09/04/2026
๐๐๐ฅ ๐๐๐ ๐๐๐๐๐ค๐ฅ๐ ๐๐๐๐ค...
Het zalige weer deze week lokte me naar buiten om te eten. Op dat vlak voel ik me รฉcht bevoorrecht: niet elke werkplek heeft immers een park recht voor de deur. Terwijl ik zit te genieten van mijn ei-met-spinazie-rol wordt mijn aandacht getrokken door kinderstemmen. Kinderstemmen horen bij een park. Ze horen bij mooi weer buiten. Ze horen bij vakantie. Wat ik zie is een jongetje op de schommel. Hij wordt geduwd door een man, wellicht zijn papa, die ondertussen ononderbroken spraakberichten beluistert op zijn gsm. Wat ik zie is een kleuter die springt op de trampoline. Zijn mama zit een beetje verder op een bank te scrollen, haar blik gekluisterd aan haar scherm. Wat ik zie is een jongen aan de hand van zijn mama. Ze wandelen samen ergens naar toe. Er is een gesprek gaande. Niet met de jongen, maar met haar gsm. Wat ik zijn 3 kinderen die samen met hun papa zitten te eten aan een picnic-tafel. De kinderen praten met elkaar en lachen. De papa lijkt erg betrokken. Niet op de kinderen, maar op het beantwoorden van berichten. แดษชแดษด สแดสแด แด
แดแดแด แดขแดแดส. Ik vraag me af: wie verdient op dit moment mรฉรฉr tijd dan je kind? Wie verdient op dit moment mรฉรฉr beschikbaarheid dan je kind? Wie verdient op dit moment mรฉรฉr aandacht dan je kind?
Ik snap het niet. Echt niet.