21/05/2026
Wanneer jij je als kind ‘anders’ voelt, hiermee worstelt omdat je je vaker een ‘koekoeksjong’ voelt in plaats van aansluiting en verbinding met het gezin waarin je terecht bent gekomen. Dan ontstaat al snel de neiging je omgeving te observeren in de hoop aan te voelen wat dan wél ‘normaal’ is..
Zo leer je te scannen, anticiperen, (over)denken, analyseren, observeren om je zo goed mogelijk aan te kunnen passen. Alles in de hoop ‘erbij te horen’.
Vanuit het overlevingsmechanisme: “als ik maar goed overzie wat nodig is, dan ben ik veilig…” leer je jezelf aan te leven vanuit je hoofd, wil je alles graag begrijpen. Om het vooral ‘goed’ te doen.
Je gevoel en intuïtie raken steeds verder naar de achtergrond en gaandeweg heb je je zó vaak aangepast, dat je niet eens meer kunt voelen waar jouw grenzen liggen of wat je voor jezelf verlangt. Je bent alleen nog maar bezig overzicht te houden, alles te overdenken, je aan te passen.
Je dénkt dat je hierdoor nog enigszins controle hebt, maar je raakt steeds verder weg van jezelf.
Want zolang jij nog afgestemd bent op de ander of op je omgeving, ben je niet bij jezelf…