06/04/2026
Verhaalopbouw oefenen is een belangrijk onderdeel van logopedische behandeling.
Ook wanneer een kind een aanzienlijke woordenschat heeft en het grammaticaal complexe zinnen kan gebruiken, kan het logisch en samenhangend vertellen van een verhaal een uitdaging blijven. Dat komt omdat hier, naast taal, ook andere vaardigheden bij betrokken zijn. Denk aan het kunnen aanbrengen van structuur, het kunnen aanpassen van de informatie aan wat de ander al weet, het kunnen aanbrengen van samenhang, het vermijden van ‘van de hak op de tak springen’ en het vertellen met een duidelijk doel. Al deze vaardigheden zijn een aspecten van ‘pragmatiek in verhalen’.
Door te werken met prentenboeken en logische reeksen (zoals plaatjes die in de juiste volgorde gelegd moeten worden), leren kinderen structuur aan te brengen: wat gebeurt er eerst, daarna en als laatste? Dit helpt niet alleen bij het vertellen, maar ook bij begrijpend luisteren en later lezen en schrijven. Een veel gebruikt hulpmiddel hierbij is de praatdomino of de pictogrammen van Geef me de 5, waarbij de vraagwoorden wie, wat, waar, wanneer en hoe gevisualiseerd worden.
Spelenderwijs oefenen zorgt voor herkenning, plezier én betere taalontwikkeling. Een sterk verhaal begint immers met een goede opbouw!