02/05/2026
Op een terras in Amsterdam, een paar zomers geleden, zag ik een vrouw zitten van ergens in de zestig. Ze dronk koffie in haar eentje. Niets bijzonders aan haar uiterlijk. Geen opvallende jurk, geen gestileerd kapsel, geen sieraden die schreeuwden om aandacht. En toch bleven mijn ogen op haar steken.
Ze had iets om zich heen.
Ze keek niet op haar telefoon. Ze hield haar koffie in beide handen, alsof het een ritueel was. Toen de ober kwam en iets vroeg, lachte ze hem zo aan dat hij langer bleef staan dan nodig. Geen flirt. Geen show. Iets eerlijkers. Een blik die hem helemaal had gezien voor hij weer wegliep.
Aan de tafel naast haar zat een stel van een jaar of dertig. Hij zat op zijn telefoon. Zij zat op de hare. Hun kapsels waren van een ander tarief dan dat van haar. Hun horloges blinkten in de zon. En toch was er niets om hen heen. Ze waren mooi en afwezig tegelijk. Ze namen ruimte in zonder gezien te worden, omdat ze zichzelf op dat moment ook niet zagen.
We zijn als samenleving uit elkaar gaan halen wat onlosmakelijk bij elkaar hoort. We hebben aantrekkelijk losgekoppeld van aanwezig. We hebben sensueel verward met seksueel. We hebben jong gelijkgesteld aan begerenswaardig. En we hebben jezelf laten zien synoniem gemaakt aan jezelf laten verbouwen.
Ondertussen lopen er om ons heen mensen rond, soms zestig, soms tachtig, soms net dertig, bij wie iets aanvoelt dat niet in de spiegel woont. Het zit in hun adem. In hoe ze koffie vasthouden. In hoe ze iemand aankijken die ze nog niet kennen. In hoe ze stilte kunnen verdragen aan tafel zonder de pauze te moeten vullen. In hoe ze hun lichaam laten doen wat het wil. Bewegen, ademen, zwijgen, lachen, zonder dat ze er eerst toestemming aan zichzelf voor vragen.
Aantrekkingskracht is geen gevolg van wat je doet. Het is een gevolg van hoe je in je leven staat.
Ik schreef daar acht jaar geleden een stuk over voor een blad. Dat sensualiteit gaat over hoe we in contact staan met alles en iedereen, over hoe we onze zintuigen gebruiken om aanwezig te zijn. Ik geloof dat nog steeds. Sterker nog, ik geloof het nu meer dan toen.
Wat ik in mijn werk steeds opnieuw zie, is hoeveel mensen denken dat aantrekkingskracht iets is wat aan de buitenkant moet gebeuren. Ze willen meer sporten. Ze willen een nieuwe garderobe. Ze willen vaker uitgaan. Ze proberen iets terug te halen waarvan ze geloven dat het in een eerdere versie van henzelf zat. Die slankere versie. Die jongere versie. Die meer-tijd-voor-zichzelf-versie.
En heel eerlijk: ik doe daar voor een deel ook aan mee. Ik betrap mezelf erop. Een nieuw paar schoenen, een ander kapsel, een lijstje met dingen die ik eindelijk weer eens zou moeten doen. Het is menselijk. Het is begrijpelijk. En het is bijna nooit het hele antwoord.
Want ondertussen lopen we met onze telefoon in de hand voorbij een spiegel waarin we onszelf niet meer aankijken.
Het zit niet in de gym. Het zit niet in de garderobekast. Het zit ook niet in de zoveelste quick fix waar de markt graag iets aan verdient. Het zit in iets wat veel ouder is en veel minder verkoopbaar.
Het zit in of je weer in je zintuigen kunt komen wanneer je gewoon koffie drinkt. In of je iemand kunt aankijken zoals die vrouw die ober aankeek. In of je verdriet kunt voelen zonder het meteen weg te ademen. In of je een lichaam toelaat dat moe is, dat verlangen heeft, dat soms niet weet wat het wil. In of je iemand naast je in bed laat liggen zonder dat je in je hoofd al weet hoe je morgen zou moeten zijn.
Het zit in eigenheid. In aanwezigheid. In bereidheid om te voelen wat er te voelen is.
Het zit ook in moed, ja. Maar niet de moed van een prestatie. Het is de stillere moed van iemand die weigert mee te doen aan een leven dat niet helemaal het hare is. Iemand die op een terras gaat zitten in haar eigen lichaam, in haar eigen tijd, in haar eigen ritme, en die de wereld het oog op zichzelf laat richten zonder daarvoor iets te hoeven hebben gedaan.
Die vrouw van toen heb ik nooit meer gezien. Maar afgelopen woensdag zat ik op een terrasje, in het zonnetje, en uit het niets begon een vrouw van zesentachtig (zo vertelde zij me) tegen me te praten. Ze zei dat ik geen mobiel in mijn hand had en dat ze daarom veronderstelde dat het wel kon. We zaten een poosje samen. En via haar moest ik weer denken aan die vrouw van jaren geleden, aan wie ik mijn stuk toen heb opgedragen.
Dat is denk ik wat aantrekkingskracht is. Iets wat overblijft bij iemand die zichzelf niet meer wegcijfert, niet meer voorbij rent, niet meer voor anderen uitvergroot, en daarmee voor iemand anders een stille uitnodiging wordt om dat ook te durven. Die vrouw is me dus bijgebleven. Dat doet aantrekkingskracht met mensen.