09/01/2026
Ik las vanochtend zo’n bericht op social media. Je weet wel, die plek waar je heen gaat voor kattenfilmpjes en soms blijft hangen voor menselijk gedrag in het wild.
Het ging over een vrouw van 89 die van haar verhuurder het verzoek kreeg om haar balkon sneeuwvrij te maken. Reden erbij: sneeuw is zwaar, en als het te veel wordt, kan zo’n balkonconstructie het begeven. Een praktische boodschap, maar met een emotionele lading die je al van mijlenver ziet aankomen.
En precies daarom wilde ik de reacties lezen. Ik wil daar iets over zeggen, want het wordt al snel verkeerd begrepen. Ik lees commentaar bepaald niet vanwege een hang naar cynisme, integendeel. Ik heb juist geen behoefte om mijn vertrouwen in mensen langzaam weg te scrollen. Alleen, zo nu en dan stel ik mezelf bewust bloot aan hoe we op social media met elkaar omgaan, omdat het een rauw meetpunt is geworden van de stand van zaken. Zijn we echt zo gepolariseerd? Het eerlijke antwoord is: ja. Je ziet hoe snel we kampen vormen, hoe graag we een dader en een slachtoffer aanwijzen, en hoe weinig ruimte er soms is voor nuance, twijfel of nieuwsgierigheid.
Maar ik kijk óók om te blijven zoeken naar het andere. Zijn er dan ook nog mensen bij wie het empathisch systeem aan het werk is? Ja. Alleen, empathie is online zelden de luidste stem. Het is niet de reactie met de meeste uitroeptekens. Het zijn vaak de kleinere zinnen: “Weet iemand de context?” “Kan iemand haar helpen?” “Is er iemand in de buurt die dit kan oppakken?” Volwassenheid scoort niet altijd lekker in een commentaarveld, maar hij is er wel.
Wat mij vervolgens opviel, was hoe verongelijkt veel reacties waren. “Schande!” “Hoe durf je!” “Waar is de menselijkheid?” En ergens begrijp ik dat. Als ik “89-jarige vrouw” lees, gaat mijn empathiesysteem ook aan. Bij jou waarschijnlijk ook. Ons brein maakt razendsnel een mini-film: iemand kwetsbaar, iemand alleen, iemand die het niet meer kan. En voor ik het weet voel ik iets in mijn borst, of in mijn buik. Dat is hoe we als relationele wezens zijn afgesteld.
Context stuurt empathie. Leeftijd, kwetsbaarheid, afhankelijkheid, en zelfs het woord “gesommeerd” tegenover “verzocht”. We lezen niet alleen de feiten, we lezen het verhaal erachter. En daarin zitten onze eigen herinneringen, angsten en loyaliteiten. Wie ooit een ouder zag worstelen, reageert anders dan iemand die vooral denkt: regels zijn regels. Wie zelf nooit hulp durft te vragen, kan extra fel worden op “de verhuurder”. Zo’n klein bericht blijkt ineens een spiegel.
En toen gebeurde er nog iets interessants. Tussen de verontwaardiging door stonden er ook reacties die meteen naar oplossingen gingen. “Bel even iemand in de buurt.” “Zout erop.” “Warm water.” “Vraag de huismeester.” Handig, zou je zeggen. En dat is het ook. Alleen, in mijn werk zie ik hoe “oplossingen” soms óók een strategie kunnen zijn om empathie niet te hoeven voelen. Niet altijd, maar vaak genoeg.
Want empathie voelen is niet alleen warm. Empathie kan ook ongemakkelijk zijn. Het zet je stil bij kwetsbaarheid, afhankelijkheid, eindigheid. En dat kan in ons lijf aanvoelen als spanning. Dan kiezen we onbewust voor iets wat sneller te dragen is: boos worden, schuld aanwijzen, of razendsnel fixen. Dan hoeft het niet te gaan over die knoop in je buik. Dan kan het gaan over zout.
Dat vind ik het fascinerende aan dit micro-voorbeeld. In een samenleving die graag denkt dat alles over inhoud gaat, laat zo’n bericht zien hoezeer we hechtings- en relatiegerichte wezens zijn. We zoeken veiligheid. We zoeken rechtvaardigheid. We zoeken een plek waar iemand ziet: “Dit is te veel voor één mens.” En we reageren niet alleen met woorden, maar met ons zenuwstelsel. De toon, de felheid, de haast om gelijk te krijgen, het snelle advies, het cynisme. Het is allemaal relationeel gedrag.
En hier ligt mijn echte wens. Dat we sociale media niet nodig hebben om ons empathisch systeem aan het werk te zien. Dat we het niet pas voelen als er een verhaal voorbij komt dat groot genoeg is om ons te raken. Maar dat het zichtbaar wordt in alle kleine, alledaagse momenten, precies daar waar niemand applaudisseert.
Empathie als iets wat niet alleen in comments bestaat, maar in gedrag. In een hand die even een deur openhoudt als iemand met een rollator aankomt. In een buur die denkt: het heeft gesneeuwd, ik loop toch al naar buiten, ik pak dat stukje stoep ook mee. In een verhuurder die niet alleen een bericht stuurt, maar ook één zin toevoegt: “Lukt dit u, of zullen we samen iets regelen?” In iemand die aanbelt en zegt: “Ik zag het weer, zal ik even helpen?” Kleine zinnen, grote impact.
Misschien is dat wel waar ik uiteindelijk naar verlang. Dat we minder afhankelijk worden van een scherm om te voelen dat we bij elkaar horen. Dat empathie niet pas oplicht als er een dramatisch verhaal voorbij komt, maar dat ze al zichtbaar is in de stilte van gewone dagen. In de kleine daden die niemand filmt. In de keuze om niet alleen gelijk te willen hebben, maar ook goed te willen doen.
Als social media één ding laat zien, is het hoe snel we reageren. Het echte leven laat zien wie we zijn wanneer we niet hoeven te reageren, maar gewoon kunnen handelen. En misschien is dát de plek waar onze menselijkheid het meest overtuigend wordt: niet in wat we vinden, maar in wat we doen.