10/01/2026
Wat als niets doen wel alles doen is.
Niet-doen vraagt een andere vorm van moed.
Het vraagt dat we blijven bij wat er is, zonder het onmiddellijk te willen veranderen. Dat we de stilte laten spreken, ook wanneer ze ongemakkelijk wordt. Dat we het lichaam niet overstijgen, maar toestaan te tonen wat het draagt.
Ik kwam mezelf hier opnieuw in tegen.
In hoe moeilijk het was om werkelijk voor mijn eigen herstel te kiezen.
In hoe lastig het voelde om uit te spreken: het gaat niet goed, mijn lichaam heeft meer nodig.
Onder die woorden lagen oude overtuigingen, diep verankerd.
De stem die zegt: doe maar door, het is niet zo erg.
Wanneer pijn genegeerd wordt, verdwijnt ze niet. Ze verschuift. Ze zoekt andere wegen. Het lichaam is wijs en wil blijven functioneren. We gaan anders bewegen, anders dragen, anders leven. We compenseren. We ontwikkelen copingmechanismen niet uit zwakte, maar uit overleving. Omdat we geleerd hebben dat voelen geen veilige optie was.
Het lichaam spreekt wanneer woorden ooit geen plaats kregen. Het bewaart wat niet gevoeld mocht worden, en vraagt vroeg of laat om gehoord te worden.
We hebben maar één zielenvoertuig.
Eén lichaam dat ons door dit leven draagt. Zorg dragen voor dat lichaam is geen luxe, geen egoïsme, geen teken van zwakte. Het is verantwoordelijkheid. Het is luisteren. Het is erkennen dat herstel tijd vraagt en dat tijd geen vijand is, maar een bondgenoot.
De snelheid van de maatschappij is hoog, dat is waar. Maar wat me steeds meer opvalt, is hoe die snelheid zich van buiten naar binnen heeft verplaatst. Onze zenuwstelsels staan voortdurend aan. We hebben verleerd om te wachten. Om te voelen. Om aanwezig te blijven zonder iets te moeten doen.
Wie meer lichaamsbewustzijn ontwikkelt, voelt die frictie scherper. Het eigen tempo wijkt af van het maatschappelijke ritme. Dat botst. Dat schuurt. En toch geloof ik dat dit geen probleem is, maar een uitnodiging. Wat als die traagheid geen tekort is, maar wijsheid?
Wanneer ik luister naar mensen die ziek zijn geworden, hoor ik zelden alleen een lichamelijk verhaal. Ik hoor levens. Patronen. Verwachtingen. Een langdurig volgehouden doorgaan. Dat vraagt geen oordeel, maar eerbied. Elk lichaam draagt zijn geschiedenis. En soms vraagt het leven dat we stoppen met herschrijven vanuit oude conditioneringen, en beginnen luisteren naar wat zich nu aandient.
In Wachten, een levenshouding beschrijft De Wachter wachten niet als passiviteit, maar als aanwezigheid. Als blijven bij wat is. Als niet meteen invullen, oplossen of verdoven. Misschien is wachten wel een vorm van zorg die we grotendeels zijn kwijtgeraakt.
En misschien is niets doen
wanneer het lichaam daarom vraagt
wel de meest radicale vorm van zorg die er is.