25/05/2026
Twee weken geleden volgde ik een yogales. Zo’n les waarin iedereen in stilte binnenkomt, een plekje zoekt in de ruimte en even probeert los te laten wat er die dag allemaal gebeurd is. Naast mij rolde een onbekende vrouw haar m***e uit. Terwijl ze haar spullen neerlegde, keek ze naar haar voet en begon te lachen. “Oh nee,” zei ze, “er zit een g*t in mijn sok.”
Ik keek mee en moest lachen. Maar toen zei ze iets wat me verrassend genoeg nog steeds is bijgebleven.
“Ach weet je,” zei ze schouderophalend, “ik ben toch wel meer dan een g*t in mijn sok.”
We lachten allebei en begonnen aan de les. Maar die zin bleef hangen. Sterker nog: ik denk er twee weken later nog steeds aan.
Want eigenlijk zit er ontzettend veel waarheid in die simpele opmerking.
Hoe vaak reduceren we onszelf niet tot één klein moment?
Een fout gemaakt op werk?
Je bent toch wel meer dan dat.
Iets ongemakkelijks gezegd in een gesprek waarna je het de hele avond opnieuw afspeelt in je hoofd?
Je bent toch wel meer dan dat.
Een keer teveel gegeten, gedronken of niet goed voor jezelf gezorgd?
Je bent toch wel meer dan dat.
Een slechte dag waarop je onzeker bent, je zelfliefde ineens ver te zoeken is of waarop alles even zwaar voelt?
Je bent toch wel meer dan dat.
Toch doen we het constant. We maken van kleine, tijdelijke momenten iets groots en koppelen ze direct aan wie we zijn.
Misschien raakte die opmerking me juist daarom zo. Omdat die vrouw iets deed wat we eigenlijk allemaal vaker zouden mogen doen: relativeren zonder jezelf af te wijzen.
Geen schaamte. Geen drama. Gewoon kunnen lachen en beseffen: dit kleine ding bepaalt niet mijn waarde.
Sindsdien is het bijna een mantra geworden voor me. Op momenten waarop ik te streng ben voor mezelf, hoor ik die zin weer in mijn hoofd.
“Ik ben toch wel meer dan een g*t in mijn sok.”
Wat een g*t in een sok wel niet kan doen.