05/01/2019
Stel je voor dat jij als mens genoeg bent, voor jezelf èn de ander.
Dat vind ik een hele spannende gedachte.
Eerst wat achtergrond
Een cliënt komt bij me. Hij lijkt vastgelopen in het leven. Er is niet veel bijzonders mee, maar alle fut is er uit. De therapie kent weinig hoogte en dieptepunten, het schiet niet zo op. Er komt geen ontwikkeling op gang. Dat duurt een paar maanden. Het merkwaardige is dat de cliënt wel graag terug komt. zonder dat we ogenschijnlijk vorderingen maken. We doen blijkbaar iets wat de cliënt wel zoekt.
Frustratie versus aanblijven
Zo een proces heeft iets frustrerend. Zowel voor mij als voor de cliënt. Ik probeer van alles, maar bovenal probeer ik vooral niet hard aan het werk te gaan. Ik probeer vooral mijn eigen frustraties, gevoel van onmacht en onkunde, te dragen opdat het contact blijft en ik medemens kan zijn. Dat levert op voor de cliënt. "Aanblijven" wordt dat genoemd in haptonomie, de presentieleer van Andries Baart noemt dat "present zijn".
Op een onverwachts moment komt er dan beweging, soms door iets wat ik doe vaker nog door iets wat de cliënt doet. Maar dan gaat het hard, de cliënt gaat zich ontwikkelen, vaak in kleine stapjes, maar wel zelf! En dat zelf ontwikkelen geeft vertrouwen. Zoveel vertrouwen dat de cliënt een korte tijd weer zelfstandig verder wil èn kan!
"Het is fijn te ervaren dat ik er nog ben"
Joost heeft zich aangemeld. Hij heeft vroeger een burnout gehad en is bang weer in dezelfde situatie terecht te komen. Hij heeft een prima baan, leuke collega's en hobby's. Joost verteld wat vlak over zijn leven, maar in zijn verhalen lijkt niets wat hij niet aankan of wilt veranderen. We praten, doen diverse oefeningen, hiermee krijgt hij nieuwe inzichten. Zo blijk hij heel goed voor de ander te zorgen en minder voor zichzelf. Die oefeningen en ervaringen helpen Joost wel, maar zijn leven lijkt niet werkelijk te veranderen. Joost blijft wel terugkomen. Tot Joost, als ik hem aanraak, de opmerking plaatst: "het is zo fijn om bij jou te voelen dat ik ergens diep weg er nog wel ben". Aha, dat komt hij dus doen: even checken of hij er nog wel is om dan weer snel verder te kunnen rennen in de waan van de dag, weg van het gevoel. Daarna hebben we nog een paar intensieve sessie gehad en is Joost vol vertrouwen in zijn eigen ontwikkeling weer zijn eigen weg gegaan.
Uithouden, volhouden en vertrouwen
Je zou zo een proces met Joost kunnen beschrijven als het “volgehouden hebben”, of “uitgehouden hebben”. Maar dan doe je zowel Joost als mij tekort. Ja we hebben het volgehouden, maar we hebben zo wezenlijk veel meer gedaan dan volhouden alleen. Juist door niet hard te gaan werken, niet de schuld of oplossing bij de ander, of juist bij onszelf, te zoeken maar door vertrouwen te hebben in onszelf dat we met al ons (on-)vermogen als mens genoeg zijn. Beter gezegd door steeds meer vertrouwen te krijgen in dat we als mens genoeg zijn ontstaat er voldoende veilige ruimte voor de cliënt om te ervaren dat hij er, ergens diep weg, nog wel is èn er mag zijn. Dat maakt ruimte om zijn ontwikkeling weer ter hand te nemen. Voor mij is dat vertrouwen in mijzelf dat ik niet weet hoe verder maar uiteindelijk wel als mens genoeg voor die ander mens ben. En vertrouwen in die andere mens dat die zijn eigen gezonde richting weet te vinden. Dat voelt heel krachtig en kwetsbaar tegelijk.
Aanblijven: wel simpel maar niet makkelijk.
Dat aanblijven is altijd simpel, zodra het niet simpel is gaat het niet over aanblijven. Dat wil niet zeggen dat het ook makkelijk is: Het dragen van je eigen onvermogen, frustraties terwijl er ogenschijnlijk niets gebeurd is eigenlijk nooit makkelijk. Maar je leert wel het verschil te herkennen tussen de complexe frustraties en de onvermogens enerzijds èn rust en kwetsbaarheid van vertrouwen. Daarbij horen voor mij ook woorden als "zingeving" en "geluk".
Ik begon er al mee:
Stel je voor dat jij als mens genoeg bent, voor jezelf èn de ander.
Dat vind ik een hele spannende gedachte.