07/01/2026
In vormingen over hechting en DMM komen sommige vragen telkens terug.
Drie ervan, met kort antwoord.
1. “Moet ik precies weten welke strategie (A/B/C) iemand heeft?”
Nee.
Het helpt om de bewegingen te kennen, maar in de praktijk is het belangrijker dat je:
- gevaar meeneemt in je denken
- strategie als bescherming ziet
- taal en gedrag anders leert lezen
Je hoeft geen mini-coder te worden van elk gesprek.
2. “Mag ik het DMM expliciet benoemen naar cliënten?”
Ja, maar spaarzaam en in gewone taal.
Je hoeft geen model uit te leggen.
Je kan wel zeggen:
“Er bestaat een kader dat laat zien hoe mensen zich op verschillende manieren proberen te beschermen als dingen onveilig hebben gevoeld. Wat jij vertelt, past daar heel logisch in.”
3. “Hoe begin ik hieraan zonder mijn hele manier van werken om te gooien?”
Niet door nog een protocol bovenop je werk te leggen, wel door kleine verschuivingen:
- in je vragen (meer naar functie van gedrag)
- in je taal (van defect naar strategie)
- in hoe je naar je eigen reacties luistert
Begin klein.
Bijvoorbeeld met één cliënt bij wie je vastloopt en stel jezelf de vraag:
“Als ik zijn gedrag als beschermingsstrategie lees, wat wordt er dan logisch?”