06/02/2026
Klein en fijn 🥰
Mensen vragen me vaak waarom ik niet weer “groter” ga. Net als vroeger: uitbreiden, een flink team, een agenda die uitpuilt en dagen die gevuld zijn met overleg en allerlei werkgroepen en kwaliteitskringen. Klinkt stoer, toch? Maar eerlijk: Groei is voor mij niet “meer mensen”. Voor mij is groei: meer impact, minder ruis en zelf op de werkvloer in contact met de mensen in mijn praktijk.
In een super grote praktijk was beslissen soms een soort estafette, maar dan met zeven stokjes, twaalf lopers en iemand die halverwege vraagt of we niet beter eerst een “alignment sessie” konden plannen over de kleur van het stokje.
Iemand start met een idee. Niet hardop, want nee joh... dat zou roekeloos zijn. Nee, eerst wordt er een meeting ingepland om te toetsen of het idee “al draagvlak heeft”.
Iedereen reageert met een duimpje, één iemand stelt een vraag die niemand durft te beantwoorden, en er is altijd een collega die zegt: “Interessant! Laten we dit parkeren” of “Ik neem dit mee.” Dat klinkt daadkrachtig, maar betekent meestal dat het idee nu een eigen levenscyclus krijgt en van je af rent.
En precies dáárom vind ik een eenmanszaak zo’n verademing.
Bij een eenmanszaak is beslissen voor mij geen estafette meer, maar een sprint. Het gaat ongeveer zo:
Idee.
Koffie.
“Waarom niet?”
Doen.
Geen stakeholdermanagement, behalve je kat die over je toetsenbord loopt en daarmee duidelijk maakt dat dit document ook korter kan. Geen “draagvlak creëren”, want je bént het draagvlak. Geen meeting inplannen, want je bent al de hele dag met jezelf in overleg (en gek genoeg is dat overleg vaak best efficiënt).
En het mooiste: je leert sneller. Als het misgaat, is er geen “lessons learned”-sessie met twintig man en een facilitator. Dan is het: “Oké, dat was dom.” Punt. Volgende. Aanpassen. Door.
Dus nee: ik wil niet per se groter. Ik wil scherper, sneller, flexibeler. Minder vergaderen over de kleur van het stokje, meer meters maken en er daardoor met aandacht en oprechte tijd zijn voor de mensen in mijn praktijk. En ja, met hier en daar een welgemeende knuffel.