10/05/2016
Een zeer serieus verhaal geestig geschreven (uit het boek "Hé dokter, word wakker!":
True Piggelmee story (een tovervis kent ook haar grenzen)
"Is het verhaal van een echtpaar waar de vrouw geen nee kon zeggen tegen haar eigen hebberigheid of speelt dit "sprookje" zich op dit moment overal op de Aarde af?
Iedere keer weer opnieuw stuurt vrouwtje Piggelmee haar arme man naar de zee om aan de goede tovervis meer, meer, méér te vragen.
Was haar man tegen haar opgewassen geweest, dan had hij gewoon gezegd: "Zo is het welletjes, vrouw, we hebben nu alles wat we nodig hebben. We hebben een paleis, we hebben genoeg van alles te eten en te drinken en we kunnen de hele dag op ons g*t zitten om de Privé te lezen. Vergelijk het met vroeger toen we nog in onze omgekeerde, tochtige bloempot woonden en de hele dag hard moesten zwoegen om iets op tafel te krijgen. Zo is het genoeg, vrouw, je moet een keer tevreden zijn!"
Maar mannetje Piggelmee was een mietjeskabouter en iedere dag sloofde hij dus met gebogen hoofd naar het strand met een nieuw wens voor de tovervis. En iedere dag leek zijn hoofd meer gebogen en leken zijn voeten nog zwaarder te worden. En op een kwaaie dag was het zover.
De tovervis was al die nieuwe wensen, om steeds maar weer méér, op een dag zo spuugzat, dat hij met half overslaande stem blubte: "bekijk het maar, stelletje ontevreden sukkels. Ja, en nou niet alleen je vrouw de schuld geven, jij bent ook een e***l, een smurf! Ga maar terug naar huis, dan zul je wat beleven. Nee, "sorry" is wat te makkelijk in dit geval, op****en nou!"
Shakend over zijn hele lijf strompelde het mannetje terug. Het liep hem dun langs de benen. Niet alleen zat de schrik van de tovervis nog in iedere cel van zijn arme lijf, hij was ook doodsbenauwd voor de reactie van zijn vrouw.
Hij draalde zolang dat het wel een halfuur duurde voor hij aankwam op de plek waar vanmorgen hun paleis nog had gestaan - het paleis met de weelderige paleistuinen, de buigende dienaren - stiekem zat het mannetje altijd vooral naar de buigende dienstertjes in hun korte rokjes te kijken - altijd op zijn hoede dat hij niet door zijn vrouw betrapt zou worden - misschien maakte het dat ook wel extra spannend, want stel je voor dat hij echt eens alleen met zo'n leuk dienstertje in de tuin zou zijn - dat ze een zacht grasveldje zaten, tegen de kersenboom geleund, die alle seizoenen diep boog met zijn takken, zwaar beladen onder de rijpe kersen - weer zo'n dwaze wens van zijn vrouw - hij had nog gezegd: "Vrouw, daar komt alleen maar ellende van, je moet niet met de seizoenen rommelen - alles op sien tied" (hij bleef natuurlijk boer): "Een boom moet één keer per jaar bloeien anders komt er alleen maar narigheid van" - maar zijn vrouw had hem zo vuil aangekeken , dat hij zich pardoes in de ossenstaartsoep verslikte - iets wat vroegen niet had gekund omdat ze nooit ossenstaartsoep konden betalen - en stiekem verlangde hij wel eens terug naar die tijd, want eigenlijk vond hij die ossenstaartsoep maar drie keer Niels - dus stel dat hij daar met dat dienstertje zou zijn, hij zou toch helemaal niets durven, want stel je voor dat ze haar hand op zijn been legt - of ergens nog, zijn hand vast pakt en die zachtjes tegen haar ronde borstjes drukt - hij zou niet eens weten waar hij zou moeten kijken, hoe hij zoiets aan zou moeten pakken - hij zou zo'n rooie kop krijgen dat ze geen verschil meer zou zien met de kersen boven hun hoofden....nee, hij kon er maar beter over blijven fantaseren, net als vroeger, toen ze nog in een tochtige bloempot woonden, met zijn vrouw die over een paleis fantaseerde net dienaren en kersenbomen die altijd bloeiden en ook nog vol kersen hingen....nee, nee - hij vertelde zijn vrouw natuurlijk niet dat hij ook fantaseerde over dienstertjes, dat leek hem niet zo verstandig, want zijn vrouw kon nog wel eens opvliegend zijn, en nee, dat had niets met haar menstruatie te maken....Hij vond het fantaseren over al die dingen eigenlijk veel leuker dan de werkelijkheid waar hij nu in terecht was gekomen met al die weelderige paleistuinen, de buigende dienaren - stiekem zat het mannetje altijd vooral naar de buigende dienstertjes te kijken - altijd op zijn hoede dat hij niet door zijn vrouw betrapt zou worden - of had ik je dat al verteld - de lakeien die de prachtig gedekte tafels overlaadden met heerlijkste spijzen, de topkoks die de heerlijkste vetarme (jammer, jammer, hij hield zo van uitgebakken spek, dat langs zijn mond omlaag droop vooral met bruine bonen, aardappelen en appelmoes, dat hij dan allemaal door elkaar ging husselen en vooral lekker heftig prakken natuurlijk - maar dat mocht nu allemaal niet meer) spijzen bereidden en natuurlijk de stoelen van Jan des Bouvrie - je kon niet op zitten, maar je maakte wel indruk op je vrienden - (jammer, jammer....ze hadden helemaal geen vrienden meer - zijn vrouw wilde niet meer met die arme armoedzaaiers omgaan) - hun beste vrienden, met wie ze vroeger een kaartje legden en een pijpje duingras rookten... En daar waar eens het paleis had gestaan met de weelderige paleistuinen, de... nou ja wat maakt het allemaal uit, want daar zag hij - echt op precies dezelfde plaats - droomde hij of was het echt - daar zag hij hun oude vertrouwde bloempot weer staan en zijn vrouw in haar oude armoedige kleren zat hartversheurend te huilen op een kapot krukje, dat beslist niet van Jan des Bouvrie was, en hoewel hij even medelijden wilde krijgen met zijn vrouw, voelde hij een golf van geluk door hem stromen: "hij was weer thuis!"
Ik hoop dat het duidelijk is: als je niet op tijd "nee" zegt, kom je weer terug op je beginpunt, ofwel terug bij AF."