voor Integratieve en Humanistische Psychologie’ te Gent. Buiten deze langdurige opleidingen volg ik ook tal van korte cursussen en workshops. Zo verdiepte ik mij in Life Space Crisis Intervention (LSCI). Een gespreksmethodiek om kinderen en jongeren te ondersteunen tijdens een crisissituatie en hier nadien samen met hen positieve lessen uit te trekken. Ter afronding van mijn studies Orthopedagogie, schreef ik een thesis over deze methodiek, met als titel 'De kracht van een crisis, de implementatie van LSCI binnen een residentiële voorziening in de bijzondere jeugdzorg'. Daarnaast volgde ik ook de opleiding ‘Omgaan met Agressie’, een opleiding ‘Bewegingspedagogie’ van Veronica Sherborne, net als een opleiding ‘Contextueel werken binnen de hulpverlening’ (Nagy), ‘Geweldloos verzet’ (Haim Omer), ‘Psychoanalyse voor mensen met een mentale beperking’ en ‘therapeutisch werken met ondersteuning van paarden’. Door mezelf voortdurend bij te scholen, tracht ik steeds mee te zijn met de nieuwste inzichten en tendensen binnen de hulpverlening. Naast mijn privépraktijk werk in enkele uren per week binnen een voorziening met adolescenten en jongvolwassenen met een mentale beperking, extreme gedragsproblemen en bijkomende psychiatrische problematiek (GES+). Daarnaast begeleid ik ook kinderen en jongeren die tijdelijk niet (voltijds) naar school kunnen. Ik bied deze jonge parels de nodige mentale rust om zichzelf in hun kracht te herbronnen. En op woensdagnamiddagen benut ik mijn energie om met behulp van paarden het zelfvertrouwen van kinderen te vergroten. Verder ben ik in de mij nog resterende tijd gepassioneerd bezig met paarden. Ik heb het geluk zelf over enkele paarden te beschikken en geniet ervan om regelmatig een dartelend veulentje te fokken. Het omgaan en verzorgen van deze prachtige dieren is mijn vorm van ontspanning. Ik hoop alvast dat uw leven even boeiend en uitdagend is als het mijne. Zo niet help ik u graag op weg!

“Maak ik mijn kind te braaf?”Die vraag hoor ik vakerdan ouders durven toegeven.Een kind dat wacht tot het groen is.Terwi...
23/02/2026

“Maak ik mijn kind te braaf?”

Die vraag hoor ik vaker
dan ouders durven toegeven.

Een kind dat wacht tot het groen is.
Terwijl anderen gewoon doorlopen.

Een kind dat zijn werk thuis verder maakt.
Omdat de klas onrustig was.

Een kind dat sorry zegt.
Zelfs wanneer het niet echt fout zat.

En ergens knaagt het.

Niet omdat het kind iets fout doet.
Maar omdat de wereld niet altijd zacht is
voor zachte kinderen.

Van buiten lijkt het ideaal.
Beleefd.
Correct.
Sociaal.

Maar vanbinnen leeft vaak een andere dynamiek.

Dat kind voelt spanning sneller.
Leest gezichten sneller.
Past zich sneller aan.

Niet om “braaf” te zijn.
Maar om verbinding te behouden.
Om veiligheid te voelen.

Dus slikt het woorden in.
Wacht het langer.
Geeft het sneller toe.

Geen karakterfout.
Een overlevingsstrategie.

En ja, dan komt die existentiële oudervraag:
Moet ik mijn kind harder maken?
Mondiger?
Weerbaarder?

Alsof zachtheid en weerbaarheid
niet samen kunnen bestaan.

Maar echte weerbaarheid ontstaat zelden
door een kind minder gevoelig te maken.

Ze groeit wanneer een kind leert:
“Mijn grenzen mogen bestaan.”
“Mijn stem is veilig.”
“Ik mag ruimte innemen.”

Niet door het duwen te leren.
Maar door het blijven staan.

Veel “brave” kinderen
worden later volwassenen
die over hun grenzen gaan
zonder dat iemand het merkt.

Succesvol.
Betrouwbaar.
Maar intern vaak moe.

Omdat ze ooit leerden:
aanpassen geeft rust.

De nuance is belangrijk.

Weerbaarheid is niet luid zijn.
En braaf zijn is niet zwak zijn.

Soms is het net het kind dat zich het meest aanpast,
dat het meest nood heeft
aan toestemming om zichzelf te blijven.

Niet harder.
Wel steviger vanbinnen.

Dus misschien is de echte vraag niet:
“Maak ik mijn kind braaf of weerbaar?”

Maar:
Herken jij het moment waarop jouw kind zich aanpast
terwijl het eigenlijk ruimte nodig had?

En wat doe jij dan meestal —
corrigeren, beschermen,
of stil hopen dat de wereld zachter wordt?
Johan



Waarom sommige kinderen thuis ontploffenen op school “voorbeeldig” zijn.Op school horen ouders:“Zo’n aangenaam kind.”“Zo...
22/02/2026

Waarom sommige kinderen thuis ontploffen
en op school “voorbeeldig” zijn.

Op school horen ouders:
“Zo’n aangenaam kind.”
“Zo rustig.”
“Zo beleefd.”

En thuis?

Boosheid.
Tranen om iets kleins.
Discussies over een bord pasta.
Een jas die niet juist hangt en plots is er een explosie.

En dan komt de twijfel.
Waarom alleen bij ons?
Wat doen wij fout?

Psychologisch gezien is dit vaak geen teken van falen.
Maar van veiligheid.

Op school staat een kind urenlang “aan”.

Opletten.
Presteren.
Regels volgen.
Prikkels filteren.
Zichzelf corrigeren.
Sociaal inschatten.
Fouten vermijden.

Zeker gevoelige, plichtsbewuste en hoogbegaafde kinderen
scannen voortdurend hun omgeving.

Wat wordt verwacht?
Is dit juist?
Zeg ik dit goed?
Doe ik het goed genoeg?

Dat vraagt zelfcontrole.
En zelfcontrole kost energie.

Veel energie.

Maar die spanning zie je niet.
Want het kind houdt zich groot.
Flink.
Gecontroleerd.

Tot het thuiskomt.

En daar geb***t iets wat vaak verkeerd begrepen wordt.

Geen ontsporing.
Maar ontlading.

Thuis is de plek waar het zenuwstelsel eindelijk voelt:
“Hier moet ik mij niet bewijzen.”

En veiligheid betekent niet altijd rust.
Soms betekent het dat alles wat werd ingehouden,
alsnog naar buiten komt.

De frustratie.
De overprikkeling.
De vermoeidheid.
De druk om het goed te doen.

Dat ziet eruit als lastig gedrag.
Brutaal.
Overdreven.
Onredelijk.

Maar onder die reactie zit vaak:
een hoofd dat te veel verwerkte.
een lichaam dat te lang gespannen stond.
een kind dat geen moment had
om gewoon zichzelf te zijn.

Ontploffen is dan geen manipulatie.
Het is decompressie.

Misschien is de vraag dus niet:
“Waarom doet mijn kind dit alleen bij ons?”

Maar:
“Hoeveel heeft mijn kind zich vandaag ingehouden?”

En wat zou er veranderen
als we die ontlading niet alleen zien als probleemgedrag,
maar ook als een signaal van opgebouwde spanning?

Ik ben benieuwd.
Wat helpt bij jullie wanneer de dag er thuis uitkomt?

Johan

Waarom slimme mensen vaak als lastig worden gezien.Er is een groot verschil tussen lastig zijn en lastig gevonden worden...
21/02/2026

Waarom slimme mensen vaak als lastig worden gezien.

Er is een groot verschil tussen lastig zijn
en lastig gevonden worden.

Slimme mensen stellen vragen.
Niet om te moeilijk te doen.
Maar omdat ze écht willen begrijpen.

Ze nemen geen genoegen met
“zo doen we dat hier nu eenmaal.”
Ze willen weten waarom.
En of het ook anders kan.
En of het eerlijk is.
En of het klopt.

En daar begint het soms te wringen.

Want wie veel ziet, ziet ook inconsistenties.
Wie snel denkt, merkt gaten in redeneringen.
Wie gevoelig is voor nuance, hoort wat niet gezegd wordt.

Dat maakt iemand niet arrogant.
Dat maakt iemand wakker.

Maar wakker zijn in een groep die liever slaapt,
wordt zelden warm onthaald.

Als kind hoor je dan: “Je moet niet altijd discussiëren.”
“Doe niet zo betweterig.”
“Je denkt te veel.”

En dus leren sommige slimme kinderen hun vragen inslikken.
Ze passen zich aan.
Ze worden braaf.
Of ze worden stil.

Anderen blijven vragen stellen.
En krijgen het label “lastig”.

Wat mij opvalt in gesprekken met ouders en volwassenen, is dit: Dezelfde eigenschap die op school als lastig werd gezien, wordt later in hun job geprezen als kritisch denken.

Het verschil?
Context. Macht. Timing.

Een kritische geest is geen karakterfout.
Het is een vorm van betrokkenheid.

Onverschillige mensen stellen geen vragen.
Lastige mensen soms ook niet.
Maar geëngageerde denkers wel.

Misschien moeten we dus een andere vraag stellen.

Niet:
“Waarom is hij zo lastig?”

Maar:
“Wat ziet hij dat wij nog niet zien?”

Dat schuurt.
Maar groei schuurt altijd een beetje.

Benieuwd hoe jullie dat ervaren.
Werd jij vroeger als lastig gezien?
En wat bleek daar achteraf van?

Johan

Waarom brave kinderen later vaker vastlopen. We prijzen het zo graag aan.“Wat een braaf kind.”“Zo flink.”“Ik heb nooit w...
20/02/2026

Waarom brave kinderen later vaker vastlopen.

We prijzen het zo graag aan.
“Wat een braaf kind.”
“Zo flink.”
“Ik heb nooit werk met haar.”

En ergens klopt het ook. Brave kinderen zijn vaak zorgzaam en gevoelig en opmerkzaam en verantwoordelijk. Ze voelen feilloos aan wat er verwacht wordt. Ze storen niet en ze wachten hun b***t af en ze slikken hun frustratie door.

Maar daar wringt het soms.

Want braaf zijn is vaak geen karaktertrek.
Het is een strategie, die op termijn een gewoonte kan worden tot in de volwassenheid.

Het kind dat altijd braaf is, heeft meestal vroeg geleerd dat harmonie veiligheid geeft. Dat aanpassen rust brengt. Dat sterke gevoelens beter binnenskamers blijven. Dat twijfelen of tegenspreken spanning oproept.

Dus wordt het kind stil en flink en plichtsbewust.

En jaren later zit er dan een adolescent of volwassene tegenover mij die zegt: “Ik weet eigenlijk niet goed wat ik zelf wil.”
“Ik durf geen nee zeggen.”
“Ik voel me leeg.”
“Ik ben altijd de sterke geweest, maar niemand ziet mij.”

Brave kinderen leren zelden oefenen met botsen.
Ze leren zelden dat hun frustratie ook bestaansrecht heeft.
Ze leren zelden dat grenzen stellen niet gelijkstaat aan liefde verliezen.

En als ze hoogbegaafd zijn, wordt het nog subtieler. Dan begrijpen ze alles er nog bovenop. Dan zien ze de spanningen in het gezin en in de klas en in de wereld. Dan nemen ze verantwoordelijkheid die niet van hen is. Dan worden ze kleine volwassenen in een kinderlichaam.

Dat wordt bewonderd.
Tot ze vastlopen.

Ik zeg niet dat we kinderen moeten leren rebelleren om het rebelleren.
Ik zeg wel dat braafheid geen opvoedingsdoel mag zijn.

Ik zie liever een kind dat soms wringt en zoekt en zijn plek opeist en durft zeggen “dit klopt niet voor mij” dan een kind dat perfect past in een systeem en zichzelf onderweg een beetje verliest.

Misschien is de vraag niet:
“Is mijn kind braaf?”

Maar eerder:
“Durft mijn kind zichzelf zijn als dat even betekent dat ik dit lastig vind?”

Dat verschil lijkt klein.
Maar het is alles.
Dit kan het verschil maken tussen werkgeluk of burn-out.

Benieuwd hoe jullie dat zien.
Was jij vroeger braaf? En wat heeft dat je gebracht?

Johan

De Krokusvakantie-test.Je kind is thuis.Er is geen school.Geen huiswerk.Geen toetsen.En toch…Lijkt het soms méér gespann...
17/02/2026

De Krokusvakantie-test.

Je kind is thuis.
Er is geen school.
Geen huiswerk.
Geen toetsen.

En toch…

Lijkt het soms méér gespannen dan tijdens het schooljaar.

Herkenbaar?

Beantwoord eens deze 5 vragen:

1️⃣ Vraagt je kind deze week opvallend veel “Waarom?”-vragen waar je zelf even van moet slikken?
(Bv. “Waarom moeten mensen eigenlijk werken als ze ongelukkig zijn?”)

2️⃣ Wordt het sneller boos of dramatisch… terwijl er objectief niets dramatisch geb***t?

3️⃣ Zegt het dat het zich verveelt, maar weigert het tegelijk alle voorstellen die je doet?

4️⃣ Zoekt het discussie. Over regels. Over planning. Over de zin van het leven. Over waarom krokussen eigenlijk krokussen heten.

5️⃣ Wisselt het tussen hyperactief en plots teruggetrokken alsof het zijn eigen interne Netflix-serie aan het bingewatchen is?

Scoor je 3 of meer keer “ja”?

Dan is verveling misschien geen verveling.

Veel (hoog)begaafde kinderen hebben geen probleem met rust.
Ze hebben een probleem met leegte.

En leegte voelt onveilig voor een brein dat gewoon is om te denken, analyseren, creëren.

Tijdens het schooljaar is er structuur.
Tijdens vakantie valt die weg.

Wat overblijft, is een brein dat zichzelf begint bezig te houden.
Met existentiële vragen.
Met discussies.
Met irritatie.

En ja — soms met jou.

Dat is geen slechte opvoeding.
Dat is een zenuwstelsel dat honger heeft.

Niet naar méér scherm.
Niet naar nóg een uitstap.

Maar naar betekenis.

Misschien is de echte vraag deze vakantie niet:
“Hoe hou ik mijn kind bezig?”

Maar:
“Waar mag het zich in vastbijten?”

En wees gerust.
Als je kind jou soms lichtjes uitput in vakantie…

Dan heb je waarschijnlijk geen lui kind.
Maar een denker zonder uitdaging.

Hoe zit het bij jullie deze week?
Rust… of interne filosofische storm? 🌪️
Johan

Gelukkig heb ik me gisteren weten te bedwingen om al groenten uit te zaaien. De natuur kan je niet forceren, net als het...
15/02/2026

Gelukkig heb ik me gisteren weten te bedwingen om al groenten uit te zaaien. De natuur kan je niet forceren, net als het leven zijn eigen ritme bepaald.
Johan

Vandaag herdenken we de dag waarop Socrates de gifbeker dronk in 399 VC.Niet omdat hij geweld gebruikte.Niet omdat hij m...
15/02/2026

Vandaag herdenken we de dag waarop Socrates de gifbeker dronk in 399 VC.
Niet omdat hij geweld gebruikte.
Niet omdat hij macht wilde.
Maar omdat hij vragen stelde.

Hij stelde vragen aan politici.
Aan ambachtslieden.
Aan jongeren.
Aan zichzelf.

En dat bleek gevaarlijk.

Hij werd veroordeeld voor het “bederven van de jeugd”.
Wat hij in werkelijkheid deed?
Jongeren leren nadenken. Zelf denken. Doorvragen. Twijfelen aan vanzelfsprekendheden.

Kritisch denken werd toen niet gezien als een talent.
Het werd gezien als een bedreiging.

En als ik eerlijk ben: dat is vandaag soms nog steeds zo.

Hoogbegaafde kinderen hebben vaak diezelfde scherpe geest.
Ze nemen geen genoegen met “omdat het zo is”.
Ze voelen inconsistenties.
Ze merken hypocrisie op.
Ze willen dieper.

Maar wat geb***t er als een kind van acht de logica van een regel in vraag stelt?
Of een tiener de morele onderlaag van een beslissing benoemt?

Dan wordt het snel:
“Brutaal.”
“Lastig.”
“Te veel.”

Terwijl het vaak geen verzet is.
Maar integriteit.

Socrates werd geen slachtoffer van zijn intelligentie.
Hij werd slachtoffer van een samenleving die niet wist wat ze moest aanvangen met iemand die bleef doorvragen in plaats van er de groeikansen in te zien.

En precies daar ligt onze verantwoordelijkheid.

Kritisch denken is geen aanval.
Het is een vorm van betrokkenheid.
Een teken dat iemand wakker is.
Dat iemand waarheid belangrijker vindt dan comfort. Een denken die wil groeien en begrijpen en niet gewoon aannemen.

De vraag is dus niet:
“Waarom stelt dit kind zoveel vragen?”

Maar:
“Kunnen wij het verdragen dat het kind vragen stelt die wij zelf zijn gestopt te stellen?”

Misschien hebben we geen nieuwe Socrates nodig.
Misschien hebben we volwassenen nodig die het aandurven om naast hen te blijven staan.

Ikzelf ben geen samenleving, ik kan dus enkel de kinderen maar bewustmaken van hun potentieel door hen vragen te leren stellen. Over zichzelf, over de samenleving, over dogma's, over het leven, over alles.

Wat denk jij?
Is kritisch denken vandaag echt welkom — of vooral zolang het niet te dichtbij komt?

Johan

14/02/2026

Wat doet een mens op een kinderloze zaterdag?

Juist.
Hij begint aan iets waar zijn handen vuil van worden en zijn hoofd stil van wordt.

Vorig jaar polste ik hier voorzichtig of er interesse zou zijn om met jongeren een moestuin op te starten. Niet als hobbyclubje. Niet als nostalgisch tijdverdrijf. Maar als plek waar geduld, verantwoordelijkheid en verwondering weer tastbaar worden.

Vandaag heb ik de eerste stappen gezet om de moestuin uit te breiden.

Geen ingespoten groenten.
Geen perfectie.
Wel aarde onder de nagels, compost die leeft en zaden die hun eigen timing bepalen.

Een moestuin is geen romantisch Pinterest-idee.
Het is traagheid in een tijd die schreeuwt.
Het is leren dat groei niet af te dwingen valt.
Het is accepteren dat sommige zaadjes niet opkomen — en dat dit geen mislukking is maar feedback van de natuur.

Voor jongeren zie ik hier iets groters in.
Plannen. Zaaien. Observeren. Bijsturen. Wachten. Oogsten.
Dat is executieve functie in levende vorm.
Dat is omgaan met frustratie zonder scherm om je te verdoven.
Dat is leren dat wat je voedt, groeit — letterlijk.

Hoe dit project verder zal evolueren, weet ik nog niet.
Maar net dat vind ik het mooiste.

Wie benieuwd is naar het vervolg: je kan het hier blijven volgen.

En wie weet…
misschien eten we volgend jaar samen soep van iets dat vandaag nog een idee was. 🌱

Johan

Zoek je ruzie?Ik was een jonge tiener.Na school. Boekentas op mijn rug. Gewoon naar huis wandelend.Tot je voelt dat de s...
13/02/2026

Zoek je ruzie?

Ik was een jonge tiener.
Na school. Boekentas op mijn rug. Gewoon naar huis wandelend.

Tot je voelt dat de sfeer kantelt.

Een groepje jongens.
Te dicht.
Te luid.

“Zoek je ruzie?”

Ik wist het niet. Wat antwoord je daarop?
Mijn lichaam wist het ook niet.
En toen kwam de klap. Ik werd geslagen en beroofd.

De laatste tijd zie ik opnieuw berichten over zinloos geweld in het nieuws. Jongeren die zomaar aangevallen worden. Mensen die op een gewone dag plots in overlevingsmodus terechtkomen.

En elke keer denk ik: we leren jongeren wiskunde, Frans en geschiedenis… maar wie leert hen wat adrenaline met je brein doet?

Wanneer iemand agressief wordt, neemt de amygdala het stuur over. Het lichaam pompt stresshormonen. Denken wordt secundair. De agressor verwacht één ding: dat jij meespeelt in hetzelfde spel.

Vechten.
Vluchten.
Bevriezen.

Wat ik toen deed — bevriezen — was geen zwakte. Het was biologie.

Maar er bestaat soms een vierde optie.

De illusionist Derren Brown beschreef ooit hoe een dronken man hem midden in de nacht dreigend vroeg: “Wil je ruzie?”

Je kunt geen ja zeggen.
Je kunt geen nee zeggen.
Beide bevestigen het script.

Dus antwoordde hij, kalm en nuchter:
“De muur buiten mijn huis is anderhalve meter hoog.”

De man keek verward. “Wat?”

Hij herhaalde het. Zonder glimlach. Zonder provocatie. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Daarna zei hij iets als:
“Ik heb een tijd in Spanje gewoond. Daar zijn de muren veel hoger.”

Het resultaat? De adrenaline viel weg. Het script brak. De man begon uiteindelijk te huilen.

Wat gebeurde daar?

Agressie heeft voorspelbaarheid nodig. Ze verwacht weerstand of angst. Wanneer je iets onverwachts en neutraals zegt — op lage, rustige toon — krijgt het brein van de ander een foutmelding. De spanning kan zich niet ontladen zoals gepland.

Dat noemt men een pattern interrupt.

Een eenvoudig voorbeeld dat je kan onthouden:

Als iemand agressief zegt:
“Wat kijk je?”

En jij — veilig genoeg — rustig antwoordt:
“Mijn schoenveter zit los.”
Of:
“Het is dinsdag.”

Niet spottend. Niet uitdagend. Gewoon feitelijk.

Het doel is niet slim zijn.
Het doel is het zenuwstelsel uit overdrive halen.

Is dit een garantie? Nee.
Veiligheid blijft altijd prioriteit. Weggaan is vaak de verstandigste keuze. Soms is er pure overmacht, zoals ik toen meemaakte.

Maar kennis over hoe spanning werkt, is geen luxe. Het is bescherming.

En misschien is de diepere boodschap dit:

Als jij ooit blokkeerde in zo’n situatie…
Als je lichaam het overnam…

Dan heb je niet gefaald.
Je systeem deed wat het moest doen om je te beschermen.

💬 Ik ben benieuwd:
Heb jij ooit een situatie meegemaakt waarin agressie plots opflakkerde?
Wat deed dat met je nadien?

Misschien moeten we jongeren niet alleen leren hoe ze moeten slagen.
Maar ook hoe ze niet hoeven mee te spelen in een gevecht dat nooit van hen was.

Johan

Vanmorgen sneed ik opnieuw mijn eerste brood aan.Niet écht mijn eerste.Jaren geleden probeerde ik het ook al eens.Even e...
11/02/2026

Vanmorgen sneed ik opnieuw mijn eerste brood aan.

Niet écht mijn eerste.
Jaren geleden probeerde ik het ook al eens.
Even enthousiast. Even overtuigd.
En even snel weer opgegeven.

Deze keer deed ik het met een broodmachine.
Dus ja — mijn handen bleven proper.
Alles netjes afgewogen. Exact gemeten.
Bloem tot op de gram. Gist zorgvuldig gekozen. Water op kamertemperatuur.

Controle. Structuur. Zekerheid.

En toch.

De bovenkant zakte een beetje in.
Alsof het brood mij vriendelijk herinnerde:
“Je kan alles meten, maar leven laat zich niet volledig temmen.”

Ik zuchtte spontaan, maar moest al snel glimlachen.

Hoe vaak doen we dit niet?
We wachten tot we het perfect kunnen.
Tot we het juiste materiaal hebben.
Tot we zeker zijn van het resultaat.

En soms proberen we iets, lukt het niet meteen,
en besluiten we: dit is niets voor mij.

Terwijl nieuwsgierigheid geen perfectie vraagt.
Alleen bereidheid om opnieuw te beginnen.

Dit brood is niet fotogeniek.
Maar het ruikt naar doorzetten.
Het smaakt naar: ik geef mezelf nog een kans. Want dit roggebroodje is perfect eetbaar.

Misschien is dat de echte rijzing.
Niet die van het deeg,
maar die van onszelf. Kan ik leven met imperfecties?

Dus nu ben ik benieuwd.
Wie heeft tips om die bovenkant mooi bol en krokant te krijgen?
Meer of minder gist? Andere verhouding water?
Of moet ik het brood gewoon leren accepteren zoals het is — een tikje eigenwijs? 🍞
Ik ben benieuwd.

Johan

Mijn hobby is mijn gsm. Steeds vaker hoor ik ouders zeggen:“Hij is gestopt met muziek.”“Zij wil niet meer naar de sportc...
10/02/2026

Mijn hobby is mijn gsm.

Steeds vaker hoor ik ouders zeggen:
“Hij is gestopt met muziek.”
“Zij wil niet meer naar de sportclub.”
“Eigenlijk vindt hij niets nog leuk… behalve zijn scherm.”

En nee — dat betekent zelden dat je kind plots geen interesses meer heeft.
Wel dat het zenuwstelsel moe is.
Dat snelle prikkels het trage plezier hebben overstemd.
Dat dopamine in fast-forward staat, terwijl echte goesting tijd nodig heeft.

Schermgebruik doet iets verraderlijks:
het verdooft nieuwsgierigheid zonder dat het er plezier voor in de plaats zet.
Kinderen stoppen dan niet omdat hun hobby “niet past”,
maar omdat voelen, oefenen, falen en groeien te veel inspanning vraagt
naast een wereld die alles instant serveert.

Maar hoe weet je dan welke hobby wél bij je kind past?

Niet door te kijken naar wat populair is.
Niet door te luisteren naar wat handig is voor de planning.
En zéker niet door te verwachten dat het meteen leuk blijft.

Let liever op dit:

Waar vergeet je kind de tijd, zelfs als het moeilijk is?
Waar wordt het stil en geconcentreerd van?
Waar is het boos omdat het niet lukt — niet omdat het moet stoppen?
Waar komt het na afloop rustiger thuis dan het vertrok?

Een passende hobby geeft energie na de inspanning,
ook al was het onderweg soms lastig.
Ze bouwt iets op: motoriek, zelfvertrouwen, doorzetting, identiteit.
En ja — soms ook frustratie. Dat hoort erbij. Groei is geen Netflix-aflevering of YouTube filmpje.

Misschien is de vraag dus niet:
“Welke hobby past bij mijn kind?”
maar:
“Welke omgeving geeft mijn kind opnieuw toegang tot zijn/haar eigen goesting?”

Wat denken jullie, mag je je kind verplichten om een hobby te hebben, anders dan gamen of scrollen?

Johan

Wie kan me helpen?Ik ben op zoek naar een aannemer die een waterput kan metsen (aan een betaalbaar tarief). Liefst in ka...
08/02/2026

Wie kan me helpen?
Ik ben op zoek naar een aannemer die een waterput kan metsen (aan een betaalbaar tarief).
Liefst in kasseien om een authentieke stijl te behouden en met beveiliging voor de kinderen.

Bent u, of kent u iemand, laat het me zeker weten.
Alvast bedankt.
Johan

Adres

Ginintreau 5
Ghoy
7863

Openingstijden

Maandag 09:00 - 19:00
Dinsdag 09:00 - 19:00
Woensdag 09:00 - 19:00
Donderdag 09:00 - 19:00
Vrijdag 09:00 - 19:00
Zaterdag 09:00 - 19:00

Telefoon

+32493190225

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Psychotherapeut Johan Samson nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Praktijk

Stuur een bericht naar Psychotherapeut Johan Samson:

Delen

Share on Facebook Share on Twitter Share on LinkedIn
Share on Pinterest Share on Reddit Share via Email
Share on WhatsApp Share on Instagram Share on Telegram