24/01/2026
Derde open brief aan Frank Vandenbroucke, geschreven waar beleid nooit komt
Vrijdagavond, 19u30. De week is niet “druk” geweest - dat woord is te licht - maar uitputtend. Zo’n week die eindigt met onafgewerkte taken en het schuldgevoel dat je dat morgen wel weer zal inhalen. Dus doe je wat mensen doen die niet in beleidsnota’s leven: je gaat op café. Niet voor het bier alleen, maar voor de realiteit. Die zit nog aan de toog. Niet in de Wetstraat.
Ik raak aan de praat met een zelfstandige verpleegkundige. Geen lobbyist, geen adviseur, geen stakeholder - gewoon iemand die elke dag mensen letterlijk recht houdt. Mijn vrouw, 44 jaar intensieve zorgen achter de rug, net met pensioen, denkt erover om misschien toch nog wat bij te springen in de thuiszorg. Haar nummer is al aangevraagd. “Doe het niet,” zegt de verpleegkundige zonder aarzelen. “Ik ben aan het stoppen. Ze maken ons kapot.”
Wat zij beschrijft, is geen beleid. Het is wantrouwen als bestuursprincipe.
Er is een systematische heksenjacht bezig op zelfstandige verpleegkundigen. Terugvorderingen op grote schaal. Controles die vertrekken vanuit de veronderstelling dat fraude de norm is. Oudere patiënten worden ondervraagd, geïntimideerd zelfs, en moeten op eer verklaren hoe hulpbehoevend ze zijn. Alsof kwetsbaarheid een juridische categorie is geworden. Alsof aftakeling iets is wat je “hard genoeg” moet bewijzen om recht te hebben op zorg.
Stel u dat even voor. Hoogbejaarde mensen die moeten bevestigen dat ze zich niet meer zelf kunnen wassen. Dat ze incontinent zijn. Dat hun geheugen hen in de steek laat. Niet aan een arts, niet in vertrouwen, maar in functie van een controle. Met daarbovenop de stille dreiging: pas op, dit kan gevolgen hebben. En ja, die gevolgen zijn duidelijk. Niemand wil naar een woonzorgcentrum. Niemand. Maar dat gesprek voeren we “later wel eens”.
Het gevolg van dit alles is ronduit pervers: zelfstandige verpleegkundigen die foto’s nemen van volle pampers. Niet uit sensatiezucht, maar als juridisch vangnet. Bewijsmateriaal. Voor wanneer de inspecteur langskomt. In welk moreel universum is dit een aanvaardbare manier van werken? Welke beleidsmaker heeft dit scenario gelezen en gedacht: ja, dit is menswaardig?
Maar laten we niet naïef zijn. Dit is geen accident. Dit is een keuze.
Het beleid maakt het leven van zelfstandige verpleegkundigen zo moeilijk dat ze afhaken. En wie wint? Grote structuren. Grote organisaties. Grote logo’s. Namen als het Wit-Gele Kruis. De kleine zorgverlener wordt weg-gecontroleerd, weg-geadministreerd, weg-gewurgd. Net zoals bij de rusthuizen. Daar hebben we gezien waar schaalvergroting toe leidt: efficiëntie op papier, ontmenselijking in de praktijk. En toch doen we het opnieuw. Omdat lessen trekken blijkbaar niet rendeert.
Dan de verloning. Of wat daarvoor moet doorgaan.
Een zelfstandige verpleegkundige staat om vijf uur op. Start om zes uur. Ronde tot half twee. ’s Avonds opnieuw de baan op - vaak onbetaald - om mensen in pyjama te helpen, omdat zorg geen kantooruren kent. Gemiddeld tweeëntwintig patiënten per dag. Tweeëntwintig levens, lichamen, verhalen.
Een injectie: ongeveer vijf euro bruto. Voor een handeling die bestaat uit handen wassen en ontsmetten, medicatie controleren, patiënt informeren, correcte techniek toepassen, veilig opruimen, observeren en registreren. Vijf euro. Dat is minder dan een cappuccino met havermelk in een hippe koffiebar.
Een patiënt wassen: vanaf acht euro bruto. Acht. Voor intieme zorg. Voor menselijkheid. Voor tijd. Voor aandacht. Voor professionaliteit. Dat is geen verloning, dat is een structureel signaal: deze zorg telt niet. Of toch niet genoeg.
En terwijl verpleegkundigen hun werk moeten bewijzen met foto’s van kwetsbare lichamen, verdwijnen belastingmiljoenen in politieke mist zonder dat iemand ooit persoonlijk wordt aangesproken. Geen foto’s. Geen terugvorderingen. Geen vernederende controles. Misschien is het tijd voor een deontologisch orgaan voor politici. Eén met tanden. Waar verspilling, wanbeleid en fraude niet eindigen in een persbericht, maar in gevolgen.
Politici hebben geen “job”. Ze hebben een mandaat. Ze staan niet boven, maar ten dienste van de bevolking. Al lijkt dat fundamentele idee onderweg verloren geraakt. Vergoedingen zijn geen loon. Ze horen geplafonneerd te zijn. Cumul van zitpenningen hoort tot het verleden. Wie echt in dienst staat van het algemeen belang, heeft geen nood aan een financiële stapelmat.
Maar de kernvraag blijft: wanneer durven politici eindelijk eens in eigen vel te snijden? Wanneer aanvaarden ze dat vertrouwen niet afgedwongen wordt met controles, maar verdiend met rechtvaardig beleid?
Misschien zouden ze vaker op café moeten komen. Niet om gezien te worden, maar om te luisteren. Al is de kans klein. De toog is confronterend. En daar kunnen geen beleidsnota’s tussen.
Ronny Ceusters