21/05/2026
Mooi omschreven Mariët op dementie-avontuur! Jammer dat de medewerkers niet in de juiste richting te bewegen waren. Vaak zie je dat ze blijven hangen in oude gewoontes. En niet op de hoogte zijn van wat iemand nu werkelijk nodig heeft.
BELEVINGSGERICHTE ZORG IN LAASTE FASE DEMENTIE
Met bed en al in de huiskamer
Ze was niet graag het onderwerp van gesprek en was al helemaal niet graag het middelpunt van de belangstelling. Ze was op zichzelf, bescheiden en onopvallend. Zo had ze het graag, ze was vriendelijk en attent en dacht altijd aan de ander maar als het over haarzelf ging dan was dat vluchtig en veranderde ze van onderwerp. Ze hield niet van bezoek op haar verjaardag al vergat ze zelf nooit een verjaardag van de ander. Wanneer ze jarig was, ging ze vaak een paar dagen met vakantie, ze zorgde ervoor dat ze niet thuis was. Mogelijk kwam dit mede door een jeugdtrauma maar ook dat hield ze voor zichzelf.
Ik bezocht haar regelmatig in het verpleeghuis waar ze woonde als haar mantelzorger. Ze had vasculaire dementie en de laatste 4 á 5 jaar van haar leven bracht ze op bed door. Ze sprak zelden meer maar reageerde wel altijd wanneer ik haar bezocht, veelal door alleen non-verbale communicatie.
Op een keer kwam ik haar opzoeken en stond haar bed midden in de grote huiskamer. Een grote, hoge en witte huiskamer. Een spierwit gezichtje op het net zo witte kussen. Haar ogen gesloten en haar mond open gezakt. Ze bewoog één van haar armen omhoog waarbij ze iets uit de lucht ‘plukte’ waardoor de mouw van haar nachthemd naar beneden zakte, een nachthemd wat aan de achterkant open was en waarbij er een naakte schouder en stukje blote rug zichtbaar was. Ze was het middelpunt van belangstelling, andere bewoners liepen rond haar bed, spraken haar aan, dachten vaak dat ze een kind was, stopten soms wat eten in haar mond en ook medewerkers liepen heen en weer, de tv stond op st***je hardhorend zodat er 'leven' rond haar bed was. Medewerkers gaven aan dat ze er zo gezellig bij was, zo kon ze volgen wat er in de huiskamer gebeurde en was ze er toch bij, anders lag ze toch maar alleen op haar kamer.
Ik slikte een brok uit mijn keel, ik kon er niets aan doen maar voor mij was het alsof ze een attractie was...Dit paste echt helemaal niet bij wie ze was! Ze zou het gruwelijk hebben gevonden, in het middelpunt van de belangstelling van mensen die ze niet kende in notabene haar nachthemd uitgestald in de huiskamer van het verpleeghuis en ze kon er niet voor weglopen! Ze kon niet wegduiken, zich verstoppen of zich uit het zicht van anderen onttrekken, het enige wat ze kon doen was haar ogen dicht doen en dat deed ze dan ook. Dit alles schoot door me heen toen ik haar daar zo zag liggen. Ik dacht ook aan mijn eigen moeder die zou zich ook nooit in nachtkleding aan anderen vertonen nog niet eens aan haar eigen kinderen laat staan in een bed midden in een rumoerige huiskamer.
Hoe goed bedoeld ook van de medewerkers maar zo ondoordacht. Het is een misrekening te denken dat alle mensen met dementie gezellig overal bij moeten zijn. Dat ze altijd geactiveerd moeten worden in een groep en dat alle mensen met dementie niet alleen op hun kamer willen zijn. Dementiezorg is maatwerk, niet collectief zorgen maar individueel. En begrijp me niet verkeerd in zeg niet dat met bed en al naar de huiskamer nooit goed is. Want dan zou ik dezelfde fout maken. Het gaat er om dat we bij alles wat we doen bewust zijn waarom we dit doen en of dat aansluit bij de beleving van de bewoner.
Ik heb er naderhand over gesproken met de medewerkers, geprobeerd uit te leggen waarom ik het in dit geval geen goed idee vond dat hele bed-in-de-huiskamer-gedoe. Ik heb geen dure woorden gebruikt of ze boos en streng aangesproken. Maar er was geen begrip voor mijn uitleg, ze vonden me maar lastig en leken verstoken te zijn van enig inleven en/of empathie. Er was bij die medewerkers geen ruimte voor belevingsgerichte zorg en ze namen ook nadien, niet de tijd om hun bewoner goed te leren kennen. Het stemde me verdrietig, er valt nog veel te winnen als het gaat om belevingsgericht zorgen. En daar maak ik me hard voor, ook al vinden ze me een zeur en zo eentje die het beter weet.