26/03/2026
In de rubriek ‘ik verblijf…’ is vandaag Marieke aan het woord.
De voorjaarszon schijnt uitbundig en op de achtergrond horen we vogels die het voorjaar aankondigen. Als we de voordeur van haar appartement openen, heet Marieke ons welkom. ‘Mooie dag brengen jullie mee!’
‘Ja, speciaal voor jou! Er wordt gelachen. Maar vertel eens hoe vind jij jouw verblijf hier?’
‘Inmiddels fijn, want het voelt als thuis. Hoewel het natuurlijk niet thuis is, maar ik ben wel thuis. Vooral omdat ik hier alleen kan zijn. Dat vind ik mooi, want dat geeft rust en daardoor kan ik verder gaan met het proces waar ik in zit. Het is ook fijn dat je niks hoeft te doen, dat ik alles aan jullie mag overlaten. Dat je gewoon voor een suikerklontje mag appen, geeft rust. Ook al kan ik sommige zaken nog wel, ik hoef niks, dat is soms wel lastig voor mij. Eigenwijs als ik ben, wil ik liefst alles zelf regelen. Ik moest zo ook iets regelen voor mijn mannen, mijn katten dus, voordat ik hiernaartoe ging. Die worsteling met ‘afhankelijk zijn’ maakt dat je in dit proces over steeds meer grenzen heengaat. Dan is het fijn dat jullie professionals er zijn en op een mooie integere manier er voor mij kunnen zijn. Het is dus prettig om hier te zijn. Ik voel mij thuis. Dit maakt de Bregthoeve ook wel bijzonder hoor. Ik zag mijzelf niet zitten in een kamer aan een gang, waar ze mij steeds vragen: ‘Kom je er even bij, kom je koffiedrinken?’ Dat hoefde voor mij niet. Weet je, als ik hier lig te slapen en jullie zien dat, dan laten jullie mij ook slapen. Mij geeft het, het idee, dat ik hier nog een beetje regie heb over mijn leven. Dat dat hier kan en mag is heel fijn. Het maakt de reis die ik maak, hoe gek het ook klinkt, mooi. En waar het eindigt? Dat weet niemand.’
‘Ik zit hier op een redelijk druk punt, dus zie je ook anderen hier binnenkomen. Ik vind het ook wel mooi (in tranen) dat je ze soms ook met de zwarte wagen ziet weggaan. Dit klinkt misschien heel stom, maar als ze dan langsgaan heb ik zoiets van; Ik hoop, of eigenlijk weet ik, dat je hier een mooie tijd hebt gehad. En andersom, als je ze met de gele auto ziet komen dat je dan hoopt dat ze een mooie tijd gaan krijgen. En ja, ook dit klinkt misschien stom, maar dan heet ik ze ook altijd welkom. Gewoon respect als men hier aankomt of weggaat.
‘Wil je iets over je proces vertellen?’
(Lacht) ‘De reguliere geneeskunde heeft een bot-metastase bij mij vastgesteld. Ik heb er daarna voor gekozen dat deze informatie voor mij voldoende is om te weten wat ik daarmee wel en niet wil. Ik heb via diverse leren het vertrouwen gekregen dat dit mogelijk op te lossen is. Dat het vooral je tijd nemen is, voor het psychische proces. En dat kan hier. Je kunt hier gewoon lekker in je eentje zitten. Misschien voldoende want jullie zijn er ook vaak om mij even op te vangen. Ik zit dus nu gewoon in mijn, ja, waardevolle reservetijd. Ik heb niks te verliezen hier en dat geeft ook weer rust. Ik ben ook niet bang voor de dood, die komt toch. En dan staat er waarschijnlijk iets moois voor mij wachten, iets nieuws. Dus ja, dat wordt het volgende avontuur. Zo zie ik het ook. Weet je, wij in de Westerse wereld wordt ons aangeleerd, de dood van je af te houden. Ik denk dat dat ons grote gemis is hier. Dat je niet meer mag doodgaan. Zodra je geboren wordt ga je toch ook een keertje dood? Maak het stukje daartussen zo mooi mogelijk.’
Heb je iets met tijd?
(Lacht en wijst op de klok.) Dit klokje herinnert mij aan mijn vader. Die heeft dat van zijn eerste salaris gekocht (tranen). Hij kreeg meteen op zijn fl***er van zijn vader, want het was de slechtste investering die je ooit kon doen. Toch ben ik juist blij dat hij hem heeft gehouden. Het doet me denken aan de tijd van vroeger. Het getik en het opwinden, dat soort dingen. Toen ik hier naartoe moest was ik al aan het bedenken wat er allemaal mee mag of mocht. Het klokje moest mee. En ondanks dat ik een Pietje precies ben met het opwinden, het is natuurlijk allemaal wat fragiel, is het fijn dat ik daarin, al is het nog niet helemaal, maar al wel bijna, kan loslaten dat iemand anders aan mijn klokje zit. En dan zegt vrijwel iedereen die er de eerste keer aanzit; ‘Oh dat had ik ook thuis ook.’ De nostalgie, dat het ook in deze tijd, zo’n analoge klok, je het bewustzijn van de tijd geeft. Zo’n polshorloge gaat gewoon zijn gang, daar hoef je niet op te letten. Maar zo’n oud dingetje, dat je weer af en toe mag aanraken en er weer een slinger aan mag geven, maakt je bewuster van de tijd. Dat die dus eigenlijk ook kan stoppen. Je draait hem weer op kracht. Het mooie is eigenlijk, dat het zo twee verschillende kanten heeft. Het oude wat je gewoon mag opwinden en het dan ook altijd blijft doen. Vergeet je dat? Tja, dan staat de tijd stil. Voor jou, door de analoge klok. De buitenwereld raast door. Dus de tijd denken te kunnen beheersen, terwijl we eigenlijk zelf tijdloos zijn. Het leven geeft je ritme wel aan, je hebt eigenlijk geen klok nodig. Hooguit eentje die af en toe stilstaat, zodat je denkt: ‘Oh ja de tijd doet wat hij wil.’ Wij zijn trots op onze ontwikkelde Westerse maatschappij terwijl, neem mij niet kwalijk, die wel een beetje op instorten staat. Mensen die zonder tijdlijn leven, weet ik veel waar, daarvan denk ik dat ze daar veel gelukkiger zijn. Leef nu! Dat is het enige wat van belang is. Niet vooruit, want dat weet je niet en niet achteruit, want dat is geweest. Het is heel cliché, maar nu, hier en nu, dat is het meest belangrijk. Dan leef je een oneindig einde.
‘Tjonge, dat heb je mooi gezegd.’
‘Dank je. Weet je, met dit soort dingen, vind ik, krijg je een deel twee. Dat vind ik wel mooi, Ik probeer dat deel nu beter in te richten, dan wat ik daarvoor heb gedaan. Het verleden kan je niet meer veranderen. Tot slot, als antwoord op je vraag van vorige week, denk ik dat ik het toch wel mooi zou vinden, als het af is dat het geplaatst wordt, of ik er nu nog wel ben of niet.’
Helaas is mevrouw overleden voordat we het interview konden plaatsen, toestemming nog persoonlijk gekregen voor het plaatsen van het interview en de foto's.