27/03/2026
V E R G E V I N G
Het went nooit.
Fouten maken. En toch kan het niet anders dan dat we ze maken. Ook als zorgverleners. Het gaat er vaak over tijdens mijn coaching:
hoe je je voelt als je een fout maakt en waarom we er zo bang voor zijn.
Onlangs maakt ik zelf weer eens een fout. Eentje waar ik enorm van baalde ondanks dat het geen invloed had op de medische uitkomst. Het was met name een fout in mijn communicatie naar de ouders toe.
En dat juist ík dat onderdeel niet goed deed, met al mijn ‘coachingsskills’, mijn hart voor de zorg, mijn hart voor de mens achter de patiënt/client…dat deed extra zeer. Dat ook ik, óók op dat vlak, nog steeds fouten kan (en mag) maken.
Dat ik privé nog wel eens onhandig communiceer, allez, we zijn allemaal mensen toch? Maar dat ik tijdens mijn wérk hierin een steek liet vallen, die kwam echt hard aan.
“Sta je mooi voor schut met al je stoere praatjes over ‘verlosvrees’ en fouten mogen maken, ten Berge”, sprak ik mezelf liefdeloos toe.
Ik schaamde me. En durfde dit daarom ook niet meteen online op te biechten. Terwijl juist dat zo belangrijk is om dit taboe te doorbreken. Het taboe dat we allemaal menselijk zijn en fouten maken, blijven maken, mogen maken. Niet alleen onze skills en successen delen, maar ook waar we de plank misslaan en minder mooi op de foto staan.
Als coach zou ik aan mezelf vragen: wat staat je te doen als je een fout gemaakt hebt?
Naast goedmaken (indien mogelijk), sorry zeggen en ervan leren, is dat ook: jezelf vergeven.
Maar ook voor de coach zelf blijft dit dus lastig.
Want fouten maken?
Het went nooit.
——————————————————————
Dit is deel 8 van mijn serie ‘Verloslaten, Veerkracht & Vrolijkheid — in de praktijk’. In mijn trainingen en coaching leer ik je hoe je, wat niet werkt in je leven, anders kan doen. Hier lees je hoe ik het zelf toepas in het echte leven, met vallen en opstaan.