15/10/2022
BRIEF AAN DE TWEEDE KAMER FRACTIES
Deze info heb ik vandaag verzonden aan alle Tweede Kamer fracties en cc aan het KNGF bestuur. ( met dank aan Robert Hoogland voor het redigeren )
WILT U DEZE BRIEF ZOVEEL MOGELIJK PUBLIEKELIJK DELEN ( via mijn prive FB pagina ) ZODAT OOK BURGERS EN MEDIA ER HOOGTE VAN HEBBEN
Contracten fysiotherapie 2023
Fysiotherapeut kan passende zorg niet meer leveren
Door vijftien en volgend jaar zestien jaar fysiotherapie onder kostprijs in te kopen en administratieve regels te verzwaren, kunnen fysiotherapeuten de zorg niet meer leveren zoals dat hoort. Slecht nieuws voor veel patiënten en voor de belastingbetaler.
Fysiotherapeuten willen de beste zorg leveren. Dat is de reden dat ze ooit de opleiding zijn gestart en gepassioneerd het vak ingaan. Dat er nu toch massaal weerstand ontstaat op de tariefvoorstellen voor 2023 is omdat het bieden van passende behandelingen onmogelijk wordt. In een tijd waarin iedere beleidsbepaler spreekt over ‘passende zorg’ is dat niet alleen ongepast; het maakt de zorg ook enorm veel duurder
Gereguleerde marktwerking
Vanaf 2006 is er in de zorg sprake van een zogenaamde gereguleerde marktwerking. In het kort: de zorgverzekeraar, ondersteund door de politiek, bepaalt, de fysiotherapeut volgt. Niet volgen kan wel, maar dan dreigt de overeenkomst door de zorgverzekeraar te worden opgezegd (lees geen inkomen).
Deze gereguleerde marktwerking heeft ertoe geleid dat zorgverzekeraars de tarieven voor fysiotherapie in de afgelopen vijftien jaar nauwelijks lieten meelopen met de indexatie. Maar - erger - vele fysiopraktijken werden teruggezet in tarief omdat zij steeds zwaardere eisen niet konden volgen. Ook in 2023 zien we weer nieuwe eisen opgenomen in de overeenkomsten.
Kostenonderzoek
Omdat fysiotherapie dreigde vast te lopen en jonge collega’s het veld verlieten werd in 2018 een opdracht gegeven voor een kostenonderzoek. Dit onderzoek, uitgevoerd door GUPTA, werd ondersteund door het ministerie van VWS, Zorgverzekeraars Nederland en het KNGF (Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie). De aanbevelingen zouden door alle drie de partijen ter harte worden genomen.
De kostprijsberekening die uit dit onderzoek voortkwam, werd vastgesteld op 36,50 euro per zitting voor reguliere fysiotherapie. Nu in 2023 zou die uitkomen op 43 euro. Dat is met normale indexatie en niet gecompenseerd voor de huidige hyperinflatie.
Faillissement of onvolledig behandelen
De eerste zorgverzekeraar ( Zorg&Zekerheid ) die de fysiotherapie een tarief aanbiedt voor 2023 komt uit op € 30,68 per zitting voor reguliere fysiotherapie. Niet eerder werd geklaagd door de fysiotherapeuten, maar tekenen voor dit veel te lage bedrag betekent of tekenen voor het faillissement of keuzes om patiënten onvolledig te behandelen. Een enorme spagaat.
Onvolledig herstel
Dat onvolledige behandelen heeft enorme consequenties voor patiënten én voor alle belastingbetalers. Met de ver onder kostprijs liggende tarieven die worden aangeboden, kunnen pijn en klachten slechts ten dele opgelost worden. Omdat mensen onvolledig herstellen, zien we nu al dat de kans op recidieven (herhaling van klachten) enorm stijgt.
Door jarenlang investeren ( 100 miljoen euro in laatste 12 jaar ) in wetenschappelijk onderzoek blijkt fysiotherapie aantoonbaar in staat om duurdere zorg te voorkomen. Aantoonbaar vermindert fysiotherapie ligtijden binnen het ziekenhuizen drastisch. Aantoonbaar werkt in steeds meer indicaties fysiotherapie beter of minimaal net zo goed als specialistische zorg. Fysiotherapeuten houden mensen uit de ziekenhuiszorg. Voor al één ligdag minder , kan de fysiotherapeut meer dan 25 behandelingen geven.
Ouderen
Regelmatig worden via de media gewaarschuwd over het aantal ouderen dat valt en enorm veel van de zorgkosten vraagt. Valpreventieprogramma’s, ontwikkeld en verzorgd door fysiotherapeuten, zijn erop gericht om deze kosten en de persoonlijke ellende te beteugelen. Daar is met dergelijk lage tarieven geen tijd meer voor.
We willen ook dat ouderen langer thuis blijven wonen. Dan is het wel van belang dat deze ouderen mobiel en vitaal zijn en blijven. Fysiotherapie speelt daarbij een sleutelrol, maar kan binnen de aangeboden tarief onvoldoende tijd een aandacht besteden aan mobiliteit en vitaliteit. En dan moet de zogenaamde tsunami van ouderen nog op ons afkomen.
Jonge collega’s verlaten vak massaal
Nog meer uren maken om het hoofd boven water te houden, zorgt ervoor dat scholing en vakinhoudelijke ontwikkeling enorm onder druk staat. Er is geen tijd meer voor. Jonge collega’s ervaren een groot gebrek aan perspectief. Scholing, ontwikkelingen, innovatie en passende behandelingen verschuiven naar de achtergrond. Het inkomen zal niet of nauwelijks kunnen meegroeien en in feite achter lopen op de inflatie. Zij worden werkend arm. De cijfers laten dat duidelijk zien. Na gemiddeld 11 jaar verlaten aanvankelijk gepassioneerde collega’s het prachtige vak. Met een pensionering aan de andere kant, zal fysiotherapeutische zorg onbereikbaar en ontoegankelijk worden voor heel veel mensen.
Gezondheidsverschillen worden groter
Na 15 jaar lang waarschuwen en toch weer doorgaan is het nu echt op. De rek is eruit. Met dan ook nog eens de huidige hyperinflatie valt fysiotherapeutische zorg langzaam maar zeker om. Fysiotherapeuten dreigen hun cliënten te gaan factureren. Dat betekent dat mensen met voldoende middelen wel de zorg kunnen krijgen en anderen met minder inkomen niet. Zo worden gezondheidsverschillen nog groter.
Dat raakt niet alleen direct zo'n 4 miljoen mensen die jaarlijks de fysiotherapeut bezoeken, maar ook de belastingbetaler. De zorgkosten zullen door het dak gaan. Als fysiotherapie ontoegankelijk is door onbereikbaarheid of omdat betalen een probleem is, word je richting huisarts (die is al overbelast) of ziekenhuis gestuurd. Deze zorg wordt vanuit het basispakket vergoed. Fysiotherapie zit voor driekwart in de aanvullende verzekering en een kwart in de basis.
Met het verschuiven van fysiotherapeutische zorg naar huisarts/specialist zijn de zorgverzekeraars juist in strijd met het nieuwe credo “passende zorg.” Ook staat deze beweging haaks op het nieuwe Integraal Zorgakkoord, dat bol staat van samenwerken.
Wie verzint zoiets
Betaalbare zorg, die aantoonbaar een belangrijke bijdrage levert aan het beteugelen van de zorgkosten, wordt onbereikbaar. Daardoor zal de vraag naar veel duurdere specialistische zorg stijgen. Beleidsmakers zullen nog vaker roepen dat de zorg onhoudbaar wordt en natuurlijk zullen premies opnieuw stijgen? Wie verzint eigenlijk zoiets?
[ACHTERGROND]
Gereguleerde marktwerking en ‘eenrichtingscontractering’
Door gereguleerde marktwerking is de macht van de zorgverzekeraar enorm, zeker door fusies de aflopen vijftien jaar zijn zorgverzekeraars hele grote bedrijven geworden. De 4 grootste zorgverzekeraars contracteren 85% van alle mensen in Nederland. Door deze macht en het ontbreken van gelijk speelveld, kunnen zij contracten en overeenkomsten dwingend opleggen.
Eisen toenemend zwaarder en dwingender
Deze vorm van ‘eenrichtingscontractering’ maakt dat naast tariefsbepaling ook eisen binnen de praktijkvoering toenemend zwaarder en dwingender worden. Geen kwaliteitseisen, die ontwikkelde de beroepsgroep via haar genootschap zelf, maar allemaal eisen van administratieve aard. Inmiddels heeft een full time werkend fysiotherapeut maar liefst twaalf uur administratie per week! En zoals zorgverleners past marchanderen zij dus niet met behandeltijd, maar doen zij deze administratie in hun eigen tijd (avonden en weekenden).
Behandelindex
Na allerlei belastende administratieve eisen werd ook de behandelindex ingezet. De behandelindex bepaalt in het kort hoe vaak je iemand mag behandelen met een bepaalde aandoening. In feite zette de zorgverzekeraar daarmee een stap in de behandelkamer. De rekenmethodiek van de behandelindex is nooit duidelijk geworden. Belangrijkste boodschap was voor de hand liggend. Hoe minder behandelen, hoe minder je tarief naar beneden ging.
Inderdaad een goede behandelindex leidde niet tot beter beprijzen, maar tot behoud van wat je al had. Deze zogenaamde ‘race to the bottom’ van minder naar nog minder behandelen, is niet in het voordeel van patiënten en fysiotherapeuten.
Zeker enkele chronische patiëntgroepen werden door minder fysiotherapie gedwongen naar hoger medicijngebruik, frequenter bezoek aan specialistische zorg en minder kwaliteit van leven. Zo ontstond dus veel duurdere zorg in plaats van bezuiniging van minder fysiotherapie waarbij mensen ook minder kwaliteit van leven ervaren.