18/04/2020
Omdat er vaak kleine of grote trauma’s aan pijn ten grondslag liggen, raakt de fijngevoeligheid van ons lichaam verstoord. Waardoor inschatten van belasting en belastbaarheid steeds moeilijker wordt. Dat inschatten van de belastbaarheid wordt door het brein gedaan. Het brein trekt zich bij een klein of groter lichamelijk trauma terug uit dat deel van het lichaam waar het trauma is ontstaan. Als jij je op het gekwetste lichaamsdeel zou focussen bij een trauma dan functioneer je niet goed meer. Het is een natuurlijk proces dat de hersenen afstand nemen van de gekwetste plek. Zodat er bijvoorbeeld genoeg bewustzijn wordt vrijgemaakt om hulp in te roepen, of een koude pakking te maken.
Normaal gesproken herstellen onze hersenen de connectie met het gekwetste lichaamsdeel weer. Soms zijn er echter omstandigheden waardoor dit niet goed genoeg gebeurd. Dat kunnen veel verschillende dingen zijn:
-op psychisch vlak: er kan tijdens of vlak na het oplopen van de kwetsuur iets in de omgeving of in jezelf gebeuren waardoor er bepaalde gedachten aan de pijn gekoppeld worden. (ik doe ook alles fout; ik wordt door niemand geholpen; dit is mijn straf; nu ben ik uitgeschakeld en dan hoef ik gelukkig niet naar mijn werk; ik wordt nu nooit meer beter ….en ga zo maar door). Het is heel helend om er achter te komen waar deze gedachten vandaan komen. Er is meestal wel hulp bij nodig om uit die gedachtenpatronen te breken.
- op lichamelijk vlak: een dag na de kwetsuur val je misschien weer, je verstapt je of je stoot je op een plek daar in de buurt. Dan wordt er trauma op trauma gestapeld. En raken de hersenen nog meer in de stress.
Hierdoor kán er een meer blijvend negeren van het gekwetste lichaamsdeel ontstaan. En als de hersenen iets negeren ontstaan er een verminderde fijngevoeligheid. De doorbloeding wordt wat minder. De balans tussen spieren raakt verstoort. Dit kan van heel licht tot serieus uitpakken. Van iets langer doen over het herstel tot een Complex Regionaal Pijnsyndroom, wat verstrekkende gevolgen kan hebben.
Om dit proces om te draaien is er een redelijk simpele oefening:
Let op: simpel maar wel met alle concentratie die je in je hebt.
Laten we zeggen dat de knie het probleem is. Het makkelijkst is om iemand anders te vragen om een hand op je knie te leggen. Ongeveer daar waar de pijn zich bevindt. Die persoon hoeft verder niets te doen. Alleen de hand daar houden tot jij klaar ben met de oefening. Het echte werk doe je zelf. Eerst probeer je heel precies die hand te voelen: duim, alle vingers los van elkaar en de handpalm. Daarna laat je je hersenen heel hard werken door net te doen alsof je ín de hand kan voelen. Helemaal tot aan de pols…….tot aan de elleboog….tot aan de schouder en dan helemaal door de persoon die je helpt naar de grond. Er zit geen tijdslimiet aan. Waar het om gaat is het ‘voelen’!
De hersenen moeten dan zoiets moeilijks doen dat het volledige concentratie vraagt van de hersenen om door het gekwetste lichaamsdeel heen te gaan voelen. Hierdoor verbetert de communicatie weer. En als je het goed hebt gedaan, zal je merken dat de bloedtoevoer beter is (je voelt de aderen helemaal kloppen, het wordt ook warmer) én je zal merken dat de pijn ook meteen afneemt. De hersenen hebben de juiste stand van zaken in de knie kunnen voelen en schakelen over op een st***je: “minder pijn voelen”.
Als er niemand in de buurt is kan je bv een kersenpitten zak of een zak knikkers op of onder je knie leggen. Dan ga je proberen alle knikkers apart te voelen. Daarna voel je ín de zak naar de andere knikkers en voel je door de stoel/het bed heen naar de pootjes tot aan de grond.
Je kan ook met je eigen handen voelen, MAAR dat is echt moeilijker dan je denkt. Je moet dan met je knie in je hand gaan voelen en niet met je hand naar je knie toe voelen. En dat laatste heeft de absolute voorkeur van je hersenen. De handen zijn veel meer vertegenwoordigt in je hersenen dan je knie. Je moet echt van heel goede huize komen om de focus op voelen via de knie te houden. Dus deze laatste raad ik niet echt aan.