11/01/2026
De stille kracht van de winter.
Tijdens een gesprek met een patiënt gisterochtend werd de stille kracht van de winter ineens voelbaar. Het ging weer even minder goed. Juist na een periode waarin deze persoon zich opvallend goed had gevoeld. Dat riep vragen op: Hoe gaan we hiermee om? Heb ik iets verkeerd gedaan? Ben ik terug bij af?
Maar het leven beweegt nu eenmaal niet in een rechte lijn. Het golft. Er zijn perioden van ruimte en lichtheid, en er zijn momenten waarop het zwaarder voelt, stiller, trager. Misschien is dat geen falen, maar een natuurlijk ritme — zoals de seizoenen elkaar afwisselen.
In de natuur zien we dit voortdurend terug. Groei en bloei worden afgewisseld met terugtrekken en verstilling. De winter is geen vergissing in het jaar, maar een noodzakelijk seizoen. Er wordt weinig zichtbaar opgebouwd, maar ondergronds gebeurt er van alles. Krachten verzamelen zich. Structuren verdiepen zich. Zonder haast.
Toch vinden we het in ons eigen leven vaak lastig om deze winter toe te laten. Zodra pijn terugkeert, negatieve gevoelens opduiken of het leven even minder stroomt, willen we vooruit. Oplossen. Repareren. We zijn gewend geraakt aan een samenleving waarin alles doorgaat, waarin treinen rijden, vliegtuigen vliegen en agenda’s vol blijven — en als dat even niet lukt, ervaren we onrust en frustratie.
Maar hebben we het leven niet erg strak ingeregeld? Is er niet ook een grens aan de maakbaarheid van ons bestaan?
Juist in tijden van tegenslag kunnen we veel leren van de natuur. Van haar geduld, haar onvoorwaardelijkheid, haar ingetogenheid. De winter dwingt niets af. Ze vraagt om vertraging. Om aanwezig blijven bij wat er is, zonder direct te oordelen of te verdoven.
De vraag is dan: kunnen we bij onszelf blijven wanneer het ongemakkelijk wordt?
Kunnen we even onderzoeken, even verwijlen, even de tijd nemen om te ontdekken wat er werkelijk speelt?
Pijn en andere symptomen staan zelden op zichzelf. Ze maken deel uit van een bredere context — een verhaal waarin ons lichaam en onze hersenen voortdurend afstemmen op wat we meemaken. In mijn artikel Kwetsbaarheid maakt zacht beschreef ik al hoe het lichaam hard of juist zacht kan worden, afhankelijk van omstandigheden en het wel of niet ervaren van veiligheid. Die verschuiving kan soms snel gaan, maar het begrijpen van de context vraagt tijd.
De winter nodigt uit tot geduld. Tot mildheid. Tot het vermogen om gevoelens niet meteen te veroordelen of te verdoven. Om te blijven bij wat er is, ook als dat saai voelt of leeg. Juist door niet weg te gaan bij die ervaring, ontstaat er vaak ruimte. Iets ontspant. Iets zakt.
In de winter verschuift onze aandacht vanzelf naar het kleine. Een wandeling zonder doel. Een warme kop thee. Een eenvoudig gesprek. Geen grote geluksmomenten, maar een stille draagkracht. Geen pieken, maar aanwezigheid.
Misschien ontdekken we juist daar dat er, midden in deze innerlijke winter, iets bewaard blijft. Een stille vitaliteit. Een kracht die niet schreeuwt, maar wacht.
Wie leert om ook deze seizoenen te verdragen, ontwikkelt een diepe trouw aan zichzelf. Niet door het leven voortdurend leuker te maken, maar door het vollediger toe te laten.
De lente komt vanzelf, maar eerst mogen we vertrouwen op de stille kracht van de winter.