08/01/2026
De drie oude mannetjes in het bos
Sprookje van de gebroeders Grimm
Er was eens een man die zijn vrouw verloren had. Hij bleef achter met een dochter, een meisje met een zacht hart en een stille aard. Na verloop van tijd trouwde hij opnieuw. Zijn nieuwe vrouw bracht ook een dochter mee, en hoewel de meisjes onder één dak leefden, waren zij elkaars tegenpolen.
De eigen dochter van de vrouw werd verwend en geprezen, al was zij hard en hooghartig. Het stiefdochtertje daarentegen moest werken, zwijgen en verdragen. Zij kreeg weinig eten, droeg eenvoudige kleding en werd vaak streng toegesproken, ook wanneer zij niets verkeerd had gedaan.
Op een koude winterdag viel er diepe sneeuw. De stiefmoeder riep het meisje bij zich en zei: “Ga het bos in en haal aardbeien voor me. Ik wil ze vandaag eten.”
Het meisje wist dat er midden in de winter geen aardbeien groeiden, maar zij durfde niet tegen te spreken. Ze trok haar dunne jasje aan, nam een leeg schaaltje mee en ging het bos in.
In het winterbos
Het bos lag stil onder een dikke laag sneeuw. De bomen stonden kaal en donker, en geen vogel liet zich horen. Het meisje liep voorzichtig verder, haar handen rood van de kou, haar adem zichtbaar in de lucht.
Diep in het bos zag ze opeens een klein huisje. De deur stond op een kier. Voor het huisje zaten drie kleine oude mannetjes, met lange witte baarden en eenvoudige kleding. Ze zaten dicht bij elkaar, alsof ze de kou probeerden te verdrijven. Het meisje bleef staan, boog beleefd en groette hen vriendelijk.
De mannetjes keken haar aan en zeiden:
“Goedendag, meisje. Heb je misschien iets bij je om ons te eten te geven?”
Het meisje dacht even na. Ze had zelf maar weinig: een stuk droog brood. Toch brak ze het in drieën en gaf ieder mannetje een deel. Daarna zei ze:
“Het is niet veel, maar het is alles wat ik heb.” De mannetjes aten het brood, knikten tevreden en vroegen toen: “Wil je misschien even ons huisje schoonmaken? De sneeuw waait steeds naar binnen.” Zonder aarzelen ging het meisje naar binnen.
Ze veegde de vloer zorgvuldig schoon, maar toen ze bij de achterdeur kwam, zag ze iets opmerkelijks: daar lag geen sneeuw, maar er groeiden rijpe, rode aardbeien, alsof het zomer was. Ze plukte voorzichtig de mooiste aardbeien, legde ze netjes in haar schaaltje en liet de rest staan. Toen ging ze weer naar buiten.
De drie oude mannetjes glimlachten. Ze zeiden:
“Omdat jij zo vriendelijk was, zo eerlijk en zo bereid om te delen, zullen wij je belonen.”
De eerste sprak:
“Vanaf nu zal je met ieder woord dat je spreekt een zegen verspreiden.”
De tweede zei:
“Iedere dag zal je mooier worden, van binnen en van buiten.”
De derde sprak:
“En wanneer de tijd daar is, zal een koning je tot zijn vrouw kiezen.”
Daarna wensten zij haar een goede reis en verdwenen en was het meisje weer alleen.
Het meisje ging terug naar huis. Toen zij over de drempel stapte en riep dat zij thuis was, viel er plotseling goud uit haar mond, zonder dat zij het echt merkte. De stiefmoeder keek verbaasd en werd meteen hebzuchtig toen ze het goud en de aardbeien zag midden in de winter.
Het meisje vertelde eerlijk wat er in het bos was gebeurd.
De tweede tocht naar het bos
De stiefmoeder dacht: Als mijn dochter daarheen gaat, zal zij vast nog grotere beloningen krijgen. Ze gaf haar eigen dochter een warme jas, een mand vol eten en stuurde haar het bos in met dezelfde opdracht.
Het meisje vond het huisje ook en zag de drie oude mannetjes zitten. Maar zij groette hen nauwelijks.
Toen zij om eten vroegen, antwoordde ze:
“Ik heb niet voor anderen gespaard. Dit is van mij.”
Ze ging het huisje binnen, veegde slordig en plukte alle aardbeien die ze zag, zonder na te denken of iets achter te laten. Toen zij weer buiten kwam, spraken de mannetjes opnieuw, maar hun stemmen waren streng.
De eerste zei:
“Voor ieder woord dat jij spreekt, zal er iets lelijks volgen.”
De tweede sprak:
“Je zult iedere dag lelijker worden.”
De derde zei:
“En je lot zal zwaar en ongelukkig zijn.”
Het meisje ging terug naar huis. Zodra zij begon te praten, sprongen er padden en slangen uit haar mond. De stiefmoeder schrok en werd woedend, zij besefte dat haar plan was mislukt.
De koning
Niet lang daarna trok een koning door het land en zag het vriendelijke meisje. Hij hoorde haar spreken, zag haar zachte aard en haar schoonheid, en vroeg haar ten huwelijk.
De stiefmoeder en haar dochter bleven achter, verbitterd en alleen, zoals het lot van velen is die geen goedheid tonen.
En zo eindigt het sprookje:
met een stille rechtvaardigheid, waarin goedheid wordt beloond en hardheid gestraft.
Symboliek:
Het brood
Het delen van brood zonder iets terug te verwachten.
Dat is de morele kern van het verhaal:
geven zonder verwachting vanuit het hart.
De andere dochter weigert niet omdat ze arm is,
maar omdat ze zichzelf centraal zet.
De drie oude mannetjes
Geen helpers, maar spiegels
Zij belonen en bevestigen wat er al is
Een weerspiegeling van het innerlijke van de meisjes.
De aardbeien in de sneeuw
De aardbeien worden niet allemaal geplukt door het eerste meisje, alleen dat wat zij nodig heeft.
Wie innerlijke maat kent, herkent overvloed zonder te graaien.
De beloningen (zijn geen cadeaus, maar gevolgen)
Let goed op wat de eerste dochter krijgt:
woorden die zegen brengen
schoonheid die groeit
een gezegend lot
Dit zijn geen magische cadeaus het zijn sociale en morele consequenties:
Wie goed spreekt, verbindt
Wie goed en vriendelijk is, wordt gezien
Wie innerlijk in balans is, past vanzelf in een groter geheel
De andere dochter krijgt het omgekeerde:
haar innerlijk lekt letterlijk naar buiten
Dit sprookje zegt:
Je innerlijke houding wordt uiteindelijk zichtbaar.
Altijd.
Heksen van Exloo
🌛🌹🌜