18/03/2020
Geacht KNGF-bestuur,
Vannacht staat niet in mijn toptien van beste nachtrusten dit jaar. Zagen wij eerder de ministers Bruins en Slob op TV; zo viel Mark Rutte gisteren de twijfelachtige eer ten deel om als MP sinds 1973 het volk toe te mogen spreken. Na de nieuwsbrief die wij als beroepsgroep gisteren mochten ontvangen, kan het niemand meer ontgaan zijn dat er sprake is van een ernstige situatie. Het woord “faillissementen” werd zelfs gebruikt. Dat kan alleen maar als er het besef is dat wij opereren in een markt die al geen gezonde basis heeft.
Als wij in Nederland straks net als Frankrijk, Spanje en Italië worden geconfronteerd met een totale lockdown, dan zijn de economische gevolgen voor onze beroepsgroep niet meer te overzien. Slechts enkelen zullen beschikken over voldoende reserves om dit zonder noemenswaardige gevolgen op te kunnen vangen.
Ik besef maar wat goed dat het a priori gaat om de volksgezondheid en ja; ondanks het feit dat 80% van de geïnfecteerden milde ziekteverschijnselen zal ervaren en thuis het herstel af kan wachten, maak ik me ook zorgen om de andere 20% van de patiënten. Maar; het is al in een nieuwsbrief vermeldt; we kunnen ook niet om de mogelijke economische gevolgen heen. In deze situatie kan in geen enkele sector van de markt meer gesproken worden over een normaal ondernemersrisico. Dat vraagt dan ook om niet-conventionele interventies.
Mijn praktijk heeft, net als andere praktijken, nu te maken met een sterke achteruitgang in patiëntenaanbod. Wij proberen zo goed en zo kwaad als het kan, onszelf en de patiënten te beschermen. In de oefenzaal worden o.a. latex handschoenen aangeboden en de werktijden passen we zodanig aan dat er zo weinig mogelijk collega’s tegelijk aan het werk zijn, waardoor het aantal contacten tussen collega’s en patiënten sterk wordt geminimaliseerd.
Wellicht ware het beter om de praktijk helemaal te sluiten, maar het spijt mij oprecht te moeten zeggen dat dat een luxe is die ik mij niet kan permitteren. Zeker niet nu de WAB in werking is getreden en het gehele risico “op mijn bordje” is komen te liggen. In de oude situatie zouden we als collectief (werken op procentenbasis) dit risico in gezamenlijkheid hebben gedragen. Dit zal bij heel veel andere collega’s niet anders zijn.
In tegenstelling tot wat bij veel andere sectoren geldt, ben ik ervan overtuigd dat de negatieve financiële gevolgen voor onze beroepsgroep op redelijk simpele wijze te minimaliseren zijn en sta mij toe dat kort uit te leggen.
De zorgverzekeraars zijn geen normale ondernemers in de markt en zij zijn op basis van wetgeving verzekerd van een vaste inkomensstroom. Daarnaast hebben de meeste van deze maatschappijen grote financiële reserves (AV). Nu bij ons het aanbod sterk terugloopt, zou het zelfs zo kunnen zijn dat die reserves groeien omdat in de AV minder uitgekeerd hoeft worden. Dat is een rare gedachte, maar het zette mij ook aan het denken.
Als nu de zorgverzekeraars verplicht zouden worden om de declaraties van maart en april (en wellicht ook die van mei) aan te vullen tot het niveau waarop in februari is gedeclareerd en uitgekeerd, dan wordt bij onze beroepsgroep de grootste financiële nood gelenigd; is continuïteit van de bedrijfsvoering gegarandeerd en zullen de zorgverzekeraars dit niet of nauwelijks voelen in hun portemonnee.
Als hier het politieke draagvlak voor is en het kan daarnaast snel geregeld worden, dan zal dat veel zorgen en onrust wegnemen bij onze beroepsgroep en hoeven beslissingen m.b.t. de bedrijfsvoering niet meer genomen worden mede op basis van economische argumenten. Het behoeft verder geen uitleg dunkt mij, hoeveel financieel en sociaal-maatschappelijk leed deze zeer tijdelijke oplossing zou kunnen schelen.
Dit lijkt mij het uitgelezen moment dat verzekeraars kunnen laten zien, dat “solidariteit" ook een woord is dat onderdeel is van hun vocabulaire.
Met collegiale groet,
Bé van der Woude