De Praktijk Ingelmunster

De Praktijk Ingelmunster Voor zorgverleners die willen groeien op hun manier
🌿 Met goesting, mildheid & een vleugje zelfzorg. Samen sterker. Sluit je aan en groei met ons mee!

Multidisciplinaire groepspraktijk voor kinderen, jongeren en gezinnen.

In vormingen over hechting en DMM komen sommige vragen telkens terug.Drie ervan, met kort antwoord.1. “Moet ik precies w...
07/01/2026

In vormingen over hechting en DMM komen sommige vragen telkens terug.

Drie ervan, met kort antwoord.

1. “Moet ik precies weten welke strategie (A/B/C) iemand heeft?”

Nee.
Het helpt om de bewegingen te kennen, maar in de praktijk is het belangrijker dat je:

- gevaar meeneemt in je denken
- strategie als bescherming ziet
- taal en gedrag anders leert lezen

Je hoeft geen mini-coder te worden van elk gesprek.

2. “Mag ik het DMM expliciet benoemen naar cliënten?”

Ja, maar spaarzaam en in gewone taal.
Je hoeft geen model uit te leggen.
Je kan wel zeggen:

“Er bestaat een kader dat laat zien hoe mensen zich op verschillende manieren proberen te beschermen als dingen onveilig hebben gevoeld. Wat jij vertelt, past daar heel logisch in.”

3. “Hoe begin ik hieraan zonder mijn hele manier van werken om te gooien?”

Niet door nog een protocol bovenop je werk te leggen, wel door kleine verschuivingen:

- in je vragen (meer naar functie van gedrag)
- in je taal (van defect naar strategie)
- in hoe je naar je eigen reacties luistert

Begin klein.
Bijvoorbeeld met één cliënt bij wie je vastloopt en stel jezelf de vraag:

“Als ik zijn gedrag als beschermingsstrategie lees, wat wordt er dan logisch?”

Als je eenmaal door een hechtingsbril kijkt, is de verleiding groot om al die taal ook in de kamer te gebruiken:“onveili...
05/01/2026

Als je eenmaal door een hechtingsbril kijkt, is de verleiding groot om al die taal ook in de kamer te gebruiken:

“onveilige gehechtheid”,
“compulsief zorgende strategie”,
“C-gedrag”,
“informatieverwerking”.

Voor veel cliënten werkt dat vervreemdend.

Ze horen dan vooral: “Er is iets ingewikkelds met mij.”

Een paar vuistregels die wij zelf hanteren:

1. Geen labels, wel logica.

Niet: “Je hebt een vermijdende hechtingsstijl.”

Wel: “Je hebt geleerd om je gevoel wat naar de achtergrond te duwen en vooral in je hoofd te blijven. Dat heeft je lang geholpen.”

2. Minder theoretische termen, meer gewone woorden.

Niet: “Dit past bij een compulsief zelfonderdrukkende strategie.”

Wel: “Ik zie dat jij eerst denkt aan wat de ander nodig heeft en pas veel later aan jezelf.”

3. Eerst erkenning, dan kader.

Niet: “Dit is typisch voor mensen met jouw hechting.”

Wel: “Als ik naar je verhaal luister, snap ik heel goed dat je zo reageert. Vanuit hechting zouden we zeggen: dit is een manier om jezelf te beschermen.”


Je mag dus ver gaan in je eigen denkraam, maar in je taal naar cliënten werk je beter met:

- concrete situaties
- herkenbare voorbeelden
- zinnen die hen niet vastzetten, maar juist lucht geven

Misschien een oefening voor deze week:

p*k één zin uit je standaarduitleg over hechting en herschrijf die in gewone mensentaal, alsof je het aan een goede vriend uitlegt.

“Continuïteit van zorg” en “sensitief responsief” klinken alsof ze uit een handboek komen.In de praktijk gaat het om hee...
31/12/2025

“Continuïteit van zorg” en “sensitief responsief” klinken alsof ze uit een handboek komen.

In de praktijk gaat het om heel gewone dingen in gewone, drukke gezinnen.

ContinuĂŻteit van zorg betekent bijvoorbeeld:

- dat een kind weet wie er meestal thuis is na school
- dat er voorspelbare routines zijn rond eten, slapen, troosten
- dat er niet om de haverklap van verzorger gewisseld wordt zonder uitleg

Sensitief reageren betekent:

- de signalen van een kind opmerken
- proberen te begrijpen wat erachter zit
- reageren op een manier die de spanning helpt zakken, niet opstuwen

Dat ziet er zelden perfect uit.

Eerder zo:

- een ouder die na een uitval terugkomt en zegt: “Ik was net te hard, dat spijt me.”
- iemand die in de drukte van het avondritueel toch even oogcontact maakt en zegt: “Ik zie dat je boos bent, vertel eens.”
- ouders die uitleggen waarom er iets verandert (“Mama gaat later werken nu, maar oma komt je elke woensdag halen.”)

In volwassenbegeleiding zie je het omgekeerde:

- cliënten die nooit wisten wie ze gingen aantreffen
- mensen die als kind “te veel” of “te weinig” moesten signaleren om gezien te worden
- volwassenen die vandaag nog altijd onzeker zijn: “Blijf jij wel?”

Als je cliënten vraagt:

“Hoe wist jij als kind dat iemand er voor jou was of net niet?”

krijg je vaak haarscherpe voorbeelden.

Hechting gaat dan niet meer over ideaalbeelden, maar over concrete stukjes zorg, uitleg en afstemming in gezinnen die ook gewoon moe, druk en zoekend zijn.

Veel literatuur over hechting focust op de eerste drie levensjaren.Belangrijk, maar gevaarlijk als impliciete boodschap:...
29/12/2025

Veel literatuur over hechting focust op de eerste drie levensjaren.

Belangrijk, maar gevaarlijk als impliciete boodschap: “Wat dan krom groeit, blijft voor altijd krom.”

In gesprekken met volwassenen zie ik iets anders.

Hechting begint vroeg, maar loopt door over de hele levensloop.

Je ziet bijvoorbeeld:

- cliënten die in nieuwe relaties andere ervaringen opdoen dan thuis
- mensen die door een veilige partner, collega of hulpverlener hun verwachtingen bijstellen
- volwassenen die op latere leeftijd pas woorden vinden voor wat vroeger nooit benoemd is

Als je alleen vanuit “vroegkinderlijke hechting” denkt, kan je onbewust twee dingen doen:

- je cliënt het gevoel geven dat alles al vastligt
- de impact van latere ervaringen onderschatten (nieuwe trauma’s, maar ook nieuwe bronnen van veiligheid)

Levensloopdenken betekent voor ons:

- kijken naar hoe hechtingsstrategieën ontstaan zijn in de vroege jaren
- én naar hoe ze zich hebben aangepast bij elke grote overgang: school, puberteit, relaties, ouderschap, ziekte, verlies, detentie…

In volwassenbegeleiding is dat cruciaal.

Je werkt niet met “het kind van toen”, maar met iemand die al vele ronden verder is in zijn biografie.

Een simpele vraag die vaak veel opent:

“Als je je leven in hoofdstukken zou verdelen, in welke periodes voelde je je het minst alleen en in welke net het meest?”

Daarmee zie je meteen: hechting is geen statisch etiket, maar een verhaal in ontwikkeling.

Hechtingsstrategieën spelen niet alleen bij cliënten.Ze trekken jou als hulpverlener ook mee.Bijvoorbeeld:- Bij een erg ...
26/12/2025

Hechtingsstrategieën spelen niet alleen bij cliënten.

Ze trekken jou als hulpverlener ook mee.

Bijvoorbeeld:

- Bij een erg cognitieve cliënt (A-kant) merk je dat je zelf meer in uitleg, adviezen en theorie schiet.
- Bij een erg emotioneel reagerende cliënt (C-kant) merk je dat je óf mee overspoeld raakt, óf net verstart en afstand neemt.

Zonder dat je het wilt, zit je dan mee in de dans.

Een paar vragen die helpen om jezelf erbij te houden:

1. Wat doet dit gesprek met mijn lijf?

Word ik ongeduldig, slaperig, gejaagd, leeg?
Dat is vaak informatie over de strategie in de kamer.

2. Waar word ik in meegenomen?

Ga ik mee relativeren met de A-cliënt?
Ga ik oplossing na oplossing aanbieden aan de C-cliënt om de emotionele storm te kalmeren?

3. Welke tegenbeweging zou hier helpend zijn?

Bij veel “hoofd”: meer stilstaan bij gevoel en lichaam.
Bij veel “gevoel”: zoeken naar concreetheid en ordening, zonder het gevoel weg te duwen.


Je kan dat ook transparant maken:

- “Ik merk dat we veel in de uitleg zitten, terwijl dit eigenlijk best pijnlijke dingen zijn. Zullen we even stilstaan bij wat dit vanbinnen met jou doet?”
- “Ik zie hoe heftig dit voor je is. Zullen we samen één stukje uitp*kken waar we vandaag wat meer houvast rond zoeken?”

Hechting als strategie werkt dus in twee richtingen:
in je cliënt én in jou.

Misschien zinvol om deze weken niet alleen je cliënten,
maar ook je eigen A- en C-bewegingen eens bewust op te merken.

Decembergesprekken hebben vaak een eigen kleur.Cliënten praten over familiebezoeken, kersttafels, nieuwjaarsplannen en j...
24/12/2025

Decembergesprekken hebben vaak een eigen kleur.

Cliënten praten over familiebezoeken, kersttafels, nieuwjaarsplannen en jij voelt patronen opspelen die je al kent.

Drie bewegingen die wij vaak zien terugkomen:

1. Afstand en relativering (A-kant)

“We gaan wel langs, maar ik trek me er niet te veel van aan.”
“Het is maar één dag, ik steek er geen energie in.”
Onder de oppervlakte: iemand die zich innerlijk terugtrekt om niet teleurgesteld te worden.

2. Emotionele draaikolk (C-kant)

“Het wordt sowieso een drama.”
“Niemand begrijpt mij, elk jaar opnieuw loopt het uit de hand.”
Emoties lopen zo hoog op dat het bijna onmogelijk wordt om nog te voelen wat er precies raakt.

3. Dubbele agenda in de hulpverlening

De cliënt zegt: “Ik zie ertegen op, maar het komt wel goed.”
Jij voelt dat er meer spanning hangt dan er woorden voor zijn.
Dat geeft je soms een onrustig gevoel na het gesprek.


Met een hechtingsbril kan je dit anders benaderen:

- Je vraagt niet alleen wát er gepland is, maar ook:
“Wat verwacht jij dat er mis kan lopen?”
- Je kijkt welke strategie meteen klaarstaat zodra “familie” en “feestdagen” in beeld komen.
- Je helpt de cliënt zien dat hij niet gek is, maar reageert vanuit oude manieren van beschermen.

Misschien kan je deze week eens opletten:

welk decemberpatroon komt bij jouw cliënten het vaakst boven?

In gesprekken merk je het meteen als het spannend wordt:De ene cliënt gaat nóg meer uitleggen, analyseren, relativeren.D...
22/12/2025

In gesprekken merk je het meteen als het spannend wordt:

De ene cliënt gaat nóg meer uitleggen, analyseren, relativeren.
De andere cliënt gaat huilen, boos worden, overspoeld raken.

Binnen het DMM kijken we dan vaak naar twee basisbewegingen:

- meer naar de A-kant: focussen op feiten, denken, ordenen, gevoel wegduwen
- meer naar de C-kant: focussen op emotie, dramatiseren of overspoelen, feiten vervormen of laten vallen

Dat zijn geen karakters, maar strategieën om met gevaar om te gaan.

Een paar herkenbare beelden:

- De A-cliënt die zijn jeugd “logisch” uitlegt en zegt: “Iedereen heeft wel wat meegemaakt.”
- De C-cliënt die zegt: “Alles is altijd een chaos, niemand begrijpt mij ooit echt”, en verdwijnt in de emotie.

Rond de feestdagen wordt dat vaak duidelijker.
Familie, verwachtingen, herinneringen, oude patronen. Alles schuift dichter tegen elkaar.

Wat je kan doen:

- Niet alleen luisteren naar wát iemand vertelt, maar ook naar hoe hij dat doet.
- In de kamer benoemen dat je ziet dat iemand vooral naar het hoofd Ăłf naar de emotie schiet zodra het dichtbij komt.
- Samen onderzoeken waar dat vroeger voor nodig was.

Hechting als strategie helpt je dan om niet te denken:
“Hij is kil” of “zij is hysterisch”,
maar: “Dit is hoe hij/zij gevaar gelezen en proberen hanteren heeft.”

Welke cliënt schiet bij spanning meteen in het hoofd?
En wie zakt juist in emotie zodra het lastig wordt?

Loyaliteit is vaak voelbaar, maar weinig uitgewerkt.Je voelt dat een cliënt niet beweegt, maar het blijft hangen in zinn...
19/12/2025

Loyaliteit is vaak voelbaar, maar weinig uitgewerkt.

Je voelt dat een cliënt niet beweegt, maar het blijft hangen in zinnen als:
“Zo ben ik nu eenmaal” of “Dat kan ik hen niet aandoen.”

Een korte oefening voor jou als hulpverlener:

1. Kies één cliënt waarbij je voelt dat loyaliteit een rol speelt.

Iemand die blijft zorgen, blijven “begrip tonen”, zichzelf klein houdt, niet loskomt van oude patronen.

2. Maak voor jezelf een simpel overzicht.

Schrijf in drie kolommen:

• Naar wie is deze cliënt (nog) loyaal?
• Welke ongeschreven regels horen daarbij? (bv. “Je tegenspreekt je moeder niet.”)
• Wat kost het hem/haar om die regels te blijven volgen?

3. Vraag je af: waar beschermt deze loyaliteit nog tegen?

Denk aan: afwijzing, schuld, schaamte, de eenzaamheid van echt afstand nemen.

4. Neem één element mee naar het gesprek.

Je hoeft niet alles uit te tekenen.
Maar je kan bijvoorbeeld zeggen:
“Ik merk dat je erg rekening blijft houden met wat je ouders zouden denken, ook al doet dit je pijn. Ik vraag me af voor wie jij vandaag nog loyaal probeert te zijn en wat dat jou kost.”

Zo maak je loyaliteit zichtbaar als strategie.

Niet om de band met ouders te breken, wel om te onderzoeken of dezelfde regels nog zinvol zijn in het leven dat je cliënt nu probeert op te bouwen.

Parentificatie klinkt zwaar, maar je hoort het vaak in ogenschijnlijk gewone zinnen.Volwassen cliënten die het normaal v...
17/12/2025

Parentificatie klinkt zwaar, maar je hoort het vaak in ogenschijnlijk gewone zinnen.

Volwassen cliënten die het normaal vinden dat zij als kind de verantwoordelijkheid namen.

Vier typische uitspraken:

1. “Ik was als kind al heel zelfstandig.”

Dat kan waar zijn, maar vraag door:
“Wat moest jij dan zo zelfstandig doen?”
Vaak hoor je dat er weinig ruimte was om echt kind te zijn.

2. “Bij ons thuis kwam iedereen bij mij ventileren.”

Een kind dat de rol van vertrouwenspersoon krijgt, vangt spanningen op die eigenlijk voor volwassenen zijn.
Dat lijkt “volwassen”, maar is vaak een vorm van zorg die te groot was.

3. “Ik zorgde ervoor dat er geen ruzie was.”

Hier hoor je een kind dat het emotionele klimaat regelde.
Grapjes maken, sussen, voelen wie op ontploffen stond…
Dat zijn vroeg ontwikkelde strategieën om gevaar te beperken.

4. “Ik wilde mijn ouders niet tot last zijn.”

Kinderen die hun noden inslikken omdat de ouder het “al zo moeilijk heeft”,
leren al vroeg dat hun eigen kwetsbaarheid gevaarlijk of ongepast is.


In het heden zie je dan vaak:

• volwassenen die blijven zorgen, pleasen, sussen

• cliënten die moeite hebben met hulp vragen

• een diep gevoel dat hun eigen noden “te veel” zijn

In plaats van enkel te benoemen dat iemand “zorgend” of “oververantwoordelijk” is, kan je samen kijken naar de oorsprong:

“Als ik luister naar hoe jij als kind al bezig was met het goed houden voor anderen, zie ik iemand die veel te vroeg een volwassenenrol heeft opgenomen. Zullen we samen onderzoeken hoe dat jou heeft geholpen en wat het je vandaag kost?”

Dat is werken met parentificatie als strategie, niet als label.

16/12/2025
Dit soort mailtjes raken exact waar we het voor doen.“Helaas hebben niet alle coaches en psychologen die ik heb gesproke...
15/12/2025

Dit soort mailtjes raken exact waar we het voor doen.

“Helaas hebben niet alle coaches en psychologen die ik heb gesproken me goed kunnen helpen. Ik denk dat dit e-book hen ook had kunnen ondersteunen.”

Dankjewel om dit zo helder te benoemen. Want dit is onze WHY: hulpverleners taal, richting en houvast geven om achter gedrag weer strategie te zien en daardoor menselijker én scherper te kunnen werken.

Als jij ook voelt dat je in je werk soms nét dat kader mist: ons gratis e-book “Hechting in de praktijk: 5 signalen die je anders laten kijken” staat voor je klaar. Zie link in de commentaren of in bio.

In gesprekken hoor je vaak zinnen als:“Ja maar, het zijn toch mijn ouders.”“Ze hebben ook hun best gedaan.”“Ik kan hen d...
14/12/2025

In gesprekken hoor je vaak zinnen als:
“Ja maar, het zijn toch mijn ouders.”
“Ze hebben ook hun best gedaan.”
“Ik kan hen dat niet aandoen.”

Dat is geen gewoon schuldgevoel.
Dat is loyaliteit.

Loyaliteit gaat over de diepe, vaak niet-bewuste band tussen kind en ouderfiguren.
Ook als die ouders tekortschoten, grensoverschrijdend waren of zelf vastzaten.
Kinderen zoeken bijna altijd een manier om trouw te blijven: door te beschermen, goed te praten, te zorgen, te zwijgen.

Als je alleen kijkt naar klachten, zie je vandaag bijvoorbeeld:

• een volwassene die zichzelf wegcijfert in relaties
• iemand die geen “nee” durft zeggen tegen familie
• iemand die met één been bij de ouder blijft en met het andere verandering probeert te maken

Met een hechtingsbril zie je daaronder vaak:

• vroeg ontwikkelde strategieën om de band met belangrijke figuren te redden
• angst om liefde, zorg of erkenning kwijt te spelen als hij/zij “te veel” eigen plek inneemt
• herhaling van oude patronen: beter zelf lijden dan de ander teleurstellen

Loyaliteit is dus geen “zwakte” en ook geen “fout” van je cliënt.
Het is een vorm van bescherming: “Als ik trouw blijf, blijf ik tenminste verbonden.”

In plaats van te zeggen: “Je moet je meer losmaken”,
kan je onderzoeken:

• Voor wie blijf jij vandaag loyaal?
• Welke ongeschreven regels horen daarbij?
• Wat kost het jou om die regels te blijven volgen en wat levert het op?

Dat gesprek is vaak veel vruchtbaarder dan proberen overtuigen dat iemand “recht heeft” om afstand te nemen.

Adres

Oostrozebekestraat 114
Ingelmunster
8770

Openingstijden

Maandag 08:30 - 18:30
Dinsdag 08:30 - 18:30
Woensdag 08:30 - 18:30
Donderdag 08:30 - 18:30
Vrijdag 08:30 - 18:30

Telefoon

+32492478105

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer De Praktijk Ingelmunster nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Praktijk

Stuur een bericht naar De Praktijk Ingelmunster:

Delen

Share on Facebook Share on Twitter Share on LinkedIn
Share on Pinterest Share on Reddit Share via Email
Share on WhatsApp Share on Instagram Share on Telegram