17/01/2026
En zo komen we aan bij stap 3 van de opleiding. Dit is een moeilijke!
Je bent nu in je lichaam. Je voelt, hoort, ziet, ruikt en proeft wat er is. Open voor contact, op je gemak in jezelf. Niets moet….je bent. Dat is voldoende, daarmee kan de ander ook in zichzelf gaan zijn. Ook je client hoeft niets en de paarden al helemaal niet. Neem maar waar wat er is, wat je ziet, het liefste in stilte. Laat die stilte duren als dat kan. Daar mag je mee oefenen want hulpverleners willen graag wat vragen, niet doen! Is niet nodig en is heel storend voor je client die net wat durfde te gaan voelen. Voel maar mee, gebruik jezelf als klankbord, net als de paarden voelen in hun lichaam wat er te voelen valt van je client en van jou ook. Nu kom je aan het punt dat je meedoet. Misschien heb je vaak te horen gekregen dat het niet gaat om jou, de hulpverlener. Maar paarden kennen dan concept uiteraard niet. Zij nemen gewoon twee mensen waar en reageren daarop, ook op jou dus als hulpverlener. Dus ja, wat jij voelt doet er wel degelijk toe en mag ook uitgesproken worden met daaraan gekoppeld de vraag of dit (lichamelijke) gevoel herkend wordt. Erken je onvoldoende wat je zelf voelt, dan gaat het paard onmiddellijk op jou reageren, want je bent niet eerlijk en gedraagt je niet naar je beleving. Hoe leger en hoe helderder je zelf bent, hoe meer je oppikt uit je omgeving. Eigenlijk leer je vooral eerst “paard” te zijn. Zonder oordelen, zonder vragen wat dit met je client doet. Want als je het goed doet, zie en voel je wat er in de ander gebeurt. Een bevestiging van dat gevoel helpt meer dan het vragen naar wat je al waarneemt. Ja, het is een hele klus om kalm in het midden te blijven en niet te willen helpen, sturen, enzovoort! Maar hier komt het oplossingsgerichte werken om de hoek kijken: je mag vertrouwen op je client. Die weet of herontdekt wat er nodig is en kan dat ook zelf.