11/02/2026
“Ik zie het zo vaak: sterke vrouwen (en mannen) met een uitgeput lijf.”
De afgelopen weken had ik veel nieuwe mensen in mijn praktijk. Wat me opviel? Ze kwamen allemaal met veel stress. Niet een beetje druk, maar een lijf dat eigenlijk continu ‘aan’ staat. En bijna allemaal zeiden ze iets in de trant van: “In mijn hoofd gaat het prima hoor, maar mijn lichaam werkt niet mee.”
Dat raakte me.
Want het zijn vaak personen die gewend zijn om door te gaan. Die zorgen, regelen, werken, nadenken en volhouden. Maar ondertussen is het contact met hun lijf steeds kleiner geworden. Het lichaam wordt iets waar je last van hebt, in plaats van iets waar je naar luistert.
De klachten lijken misschien los van elkaar te staan:
een snelle ademhaling, pijn in nek en schouders, hoofdpijn, slecht slapen, onrust in de borst, snel overprikkeld zijn. Maar ze hebben één ding gemeen: een zenuwstelsel dat geen rust meer kent.
In gesprekken gaat het vaak over grenzen. Over altijd maar aanpassen. Over leven vanuit moeten in plaats van willen. En ja, werkdruk speelt vaak mee. Maar het zit ook in hoe we naar onszelf kijken. In oude overtuigingen. In wat we hebben geleerd over sterk zijn, lief zijn, niet zeuren.
Dat betekent niet dat iemand het fout heeft gedaan. Iedereen doet wat hij kan. Maar soms dragen we patronen mee die ons ooit hielpen, en nu vooral uitputten.
We weten allemaal dat ontspanning belangrijk is. Maar echte ontspanning is niet iets wat je even “besluit”. Dat heeft alles te maken met hoe veilig je zenuwstelsel zich voelt. En dat systeem wordt sterk beïnvloed door je ademhaling.
Als je adem hoog en snel is, denkt je lichaam: er is gevaar.
Als je adem rustiger en dieper wordt, krijgt je lichaam het signaal: het is oké.
En nee, dat is geen snelle reset. Herstel is een proces. Een uitnodiging aan je lichaam om stap voor stap te leren dat vertragen veilig is.
Kleine leefstijltip voor vandaag:
Kies één vast moment op de dag (bijvoorbeeld bij het koken of tandenpoetsen) waarop je bewust je adem vertraagt. Adem rustig in door je neus en laat de uitademing langer zijn dan de inademing. Geen perfectie, alleen aandacht.
Misschien hoef je niet nóg beter je best te doen.
Misschien mag je lichaam eindelijk ook eens meepraten.