09/01/2026
Volwassenen met een angstig-vermijdende hechtingsstijl
zijn vaak loyaal op een stille manier:
niet door hun ouders te verdedigen,
maar door te zeggen:
‘Mijn jeugd was prima.’
‘Er was niets mis.’
En vaak voelt dat ook zo.
Tot je merkt dat nabijheid spanning oproept,
dat je jezelf afsluit als iemand iets van je nodig heeft,
of dat je liever zelfstandig bent dan afhankelijk,
zelfs als je wél verlangt naar verbinding.
Misschien waren je ouders er wel fysiek,
maar niet emotioneel.
Er was geen afstemming.
Je gevoelens werden niet opgepikt.
Niet uit kilte, maar omdat ze het zelf nooit geleerd hadden.
Wanneer jij steun zocht, werd je
✨ aangemoedigd om sterk te zijn
✨ praktisch geholpen
✨ of subtiel afgeremd in je emotie
Niet keihard afgewezen,
maar ook niet vastgehouden.
Voor een kind voelt dat als: ik moet het zelf doen.
Zelfstandigheid werd beloond.
Je behoefte afgeremd.
Je werd het makkelijke kind.
En dus sloot je je steeds meer af en leerde je niemand nodig te hebben.
De loyaliteit die je nu voelt,
zit vaak in de ontkenning:
‘Als ik niet benoem wat ik miste, hoef ik ook niet te voelen dat ik iets nodig had.’
Je bagatelliseert en rationaliseert situaties.
Je ziet jezelf als een 'nuchter' persoon en bent je niet bewust dat jouw nuchterheid eigenlijk een beschermingsmechanisme is.
Gevoelens duw je weg door je lichaam aan te spannen, te slikken, veel te praten of je adem in te houden.
Irritaties maak je niet bespreekbaar als behoefte,
ze stapelen zich op of komen eruit als verwijt of ruzie.
Nabijheid van je partner kan benauwend voelen.
Niet omdat je geen verbinding wilt.
Wel omdat het snel voelt alsof er iets van je verwacht wordt.
Afhankelijkheid voelt onveilig: je rekent liever op jezelf
en voelt je snel te veel of kwetsbaar als je hulp vraagt.
Toch verlang je wel naar nabijheid.
Naar iemand die blijft, zonder dat jij alles hoeft te dragen.
Heling begint bij durven zeggen:
‘Ik stond er vaak alleen voor.’