15/12/2024
De geur van zoutwater en vis vermengt zich met de hitte van de dag. Vlakbij het strand worden vissen in de zon gedroogd, een oude techniek die hen langer houdbaar maakt in een land waar de hitte ongenadig is. We volgen Saiz door de smalle steegjes, huizen met golfplaten daken. Kleurrijk maar ook erg veel prikkels en indrukken. We lopen door steegjes vol afval en vervallen huisjes. In deze omstandigheden leven kinderen en werken de vrouwen (de vrouwen doen hier het meeste werk). Sommige komen hier niet verder dan een leven onder verroesten golfplaten, zeven dagen per week. We gaan een vertrek binnen. Opstijgende rookdampen, waarboven honderden bongavissen liggen te drogen. Een meisje, ik schat een jaar of 12, gekleed met een hoofddoek en lopend op teenslippertjes komt de ruimte binnen. Ze heeft een bakje en een steel eraan. Ze komt kooltjes halen waarschijnlijk voor thuis om mee te kunnen koken. Ze schuift het bakje behendig in de smeulende massa en haalt voorzichtig enkele roodgloeiende kooltjes uit het vuur. Ik zie hoe het bakje kantelt en hoe ze de kooltjes snel weer in het bakje schuift met haar voetjes en enkel haar teenslippertjes. De man van de rokerij gebaard dat ze weg moet gaan. Mij bekruipt een gevoel van medelijden en de vraag hoe de toekomst er van dit meisje uit gaat zien. Onder de omstandigheden van uitlaatgassen, vis, rookdampen, zweet en afval, worden de mensen hier niet oud. Prikkels van luid praatenden mannen die hun viswaar verkopen, gebeden uit de luidsprekers, huilende baby’s, vrouwen die tegen elkaar roepen, kinderen die met ons meelopend “alles goed, alles goed” zeggen. Dit alles boven de 34C. Wederom een dag van dubbele gevoelens: rijk om vol de cultuur in te mogen ademen, arm om hier als ‘rijke westerling’ rond te lopen. Het voelt als een indringer in andermans slaapkamer.