Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers

Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers. Behartigt de belangen van 18.900 Brandweer Vrijwilligers, van

Heb dit gisteren op Linkedin gedeeld maar plaats het ook hier: De brandweer kan Nederland niet (meer) beschermen. De ove...
02/03/2026

Heb dit gisteren op Linkedin gedeeld maar plaats het ook hier:

De brandweer kan Nederland niet (meer) beschermen. De overheid kijkt toe.

Terwijl u dit leest, branden er flats in Bahrein. Sloegen Iraanse Shahed-drones in op het Fairmont Hotel in Dubai, midden op de Palm Jumeirah. Werd Kuwait International Airport geraakt. Zestien gewonden in Qatar. Een radarsysteem van driehonderd miljoen dollar aan gruzelementen door een drone van dertigduizend. Het is geen sciencefiction. Het is vandaag. En als u denkt dat dit ver weg is, dan moet u zich afvragen: wat zou er gebeuren als het morgen Rotterdam is? Of de Botlek? Of Schiphol? De Tweede Maasvlakte? Het antwoord is pijnlijk simpel: we kunnen het niet aan. Als bestuurslid van de Vakvereniging voor Brandweervrijwilligers proberen met ons bestuur constant aandacht te vragen hiervoor. Vooralsnog zien heel veel Defensie aankopen, maar geen enkele beweging naar daar waar de nood groot is: de veiligheidsregio's.

De slagkracht is weg

In november 2025 schreef de Inspectie Justitie en Veiligheid het op in een rapport dat amper een krantenkop haalde: de Nederlandse brandweer is onvoldoende voorbereid op grote en langdurige incidenten. De inspecteur-generaal noemde het „zorgelijk" en „kwetsbaar". Er is sprake van „structurele problemen die de slagkracht van de brandweer verzwakken". Gebrek aan regie, mensen en materiaal. Lees dat nog eens. Gebrek aan mensen. Gebrek aan materiaal. In 2026. In een NAVO-land.

Marcel Dokter, onze voorzitter van de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers, zei het in november bij EenVandaag zonder omhaal: „Er is de afgelopen jaren zo veel bezuinigd dat we grote dingen niet meer aankunnen." Bij de natuurbranden in Limburg en Brabant moest Duitsland en België te hulp schieten, omdat Nederland het zelf niet meer kon oplossen. Slechts 12 procent van de veiligheidsregio's voldoet aan de afspraken voor pelotons natuurbrandbestrijding. Twaalf procent. En dat gaat over bossen in de Veluwe. Niet over raketten op de Rotterdamse haven.

Miljarden voor tanks, geen cent voor de kazerne

Het defensiebudget stijgt in 2026 naar 26,8 miljard euro. Een toename van 3,4 miljard. Daar komen nog eens 2,7 miljard voor Oekraïne bovenop. Er wordt geïnvesteerd in drones, in AI, in lucht- en raketverdediging, in munitievoorraden. Goed. Noodzakelijk. Niemand die dat bestrijdt. Maar tegelijkertijd, en hier wordt het obsceen, kort datzelfde kabinet 10 procent op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding. Daar komen de veiligheidsregio's van. De brandweer. De crisisbeheersing. De rampenbestrijding. Het geld dat ervoor zorgt dat er iemand komt als uw huis in brand staat. De Tweede Kamer noemde het in maart 2025 „onverantwoord". De veiligheidsregio's spreken van bezuinigingen „die haaks staan op de eigen prioriteiten van het kabinet". Voorzitter Hein van der Loo van het Veiligheidsberaad noemde het een structureel tekort van 27 miljoen euro en stelde dat er minstens 200 miljoen nodig is.

Tweehonderd miljoen. Dat is minder dan één procent van het defensiebudget. En het komt er niet. In Noord-Holland Noord wordt 4 procent bezuinigd. Het gaspakkenteam voor incidenten met gevaarlijke stoffen: opgeheven. Budget voor oefeningen en opleidingen: omlaag. Brandonderzoek: besparen. Rookmeldercontroles op scholen: afgeschaft. In Hollands Midden zijn kazernes in Leiderdorp en Oegstgeest al gesloten, zestien blusvoertuigen afgestoten. Burgemeester Heijkoop noemt verdere bezuinigingen „desastreus". En dit alles in een tijd dat de wereld, laten we zeggen, iets onveiliger is geworden.

De BB is dood, de brandweer ademt nauwelijks

Er was een tijd dat Nederland een Bescherming Bevolking had. De BB. Opgericht voor precies het soort scenario's dat zich nu in het Midden-Oosten afspeelt. Brandbestrijding na bombardementen. Hulpverlening bij massavernietiging. Gezondheidsdiensten onder oorlogsomstandigheden. In 1986 werd de BB opgeheven, want de Koude Oorlog was voorbij. De taken gingen naar de brandweer en het Rode Kruis, maar de capaciteit niet. Kijk naar wat er in Dubai gebeurt. Iran lanceerde 137 raketten en 209 drones op de VAE in één etmaal. De hele stad lag stil. De luchthaven dicht. Branden bij de Burj al-Arab. En Dubai heeft een brandweerkorps met meer dan 2.000 man, meer dan 20 kazernes, drones met thermische camera's, AI-gestuurde dispatching. Amsterdam heeft 24 tankautospuiten. En het langdurig leveren van veel capaciteit is, zo staat in het eigen dekkingsplan, „kwetsbaar". Kwetsbaar. Dat is het eufemisme van het decennium.

Het noodpakkettheater

Ondertussen stuurt de overheid 33 pagina's tellende boekjes naar elk huishouden. Bereid je voor op een noodsituatie. Maak een noodpakket. Drie liter water per persoon per dag. Een zaklamp. Contant geld. Een radio op batterijen. Het is ontroerend hoe naïef dit is. Want stel nu, puur hypothetisch, dat er een Shahed-drone inslaat op een woonblok in een Nederlandse stad. Zoals er afgelopen zaterdag een insloeg op een woontoren in Manama, Bahrein. Een flat in brand. Tientallen gewonden. Hulpdiensten overweldigd. Daar zit u dan. Met uw noodpakket. Uw flesjes water. Uw opwindbare radio. Uw fluitje om „aandacht te trekken van hulpdiensten". Welke hulpdiensten? De kazerne is gesloten wegens bezuinigingen. De tankautospuit staat in Brabant voor een natuurbrand. Het gaspakkenteam is opgeheven. De overheid vraagt burgers om 72 uur zelfredzaam te zijn. Maar 72 uur is niet genoeg als het GRIP-4 is. Als er meerdere branden woeden. Als de bovenregionale slagkracht niet bestaat. Als niemand komt. Slechts 30 procent van de Nederlanders zegt voorbereid te zijn. Meer dan de helft heeft geen noodpakket en denkt er niet over na. En de overheid? Die investeert in campagnes. In boekjes. In spotjes. In een brochure van 33 pagina's. Het is window dressing. Het is symptoombestrijding zonder ziekteherkenning.

De vraag die niemand stelt

De echte vraag is niet of Nederlanders genoeg blikken soep in de kast hebben staan. De echte vraag is: wie blust de brand? Wie rukt uit als er raketten op de Botlek vallen? Wie coördineert als er drie steden tegelijk getroffen worden? Wie heeft de bevoegdheid? Wie heeft de mensen? Wie heeft het materieel? De inspectie schreef het op: bij grootschalige inzet „komt de reguliere brandweerzorg in de eigen regio direct onder druk te staan". Zodra je brandweer ergens anders nodig hebt, is er thuis niemand meer. Eén grote brand, en de kazernes zijn leeg. Bij de NAVO plannen we voor de verdediging van het bondgenootschap. We kopen F-35's en fregatten. We oefenen in de Baltische staten. Maar we vergeten dat oorlog ook thuiskomt. Dat de eerste klap niet op een slagveld valt, maar op een woontoren. Op een luchthaven. Op een chemiecluster. Iran heeft dat zojuist bewezen. Met drones van dertigduizend dollar per stuk.

Wat er moet gebeuren

Stop de bezuinigingen op de veiligheidsregio's. Vandaag. Niet na de volgende evaluatie, niet na het volgende rapport, niet na de volgende ramp. Investeer de 200 miljoen die het Veiligheidsberaad nodig zegt te hebben. Dat is een fractie van wat we aan defensie uitgeven, en het beschermt precies datgene wat defensie zegt te verdedigen: het thuisfront.

Herstel de bovenregionale slagkracht. Stel een landelijke brandweercommandostructuur in die niet afhankelijk is van 25 versnipperde veiligheidsregio's die allemaal hun eigen problemen hebben. En stop met het doorschuiven van verantwoordelijkheid naar de burger. Een noodpakket is mooi. Zelfredzaamheid is belangrijk. Maar het is geen vervanging voor een functionerende rampenbestrijding. Je kunt niet tegen mensen zeggen dat ze een zaklamp moeten kopen en ondertussen de kazerne sluiten. Dubai kwam er dit weekend achter dat 2.000 brandweermensen niet genoeg zijn tegen 209 drones. Nederland heeft minder, en bezuinigt.Daar zit je dan….met je noodpakket.

18/02/2026
08/02/2026

Van het TikTok kanaal flashover

Er zijn beroepen. En er is: brandweervrijwilliger zijn.In een recent overleg over onze laatste publicaties op Facebook s...
07/02/2026

Er zijn beroepen. En er is: brandweervrijwilliger zijn.

In een recent overleg over onze laatste publicaties op Facebook spraken we over toon en voice. Persoonlijk vind ik dat we best kritisch mogen zijn op wie in dit land over veiligheid gaat. Op bestuurders. Op systemen. Op keuzes die van grote invloed zijn op mensen die elke dag klaarstaan.

Maar tegelijk zijn wij van de VBV ook gruwelijk trots. Trots op de brandweer. Trots op de vrijwilligers die 24/7 paraat staan. Want brandweervrijwilliger ben je niet “erbij”. Het is een passie. Een virus. En ja je moet een béétje raar zijn om naar gevaar toe te lopen waar anderen vandaan vluchten. Dat is geen hobby met een pieper. Dat is een keuze die je elke dag opnieuw maakt. Ook op dagen dat niemand het ziet. Je leeft je gewone leven: werk, gezin, boodschappen, sport, een verjaardag. En toch draag je altijd iets extra’s met je mee: het besef dat je, als het moet, meteen opstaat voor een ander.

En dat gebeurt. Niet aangekondigd. Niet gepland.Een piep. Een seconde stilte. Dan: schoenen, jas, helm. Je laat achter waar je mee bezig was. Zonder drama. Zonder heldenverhaal. Gewoon omdat iemand anders op dat moment pech heeft. Angst. Vastzit. Niet meer ademt. Zijn huis ziet branden. Of langs de weg staat te trillen van schrik.

Het samen-gevoel is geen slogan

Wat het zo bijzonder maakt, is dat je het nooit alleen doet. De kazerne is een plek waar verschillen wegvallen. Jong en oud. Timmerman, docent, zorgmedewerker, ondernemer, student. Iedereen met een eigen leven, een eigen rugzak, een eigen verhaal. Maar zodra je binnenstapt, hoor je ergens bij. Bij een ploeg die elkaar blind vertrouwt. Niet omdat het gezellig is maar omdat het móét. Omdat je in een rookgevulde ruimte niet kunt twijfelen of de ander er staat. Omdat je je leven letterlijk aan elkaar toevertrouwt.

Dat vertrouwen groeit in trainingen. In eindeloze herhalingen. In vermoeidheid en frustratie, maar net zo goed in humor. En dat zie je terug op het moment suprême. Als het erop aankomt, beweegt een team als één organisme: kort, scherp, gefocust. Geen poeha. Alleen doen wat nodig is.

Passie met vuile handen

Brandweervrijwilligers hebben een stille passie. Niet het type dat roept hoe goed het is. Eerder het type dat doet. Dat de slang pakt. Een deur forceert. Knielt naast een slachtoffer. En nog één keer teruggaat om te checken of niemand is achtergebleven. En ja soms is het zwaar. Gruwelijk zwaar. Soms kom je terug met beelden die je liever niet had gezien. Beelden die ongewenst beklijven. Soms stap je na afloop weer je gewone leven in, terwijl je hoofd nog bij dat incident is. En toch staan vrijwilligers er wéér. Omdat plichtsbesef hier geen theorie is. Het zit in je lijf en leden!

Dankbaarheid die je niet koopt

Het mooiste? Dat moment ná. Wanneer de adrenaline zakt en je ineens voelt waarom je dit doet. Soms komt het later: een kaartje, een bericht, een ontmoeting in de supermarkt. En soms komt het nooit omdat mensen in shock zijn, of omdat het leven verder gaat. Maar jij weet het. Je was er. Voor iemand die jou niet kende, maar jou wel nodig had. En dat geeft een trots die je niet kunt faken. Trots die niet schreeuwt, maar blijft.

Vrijwillig, maar niet vrijblijvend

Precies daarom verdient dit respect. Vrijwillig betekent hier niet: vrijblijvend. Het betekent: vanuit jezelf. Uit overtuiging. Uit liefde voor je omgeving. Vrijwilligers vormen de ruggengraat van de brandweer in grote delen van Nederland. Met een eigen dynamiek, een eigen context en een enorme maatschappelijke waarde. Het is lokaal. Dichtbij. Menselijk. Het is: wij zorgen voor elkaar. En dat raakt aan iets groters. Aan gemeenschap. Aan verantwoordelijkheid. Aan de simpele waarheid dat een samenleving pas echt sterk is als mensen opstaan voor elkaar zonder contract, zonder bijsluiter.

Daarom is het zo mooi

Brandweervrijwilliger zijn is er staan wanneer het ertoe doet. Niet met woorden, maar met daden. Het is kameraadschap die je voelt in je ziel én zaligheid…Spanning, discipline, humor, verdriet, opluchting en trots door elkaar. Het is het beste van menselijkheid in werkkleding.

Samen komen. Samen gaan. Samen dragen : Het verschil maken.

Geweld tegen hulpverleners blijft toenemen: roep om rechtvaardige vervolging klinkt luiderDe agressie en het geweld tege...
03/02/2026

Geweld tegen hulpverleners blijft toenemen: roep om rechtvaardige vervolging klinkt luider

De agressie en het geweld tegen hulpverleners in Nederland blijven onverminderd toenemen. Politieagenten, brandweerlieden, ambulancepersoneel en boa’s krijgen steeds vaker te maken met bedreiging, mishandeling en ernstig fysiek geweld. Dat beeld kwam de afgelopen weken scherp naar voren in een onderzoek en een Kamerdebat over geweld tegen hulpverleners en de zogenoemde ‘verruwing’ van de samenleving, waarin Kamerleden van links rechts hun zorgen uitspraken en opriepen tot hardere normstelling en betere bescherming.

Politieke consensus: “Van hulpverleners blijf je af”

Tijdens dit debat werd herhaaldelijk benadrukt dat geweld tegen mensen met een publieke taak volstrekt onacceptabel is. Kamerleden wezen op de stijgende cijfers, de psychische en fysieke impact op slachtoffers en het risico dat hulpverleners het vak verlaten. Tegelijk klonk stevige kritiek op de praktijk van strafvervolging. Hoewel het Openbaar Ministerie (OM) beschikt over richtlijnen die een strafeisverhoging tot 200 procent mogelijk maken bij geweld tegen hulpverleners, blijkt die verhoging in de praktijk lang niet altijd zichtbaar te worden toegepast. Dat ondermijnt volgens veel Kamerleden het rechtsgevoel van slachtoffers en het vertrouwen dat de overheid daadwerkelijk pal achter haar hulpverleners staat.

Ook buiten Den Haag klinkt die boodschap. Tijdens een veiligheidsdebat in Gouda, georganiseerd door de Coalitie voor Veiligheid, deelden hulpverleners hun ervaringen uit de praktijk. Een vrijwillig brandweervrouw vertelde hoe zij tijdens een inzet gericht werd bestookt met zwaar vuurwerk, terwijl anderen wezen op het gebrek aan effectieve middelen om geweld te de-escaleren. Politici werden daar nadrukkelijk opgeroepen om “mooie woorden om te zetten in daden”.

Motie: meer transparantie en opvolging

In dit klimaat nam de Tweede Kamer een motie aan waarin de regering wordt opgeroepen om scherper toe te zien op de opvolging van geweldszaken tegen hulpverleners en op de toepassing van bestaande strafverzwarende richtlijnen. De motie benadrukt dat niet alleen normstelling, maar ook zichtbare en uitlegbare beslissingen van het OM cruciaal zijn voor het vertrouwen in de rechtsstaat. Volgens de indieners mag de ernst van geweld tegen hulpverleners niet worden gerelativeerd door sepotbeslissingen die voor slachtoffers moeilijk te begrijpen zijn.

Concrete zaak legt spanning bloot

Die spanning komt scherp naar voren in een zaak die op 3 februari dient bij het gerechtshof Amsterdam. In deze zaak deden meerdere brandweervrijwilligers aangifte van een poging tot zware mishandeling, dan wel doodslag, nadat tijdens een inzet met een voertuig op hen werd ingereden. Het OM besloot de zaak te seponeren, met als motivering dat “ander dan strafrechtelijk ingrijpen” zou prevaleren. Die beslissing leidde tot grote verontwaardiging bij de betrokken brandweerlieden, die zich niet gehoord voelden en het gevoel hadden dat de verdachte zonder noemenswaardige consequenties wegkwam.

Het gerechtshof zal op 3 februari beoordelen of het OM alsnog tot vervolging moet overgaan. Voor de betrokken brandweerlieden staat daarbij meer op het spel dan alleen deze ene zaak. Zij zien de procedure als een toetssteen voor de vraag of de belofte “van hulpverleners blijf je af” ook daadwerkelijk wordt waargemaakt.

Breder maatschappelijk belang

De uitkomst van deze zaak wordt door velen met belangstelling gevolgd. Niet alleen door de direct betrokkenen, maar ook door andere hulpverleners die zich afvragen of aangifte doen zin heeft wanneer ernstige geweldsincidenten uiteindelijk worden geseponeerd. In de Kamer werd herhaaldelijk benadrukt dat rechtvaardige en transparante opvolging van dit soort zaken essentieel is om verdere normalisering van geweld te voorkomen en om het vertrouwen in politie, justitie en politiek te behouden.

Met de aangenomen motie en de lopende artikel-12-procedure lijkt het debat over geweld tegen hulpverleners daarmee een nieuwe fase in te gaan. De komende maanden zullen moeten uitwijzen of de politieke woorden worden gevolgd door concrete daden en of de rechtsstaat erin slaagt om degenen te beschermen die dagelijks hun veiligheid op het spel zetten voor anderen.

Aan de slag…met wat en met wie? Weerbaarheid. Buurtteams. “Samenredzaam”. Het leest lekker, het klinkt modern, het past ...
31/01/2026

Aan de slag…met wat en met wie?

Weerbaarheid. Buurtteams. “Samenredzaam”. Het leest lekker, het klinkt modern, het past prachtig in een coalitieakkoord. Maar het zijn woorden. Niets meer en niets minder. De VBV heeft een brief gestuurd aan de formateur. Niet om te zeuren, niet om applaus te vragen, maar om iets heel simpels op tafel te leggen: als je het serieus hebt over veiligheid, rampenbestrijding en crisisrespons, dan moet je ook zorgen dat de brandweer en de veiligheidsregio’s het kúnnen uitvoeren. Met mensen. Met middelen. Met tijd om te trainen. Met een basis die niet ieder jaar dunner wordt.

En wat krijg je terug? Een akkoord vol “weerbaarheid” en “samenredzaamheid”, maar als het gaat om de harde kant van veiligheid – de capaciteit, de paraatheid, de echte uitvoering – blijft het opnieuw opvallend stil. Kennelijk was de veiligheid van de burger ná het onheil niet één van de prioriteiten. Of in elk geval niet belangrijk genoeg om het concreet te maken.
Want ondertussen is de werkelijkheid simpel en snoeihard: veiligheidsregio’s komen bakken met geldtekort om hun basistaken te kunnen uitvoeren. In veel regio’s piept en kraakt het. Niet een beetje, maar structureel. En wat gebeurt er dan? Dan worden gemeenten weer de pinautomaat. Dan moeten gemeenteraden, die óók al met tekorten, jeugdzorg en woningbouw worstelen, steeds opnieuw de gemeentekas aanspreken om de boel overeind te houden. Dat is geen systeem, dat is noodverbandbeleid. Jaar na jaar. Regio na regio.

En dan komt het akkoord met de titel: “Aan de slag”. Prachtig. Alleen: waarmee moet de brandweer aan de slag? Met wat er over is na jaren schaven, schuiven en afromen? Met een organisatie die in stukken is bezuinigd en waar de rek er uitloopt? Met het idee dat je “weerbaarheid” kunt bouwen op een fundament dat je intussen zelf afbreekt? Want op het moment dat er een flat in brand staat na de inslag van een drone, is er precies nul behoefte aan beleidswoorden. Dan wil je mensen. Dan wil je materieel dat rijdt. Dan wil je training die klopt. Dan wil je snelheid. Dan wil je een ploeg die kan opschalen, een bevelvoerder die overzicht houdt en collega’s die elkaar niet hoeven aan te kijken met de stille vraag: “Gaan we dit met z’n vieren doen?”

We leven in een tijd waarin “crisis” geen uitzonderingswoord meer is. We praten hardop over sabotage, hybride dreiging, storingen, cyberaanvallen, drones. Prima, realistisch zelfs. Alleen eindigt het, als het spannend wordt, altijd op dezelfde plek: bij degene die naar binnen gaat terwijl de rest naar buiten rent. Bij de mensen die niet op de achtergrond “weerbaarheid” bouwen, maar in de rook staan met een gelaatsmasker op en de adrenaline in de keel.

En precies dáár laat de politiek het weer liggen. Ze strooien met grote verhalen over rampenbestrijding en crisisbeheersing, maar als het gaat om het fundament – brandweerzorg, de veiligheidsregio’s, de keten die het moet dóén – blijft het vaag. Geen stevige structurele middelen. Geen harde versterking. Geen garantie dat er genoeg handen zijn, genoeg voertuigen, genoeg oefenruimte, genoeg capaciteit om op te schalen als het misgaat. Het is alsof je een huis vol rookmelders ophangt en vervolgens bezuinigt op water in de kraan.

Het mooie van die term “weerbaarheid” is dat je er alles mee kunt bedoelen en niets hoeft te beloven. Het is elastische taal. Je kunt ermee applaudisseren voor jezelf zonder één euro uit te geven. Je kunt ermee doen alsof je voorbereid bent, terwijl je de frontlinie intussen langzaam op dieet zet. Afbouw hier, vacature daar, vrijwilligersbestand dat krimpt, opleidingen die onder druk staan, materieel dat langer mee moet dan verstandig is. En als iemand daar iets van zegt, krijgen ze een folder terug. Of een werkgroep. Of een pilot.

Dus ja, “Aan de slag” klinkt daadkrachtig. Maar voor de mensen op de wagen klinkt het vooral als: doe het maar met minder. Nog een keer. Terwijl iedereen weet dat het keer op keer hetzelfde wordt: als het misgaat, kijkt het land niet naar de beleidsmakers. Dan kijkt het land naar de brandweer. En dan is de vraag niet of we “weerbaar” zijn.

Dan is de vraag of we überhaupt nog in staat zijn om hulp te kunnen bieden. De rest is weerbaarheid voor de bühne.

“Nog veel te doen maar, Vrijwilligheid bij de brandweer is springlevend” mooi passend bij de eerder geposte bijdrage een...
18/01/2026

“Nog veel te doen maar, Vrijwilligheid bij de brandweer is springlevend” mooi passend bij de eerder geposte bijdrage een stuk van onze gewaardeerde voorzitter Marcel Dokter

De titel is de opdracht dit jaar voor de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers, een paar voorbeelden. Nog steeds worden brandweermensen in veiligheidsregio’s aan de kant gezet zonder dat een grondige motivatie wordt gegeven en een verbetertraject wordt aangeboden. Of dat tijdens het Periodiek Prev...

Een  basisvoorziening, maar gefinancierd alsof het een hobbyclub is De brandweer heeft “jonge aanwas” nodig, zegt de nie...
18/01/2026

Een basisvoorziening, maar gefinancierd alsof het een hobbyclub is

De brandweer heeft “jonge aanwas” nodig, zegt de nieuwe voorzitter van Brandweer Nederland Jolanda Trijselaar. En de opleiding moet “slimmer en concreter”, want niet elke post heeft een spoorlijn of hoogbouw in de achtertuin. Klinkt logisch. Klinkt zelfs modern. Efficiënt. Lekker bestuurlijk. Alleen: wie goed luistert, hoort vooral iets anders. Namelijk het oudste trucje uit de Haagse gereedschapskist: maak van een politieke keuze een maatschappelijk probleem. Dan hoeft niemand schuld te hebben. Dan “verandert de samenleving”. Dan “staan vrijwilligers onder druk”. Dan is het ineens een soort natuurverschijnsel. Zoals mist, vergrijzing, of de herfst.

De cijfers die rondgaan, zijn niet mals: minder tankautospuiten, minder specialistische voertuigen, minder duikteams, duizenden mensen minder op sterkte. Je kunt eindeloos praten over betrokkenheid, binding en roosters, maar als je structureel capaciteit afbouwt, krijg je precies wat je organiseert: paraatheidsproblemen. De term is pijnlijk raak: “georganiseerd”. Niet per ongeluk. Niet omdat jongeren ineens massaal de bank verkiezen boven de brandweer. Gewoon omdat er jaar na jaar een paar procent af ging. Kaasschaaf. Iedere keer een dun plakje. Tot je op je knieën zit te schrapen op de kaasplank.

En dan komt het moment waarop je met een stalen gezicht zegt: we halen de norm niet meer omdat de samenleving verandert. Nee. Je haalt de norm niet meer omdat je hem hebt uitgekleed. Want ondertussen hebben we in Nederland een brandweer die “van ons allemaal” moet zijn, maar eigenlijk van niemand is. 25 veiligheidsregio’s. 25 autonome werelden. 25 interpretaties van wat “voldoende” is. En als het spannend wordt, verschuilen we ons achter die autonomie alsof het een brandwerend scherm is.
Dat levert een prachtig systeem op: een landelijk uniform verhaal, met lokaal allerlei varianten.

In beleidsnota’s heet dat “maatwerk”. In de praktijk heet dat: rommelen met minima. Neem het idee om de opleiding “korter en lokaler” te maken. Op papier klinkt dat als het ontstoffen van een log systeem. In werkelijkheid ruik je iets anders: risicoselectie met een rekensom. Vandaag geen hoogbouw? Dan morgen ook niet. Vandaag geen spoor? Dan trainen we het niet. Tot het wél gebeurt. En dan staan we voor de klassieker: de werkelijkheid is altijd creatiever dan het beleidsplan.

De vakvereniging (VBV) zegt iets ongemakkelijks, en daarom is het waardevol: vrijwilligheid is niet dood. Het is de organisatie die haar vrijwilligers in een steeds smaller jasje probeert te persen. Kazernes die vroeger 24 tot 28 mensen hadden, draaien nu met 16. En dan verbaasd zijn dat je doordeweeks geen zes mensen uit bed krijgt tussen negen en vijf. Dat is geen “maatschappelijke trend”. Dat is simpel rekenen.

En ondertussen zie je het landelijk toneelstuk:
• Een voorzitter die de burger geruststelt: “De burger rekent op ons.”
• Regio’s die in stilte schuiven met bezetting, functies en normen.
• En een inspectie die al een tijdje roept: jongens, de grenzen zijn bereikt.

Maar ja, inspecties roepen wel vaker. En aanbevelingen zijn in Nederland ongeveer even bindend als een goede voornemenslijst op 2 januari. De wrange kern is deze: we hebben de brandweer ingericht als cruciale basisvoorziening, maar gefinancierd alsof het een hobbyclub is. Vrijwilligers zijn een kracht, absoluut. Maar vrijwilligers zijn geen gratis vervanging voor structurele slagkracht. Je kunt niet blijven leunen op “de ruggengraat” en tegelijk de wervelkolom zagen.

Dus ja: werf jongeren. Moderniseer de opleiding. Maak het aantrekkelijker. Maar als je daarna niet óók doet wat pijn doet, namelijk weer investeren in mensen en materieel, en landelijk harde ondergrenzen afspreken, dan ben je bezig met symptoombestrijding.

Dan plak je een pleister op een bezuinigingswond en hoop je dat het bloed stopt omdat je er een communicatiecampagne bij zet. En daar zit de waarheid die niemand hardop wil zeggen:

De brandweer staat niet onder druk door te weinig idealisme. De brandweer staat onder druk door teveel bestuurskunde.

Stop met kaasschaven. Stop met doen alsof “autonomie” een natuurrecht is. En stop vooral met het romantiseren van de vrijwilliger als wondermiddel tegen tekorten die je zelf hebt aangelegd.

Want de burger rekent inderdaad op de brandweer. Alleen rekent de brandweer al jaren op iets wat in Den Haag structureel ontbreekt: ruggengraat

foto: Paul van Woerkum

Oproep aan alle   in  : meldingen agressie en geweld tijdens de jaarwisseling!
03/01/2026

Oproep aan alle in : meldingen agressie en geweld tijdens de jaarwisseling!

Oproep aan alle brandweermensen in NL: meldingen agressie en geweld tijdens de jaarwisseling Uit een eerste inventarisatie blijkt dat brandweermensen tijdens de afgelopen jaarwisseling opnieuw zijn geconfronteerd met agressie en geweld tijdens de uitoefening van hun taak. Om de aard en omvang hierva...

01/01/2026

De allerbeste wensen. Een veilig en gezond 2026, namens de VBV.

En ja, ik hoop oprecht dat u dit nog kunt lezen. Niet omdat de oliebollen verkeerd vielen, maar omdat u heelhuids door de nieuwjaarsnacht bent gekomen. In Nederland is dat inmiddels geen bijzaak meer; het is een uitkomst.

We noemen het feestelijk “oud en nieuw”. In de praktijk is het vaak “oud gezag en nieuw geweld”. Op veel plekken was het weer prijsschieten op hulpverleners. Want niets zo grappig, blijkbaar, als mensen die komen helpen trakteren op vuurpijlen en cobra’s. Een brandweerwagen als kermiskraam: mikken en lachen. Tot het misgaat. En dan zijn we ineens allemaal geschokt.

Gelukkig was er ook dit jaar de verplichte PR-ronde. Een minister die met een strak geregisseerde “hart onder de riem” langs de manschappen schuift. Mooie foto’s, stevige woorden, bingokaartzinnen als “Handen af van hulpverleners” en “Geen taakstraf bij geweld.” Het klinkt lekker kordaat. Het werkt alleen niet. Want terwijl iemand op het Ministerie een persbericht polijst, komt de volgende knal alweer uit de straat.

Het probleem is niet dat we te weinig slogans hebben. Het probleem is dat het gezag op plekken gewoon verdampt is. En dat de overheid daar doorgaans pas achter komt als het weer december is en de camera’s aan staan.

En dan hebben we nog de tweede traditie: 112 als klantenservice. Voor ieder gescheurd nageltje, ieder ruzietje met de buren en elke “ik hoorde iets” wordt de noodlijn ingedrukt alsof het een deurbel is. De boel bij 112 loopt vast, er komt een NL-Alert: bel alleen bij nood. Kwetsbaar zijn we ook nog: een beetje drukte en onze levenslijn bij nood begint te stotteren. Dat geeft vertrouwen als er écht iets groots gebeurt.

De komende dagen krijgen we weer het open podium. Politici, commandanten en directeuren die schande spreken. Spotjes met een kind dat hoopt dat papa veilig thuiskomt. Ontroerend, zeker. Maar de doelgroep die op hulpverleners ‘jaagt’, kijkt daar niet van op. Die lacht erom. Of merkt het niet eens, omdat het morele kompas al jaren kwijt is en niemand het ding terugvindt. En het ergste is: dit is niet één nacht per jaar. Dit is de dagelijkse erosie waar agenten, ambulancecollega’s en brandweermensen voortdurend tegenaan schuren. De jaarwisseling is alleen de avond waarop alles tegelijk op tafel klapt.

Het gevaarlijkste zinnetje dat ik hoor komt dan ook van de werkvloer: “Ach, het hoort er een beetje bij.” Nee. Dat hoort er niet bij. Dat mág er niet bij. Op het moment dat wij dit normaal gaan vinden, is het ook normaal. En dan zijn we echt klaar. Dus: wees voorzichtig buiten. Soms is het incident niet het lastigste deel. Soms is dat de omgeving. De omstander. De sfeer. Tuig dat vindt dat alles een spel is, behalve de consequenties.

Laten we dit jaar eens wat afspreken dat verder gaat dan een quote voor op sociale media: we gaan dit niet relativeren, niet weg grinniken, niet weg managen. Geen morele confetti, maar harde, consequente grenzen.

Want wie hulpverleners aanvalt, valt ons allemaal aan. En daar hoort geen vuurwerkshow bij, maar een fikse rekening. Stevig. Onvermijdelijk. En snel.

Zo aan het einde van het jaar willen wij u bedanken voor uw betrokkenheid bij en steun aan onze vereniging. Ook dit jaar...
25/12/2025

Zo aan het einde van het jaar willen wij u bedanken voor uw betrokkenheid bij en steun aan onze vereniging. Ook dit jaar hebben wij weer ons best gedaan om de belangen van alle in , zowel als , zo goed mogelijk te behartigen. Lees hier meer:

Beste vrienden van de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers, Zo aan het einde van het jaar willen wij u bedanken voor uw betrokkenheid bij en steun aan onze vereniging. Ook dit jaar hebben wij weer ons best gedaan om de belangen van alle brandweermensen in Nederland, zowel beroeps als vrijwillig, zo...

Adres

Tolweg 5
Baarn
3741LM

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Praktijk

Stuur een bericht naar Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers:

Delen

Share on Facebook Share on Twitter Share on LinkedIn
Share on Pinterest Share on Reddit Share via Email
Share on WhatsApp Share on Instagram Share on Telegram