Revalidatie Nederland

Revalidatie Nederland Revalidatie Nederland is de branchevereniging voor de revalidatie-instellingen in Nederland.

Verschillende teams zijn al gestart met de eerste training voor de HandbikeBattle 2026, zo ook de HelioHeroes van Heliom...
23/01/2026

Verschillende teams zijn al gestart met de eerste training voor de HandbikeBattle 2026, zo ook de HelioHeroes van Heliomare. Veel succes met alle voorbereidingen!

Veel revalidatie-instellingen staan voor een lastige opgave. De gebouwen waarin zij werken sluiten niet meer aan op de v...
20/01/2026

Veel revalidatie-instellingen staan voor een lastige opgave. De gebouwen waarin zij werken sluiten niet meer aan op de veranderende zorgvraag. Tegelijkertijd is er nauwelijks financiële ruimte om te investeren in noodzakelijke vernieuwingen.

In een eerder artikel lichtte Joris Prevo (Revalidatie Nederland) al toe hoe structureel krap de financiële kaders zijn. In dit vervolg zoomen we in op een urgent thema: hoe realiseer je als revalidatiecentrum toekomstbestendige huisvesting? We spreken met twee financials die deze opgave van binnenuit kennen: Maarten Clemens (Reade Amsterdam) en Aad Boonstra (Rijndam Revalidatie).

Bij Reade is het vastgoed verouderd. ‘We lopen in de huidige gebouwen tegen beperkingen aan,’ vertelt Maarten Clemens, manager Finance & Control. ‘De gebouwen komen uit een tijd waarin revalidatietrajecten langer duurden. Ze zijn groot en verbruiken veel energie. We moeten toe naar een compacter en duurzaam gebouw dat beter aansluit bij de huidige en toekomstige zorgbehoeften.’

Al sinds 2010 zoekt Reade naar een nieuwe, centrale locatie. Toch zit het project nog in de beginfase. ‘We hebben veel locaties verkend, maar het is niet makkelijk om een geschikte plek te vinden én aan te kopen,’ zegt Clemens. Daarnaast was de financiële basis kwetsbaar. ‘Leningen zijn inmiddels grotendeels afgelost en panden afgeschreven. Maar de bouwkosten zijn de afgelopen jaren enorm gestegen, en de ruimte om te sparen blijft beperkt. Daardoor ontstaat een g*t tussen wat je als instelling kunt opbrengen en wat er nodig is voor nieuwbouw of innovatie.’

Om die basis te versterken, was een reorganisatie nodig en werd de formatie aangepast aan het aantal cliënten, met een passende omvang van ondersteunende functies. Die reorganisatie is inmiddels achter de rug en Reade is financieel stabiel. ‘De weg is weer vrij om vooruit te kijken.’ En dat doet Reade dan ook: op dit moment onderzoeken ze de mogelijkheden om samen met het OLVG nieuwbouw te realiseren.

Bij Rijndam lukte het recent om een grote stap te zetten. In mei 2025 opende de instelling samen met partners het nieuwe gebouw ROeR: Rotterdams Onderwijs en Revalidatiecentrum. Een locatie voor kinderrevalidatie en speciaal onderwijs (mytylschool en tyltylschool). Het gehele traject, van de eerste plannen tot de oplevering, nam meerdere jaren in beslag. ‘Een gebouw delen met andere partijen vraagt om zorgvuldige afstemming,’ vertelt Aad Boonstra, manager Finance & Control ‘Onderwijsinstellingen zijn bijvoorbeeld veertig weken per jaar open, wij leveren het hele jaar zorg. Dat vraagt om duidelijke afspraken rondom gebruik, inrichting en planning.’ De realisatie was bovendien alleen mogelijk dankzij stevige financiële voorbereidingen. ‘We hebben vastgoed verkocht, kosten verlaagd en onze tarieven verbeterd. Die combinatie gaf ons de financiële slagkracht om te kunnen investeren.’ Voor aanvullende financiering werd ook vroegtijdig contact gelegd met het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ), vervolgt Boonstra. ‘En voor het daadwerkelijk aantrekken van financiering van de bank maakten we gebruik van een extern financieel adviseur.’

Beide financials benadrukken dat een goed onderbouwde businesscase cruciaal is. Boonstra: ‘Gebruik benchmarkdata, betrek tijdig adviseurs – van bouwkundigen tot financiële experts – en zorg dat zorgverzekeraars vroeg aan tafel zitten. Je hebt hun langjarige commitment nodig om een investering rendabel te maken.’

Ook is een doordachte visie op zorg cruciaal, vult Clemens aan: ‘We weten vaak goed waar we nu staan, maar de vraag is: waar gaan we naartoe? Hoe ontwikkelt de behoefte aan revalidatiezorg zich? En welke rol kun je als instelling spelen in die toekomstige zorg? Die vragen zijn bepalend voor de keuzes die je maakt over huisvesting.’

Dat visie op zorg een essentieel onderdeel is van nieuwbouw, zie je duidelijk terug in het ROeR. Het gebouw biedt onder meer ruime klaslokalen, gespecialiseerde behandelkamers en moderne therapieruimtes. Boonstra: ‘We hebben bewust ingezet op meer digitale toepassingen voor hybride zorg en ruimtes die flexibel inzetbaar zijn. Zo sluit de huisvesting beter aan op de manier waarop we zorg willen bieden.’

De zorgvisie wordt ook leidend voor de volgende stap: een toekomstig gebouw naast het Franciscus Gasthuis. Waar Rijndam mogelijk ook intensief samen gaat werken met de geriatrische revalidatiezorg. ‘We kijken goed hoe het gebouw vernieuwende zorg kan ondersteunen. Denk aan een setting waarin revalidanten ook buiten therapietijden zelfstandig kunnen revalideren, bijvoorbeeld door in de avond oefeningen te doen met familie of vrienden. Zo ontstaat ruimte voor herstel in eigen tempo.’

Nieuwbouw in de revalidatiezorg vraagt om een investering in visie, samenwerking en financiële wendbaarheid. Wat helpt, is kennisdeling binnen de sector, benadrukt Clemens. ‘We zoeken elkaar als financials regelmatig op. Iedereen loopt tegen soortgelijke dilemma’s aan. Samen kun je meer leren, bereiken en mogelijk maken.’ Boonstra is het daarmee eens en vult aan: ‘Nieuwbouw is uitdagend, maar bovenal een kans die je moet grijpen. Het is niet alleen een antwoord op verouderde panden, maar ook een katalysator voor nieuwe ontwikkelingen en verbeteringen in de zorg.’

16/01/2026

n 2015 kreeg Peter de Boef uit Rotterdam de diagnose MS. Een moment dat zijn leven ingrijpend veranderde. "Toen ik die diagnose kreeg, stortte mijn wereld in." Zijn mobiliteit nam af, zijn huis moest worden aangepast en hij moest leren omgaan met een toekomst die er anders uitzag dan hij had verwacht. Dat vroeg om nieuwe keuzes, geduld en begeleiding. Bij Rijndam Revalidatiedam vond Peter die begeleiding.

Kijk verder: 👇

Revalidatiearts Erwin Baars (Vogellanden) pleit in zijn eerste blog van het jaar voor meer schoen-steun en trapweerstand...
13/01/2026

Revalidatiearts Erwin Baars (Vogellanden) pleit in zijn eerste blog van het jaar voor meer schoen-steun en trapweerstand. Hij doet een oproep om samen met zijn collega’s het Skechers-tij te keren. Wat dit precies inhoudt? Lees snel verder.
----------
Meneer H. zit tegenover mij tijdens het prothese spreekuur. Hij is een man van gevorderde leeftijd met een onderbeenprothese rechts en klaagt over zwabberend lopen. ‘Dokter, de prothese is vast niet goed want ik loop als een dronkenman en neem maar 1 klein borreltje in het weekeinde, echt waar.’

Meneer is ook een paar keer bijna gevallen. ‘Het scheelde niets of ik lag languit op de stoep tussen de kauwgum en hondenpoep.’ De instrumentmaker kijkt mij vragend aan, want deze kritiek op de prothese kan hij niet plaatsen. Kokerpasvorm en prothese uitlijning zijn dik in orde. Maar inderdaad, zodra meneer H. in de benen is loopt hij als een kaptein op volle zee met een stevige storm aan stuurboord.

Nadat hij een retourtje op de loopplank heeft gemaakt gaat kaptein H. snel weer zitten. ‘Zie je wel dokter, het lijkt nergens op.’ Ik kijk naar beneden en bestudeerde de stappers die meneer aan heeft. ‘Mag ik uw schoenen eens bekijken,’ vraag ik vriendelijk.’ Patiënt H. schiet snel een slof uit en overhandigt die. ‘Deze Skechers zijn de beste schoenen die ik ooit heb gekocht. Ze kosten wat maar je voelt helemaal niet dat je ze aan hebt, heerlijk.’

Ik voel inderdaad nauwelijks dat ik de schoen beet heb, zo licht. De zool is met duim en wijsvinger moeiteloos dubbel te vouwen. Kortom: snot met veters. ‘Meneer H., u hebt wegwaai schoenen waardoor u met uw prothese op drilpuddingstaat. Deze schoenen geven geen enkele stevigheid. Een wolkenkrabber op drijfzand gaat ook omvallen. Hebt u misschien nog betere exemplaren,’ vroeg ik beleefd. ‘Nee, die heb ik allemaal weggedaan,’ antwoorde meneer H. resoluut.

De heer H. is in goed gezelschap want Skechers kende in 2021 voor Nederland een groeicijfer dat maar liefst 95% boven het marktgemiddelde uitkwam. Ook dochterlief is tot mijn ongenoegen overstag gegaan voor deze pudding-pantoffels.

Dit fenomeen heeft in mijn beleving opvallend veel overeenkomsten met de opkomst van de elektrische fiets.

Steevast vraag ik aan elke patiënt of die fietst, om zo beeld te krijgen van het inspannings- en activiteitenniveau. Als het antwoord hierop ‘ja’ is neem ik tegenwoordig geen genoegen meer met de verkregen informatie. Mijn standaard vervolgvraag is: ‘gebruikt u dan een reguliere of elektrisch aangedreven fiets.’ Waarop patiënten mij steevast aankijken alsof ze water zien branden. ‘Maar dokter, een e-bike natuurlijk. Anders kom ik zo bezweet thuis na de fietstochten’. ‘Ik voel nauwelijks dat ik fiets’. Naspeurend blijkt de elektrische fiets dan ook in korte tijd een marktaandeel van ruim 56% te hebben bereikt.

De jonge generatie denk net zo, want een vergelijkbaar gesprek had ik met mijn zoon een paar maanden daarvoor. ‘Pa, mijn fiets ik kapot,’ brulde hij vanuit de garage. ‘Hoe bedoel je,’ vroeg ik belangstellend. ‘Band lek, ketting geknakt, zadel zoek? Wat is er aan de hand.’ ‘Nee,’ zei hij, ‘de accu laadt niet meer op dus kan ik niet fietsen. Mag ik de auto lenen?’ Mijn uitleg dat de fiets ook werkt zonder stroom veroorzaakte bij hem een vergelijkbare blik van onbegrip.

Comfort en gemak dient de mens. Maar zonder schoen-steun geen stabiliteit en zonder trapweerstand geen lichaamsconditie. Terwijl dit juist belangrijke ingrediënten zijn voor een val-vrij en fit leven.

Collega’s, zullen we, ten behoeve van de fysieke-fitheid en balans-bestwil van onze patiënten, gezamenlijk proberen het Skechers-tij te keren?

12/01/2026

Het kan zijn dat je door ziekte, een ongeval of een aangeboren aandoening moet leven met een lichamelijke beperking. Je lichaam werkt niet meer mee zoals je wilt. Je wilt dan zo snel en zo goed mogelijk herstellen, of revalideren, zodat je weer op een zo zelfstandig mogelijke manier je dagelijkse leven op kunt pakken. Je kunt hiervoor een specialistische medische behandeling krijgen, die uniek is in de zorg. Het gaat dan om medisch specialistische revalidatie. Jaarlijks revalideren ruim 200.000 patiënten.

Maar als je voor het eerst te horen krijgt dat je moet ‘revalideren’, heb je ongetwijfeld veel vragen. Wat is die (interdisciplinaire) Medisch Specialistische Revalidatie? Wat is het verschil met de ‘normale’ behandeling in het ziekenhuis? Welke behandelaren kom je tegen, hoe wordt je behandeld en waar is het op gericht? Op al deze vragen en meer wordt in deze animatievideo een eerste algemeen antwoord gegeven.

Meer weten? Kijk dan op www.revalidatie.nl en neem contact op met je behandelend arts.

09/01/2026

Hoe doe je dagelijkse dingen als één hand niet goed werkt? Lars leert bij Klimmendaal hoe hij zelfstandig dingen kan doen met één arm. In deze video ritst Lars zijn jas dicht met één hand.

👇

Het winterse weer van de afgelopen week heeft bij veel van onze leden geleid tot mooie winterplaatjes en aanpassingen in...
08/01/2026

Het winterse weer van de afgelopen week heeft bij veel van onze leden geleid tot mooie winterplaatjes en aanpassingen in de behandelingen. Zo ook bij de collega's van Revant medisch specialistische revalidatie.

👇

Revalidatiearts Ilse van Nes (Sint Maartenskliniek) deelt in haar nieuwste blog voor Revalidatie Magazine het bijzondere...
06/01/2026

Revalidatiearts Ilse van Nes (Sint Maartenskliniek) deelt in haar nieuwste blog voor Revalidatie Magazine het bijzondere verhaal van een zeer veerkrachtige patiënt.

Met een doosje ‘celebrations’ op zijn schoot rijdt hij mijn polikamer binnen. Vriendelijke lach op zijn gezicht en een energieke uitstraling. Inmiddels een ervaren dwarsleet; hij leeft al heel wat jaartjes met zijn dwarslaesie. Alles goed op de rit met een aangepast huis en auto, werk en zijn gezin. Toch is ‘gecondoleerd’ het eerste wat ik tegen hem zeg.

Een paar maanden geleden heeft hij zijn vrouw verloren aan een andere slopende ziekte. Met kippenvel op mijn armen luister ik naar zijn verhaal over de laatste periode. Het afscheid, het missen en hoe het nooit meer hetzelfde zal zijn. Over de onmogelijke taak om als moeder afscheid te moeten nemen van je kinderen. En over de pijn en het verdriet als je als gezin getroffen wordt door niet één, maar twee zeldzame aandoeningen, die beiden afhankelijkheid veroorzaken.

Maar we lachen ook samen. Hij vertelt grappend dat zijn aangepaste huis handig van pas kwam de afgelopen periode. Maar ook ‘dat hij niet elke dag de polonaise loopt.’ Waarop ik kan reageren met ‘dat hij zou wíllen dat hij de polonaise kon lopen’. En hij vertelt dat het fijn was dat hij op zijn manier nog voor haar kon zorgen. En hoe trots hij is op hun kinderen en hun vrienden en vriendinnen.

Ik vervolg het consult met alle dwarslaesiegerichte vragen over pijn, spasmen, blaas, darmen enzovoort. Het voelt eigenlijk niet gepast om in deze situatie over deze zaken te praten. Toch is het ook belangrijk dat hij juist nu zorgt dat hij gezond blijft en niet te kampen krijgt met allerlei vervelende gevolgen door zijn dwarslaesie. Daarom voelt het toch goed dat we deze controles weer oppakken.

Aan het eind van het consult krijg ik het doosje met de welbekende chocolaatjes. Ik vind het zo bijzonder dat juist deze man het meeneemt. Voor mij staat het symbool voor de veerkracht die hij laat zien. Als in: we moeten het leven vieren, want je weet nooit wat je op pad krijgt.

Na afloop praat ik met de revalidatiearts in opleiding na over het consult. We zijn allebei diep onder de indruk van wat sommige mensen tijdens hun leven te verstouwen krijgen. Maar we zijn nóg meer onder de indruk van de veerkracht die bij hen naar voren komt. Als er een team bestond van mensen met veel veerkracht, dan was mijn patiënt zeker de aanvoerder!

De 100ᵉ verwijzing van een neuropatiënt vanuit Erasmus MC naar RevaStart is een feit. Deze mijlpaal onderstreept het bel...
05/01/2026

De 100ᵉ verwijzing van een neuropatiënt vanuit Erasmus MC naar RevaStart is een feit. Deze mijlpaal onderstreept het belang van een soepele overgang van ziekenhuis naar revalidatie en bevestigt het succes van het samenwerkingsmodel.

RevaStart, gestart in 2023 als gezamenlijk initiatief van Laurens, Erasmus MC en Rijndam Revalidatie, biedt zorg aan patiënten die het ziekenhuis kunnen verlaten, maar bij wie nog niet duidelijk is welk type revalidatiezorg het beste bij hen past. Het is een tussenfase waarin op maat gemaakte revalidatiezorg begint. Femke Gronheid, themadirecteur bij Erasmus MC: “Dankzij deze samenwerking krijgt de patiënt eerder toegang tot passende revalidatiezorg, wat betekent dat ze sneller kunnen starten met hun herstel.”

Lees verder: https://www.rijndam.nl/over-rijndam/nieuws/persbericht-revastart-verwelkomt-100-neuropatient/

Bij Rijndam zoeken we altijd naar verrassende revalidatie oplossingen. Bekijk hoe wij je helpen met het heruitvinden van jezelf. VerBaas Jezelf!

In ruim een jaar tijd zijn meer dan 150 mensen met hartproblemen via Capri Hartrevalidatie doorverwezen naar gespecialis...
16/12/2025

In ruim een jaar tijd zijn meer dan 150 mensen met hartproblemen via Capri Hartrevalidatie doorverwezen naar gespecialiseerde fysiotherapeuten in de eerstelijnszorg. Deze verwijzingen zijn het resultaat van een samenwerking tussen Capri en het landelijke netwerk Chronisch ZorgNet. Fysiotherapeut Marije Bosboom van Capri is enthousiast: ‘Meer mensen starten nu met de revalidatie en minder mensen haken af.’

Capri begeleidt jaarlijks ruim 2.500 mensen, met een team van ongeveer 70 medewerkers. De revalidatie vindt vaak plaats in groepstrainingen op een van hun locaties. ‘Die hebben veel voordelen,’ zegt Bosboom. ‘Trainen met anderen werkt motiverend, en het contact met lotgenoten geeft steun.’ Tegelijkertijd bedient Capri een uitgestrekte regio en blijkt de afstand voor mensen een drempel te zijn om mee te doen. ‘Daarom zochten we een manier om de zorg dichter bij huis te brengen. Door de handen ineen te slaan met Chronisch Zorgnet is dat gelukt.’

Het partnerschap tussen Capri en Chronisch Zorgnet – een landelijk netwerk van gespecialiseerde eerstelijnszorgverleners – is een proef die loopt sinds september 2024. In de regio Rijnmond doen inmiddels zeven praktijken mee, in Den Haag drie. ‘Vaak zitten ze bij patiënten om de hoek,’ vertelt Bosboom.

De samenwerking richt zich niet alleen op het fysieke herstel, maar ook op het bevorderen van een gezonde levensstijl op de lange termijn. Zo kunnen deelnemers ook psychosociale begeleiding krijgen (op afstand) en leefstijladviezen, doordat Capri ook maatschappelijk werkers en diëtisten in huis heeft.

‘Zo krijgen ze het beste van twee werelden,’ zegt Bosboom. ‘We maken de zorg toegankelijker én kunnen meer hartrevalidatie op maat aanbieden.’ De aangesloten therapeuten werken onder supervisie van Capri, zodat de kwaliteit en samenhang van het revalidatietraject gewaarborgd blijft.

Wat zijn de grootste voordelen voor deelnemers? Volgens Bosboom zijn ze minder tijd kwijt aan reizen en niet langer gebonden aan vaste trainingstijden. Bij een eerstelijnspraktijk in hun buurt maken ze een afspraak op een moment dat hen het beste uitkomt. Ook bieden de therapeuten in de eerste lijn een meer individuele aanpak. ‘Dat is vooral waardevol voor mensen die, naast een hartaandoening, ook andere gezondheidsproblemen hebben of gevoelig zijn voor prikkels en zich niet prettig voelen in een groep.’

Inmiddels zijn al meer dan 150 mensen doorverwezen naar de eerstelijn via de samenwerking en het aantal deelnemers groeit gestaag. Bovendien vallen minder mensen vroegtijdig af en zijn de reacties van deelnemers positief. Een bijkomend voordeel: als Capri op een van de locaties een wachtlijst heeft, kunnen mensen via de samenwerking soms wel terecht bij de eerstelijnspraktijk in de buurt. Zo kunnen deelnemers sneller starten met hun revalidatie.

Zoals bij elke vernieuwing bracht ook deze samenwerking uitdagingen met zich mee. Met name op het gebied van communicatie en informatie-uitwisseling. ‘De fysiotherapeuten in de eerstelijn zijn onze ogen en oren; zij zien de deelnemer het meest,’ zegt Bosboom. ‘We wilden dus snel en laagdrempelig contact met hen kunnen houden.’

In het begin was het zoeken naar een goede werkvorm. Inmiddels is voor elke praktijk een veilige chatgroep ingericht via de medische app Siilo. Via de app kunnen ze elkaar snel en verantwoord bereiken en informatie uitwisselen.

Ook de digitale gegevensuitwisseling vergt extra stappen. De aanmelding bij een eerstelijnspraktijk verloopt via DigiH, het systeem van Chronisch Zorgnet. De aanvullende medische informatie stuurt Capri apart via beveiligde e-mail. ‘Dat is relatief bewerkelijk,’ erkent Bosboom. ‘Een directe koppeling tussen ons EPD en dat van de eerstelijn zou ideaal zijn, maar is voorlopig nog toekomstmuziek. Tot die tijd nemen we het extra werk voor lief.’

De eerste resultaten geven vertrouwen voor verdere groei. In Den Haag sluiten binnenkort waarschijnlijk nog drie eerstelijnspraktijken aan, waarmee het totaal op dertien komt. ‘We houden de ontwikkelingen goed in de g*ten. Zoals het er nu uitziet, is de kans groot dat we ook in andere regio’s gaan uitbreiden.’

Daarnaast werkt Capri aan de ontwikkeling van een digitaal platform om leefstijladviezen eenvoudiger en gerichter met deelnemers te kunnen delen. ‘We blijven bouwen aan toegankelijke, flexibele en toekomstgerichte hartrevalidatie.’

Bestuurder, neuroloog en somnoloog Lonneke de Lau (Reade Amsterdam) vraagt zich in haar tweede blog voor Revalidatie Mag...
09/12/2025

Bestuurder, neuroloog en somnoloog Lonneke de Lau (Reade Amsterdam) vraagt zich in haar tweede blog voor Revalidatie Magazine af: “Hoe zorgen we dat professionals goed in contact blijven met elkaar en met de cliënt in een samenleving die in toenemende mate individualiseert en in tijden van digitalisering, AI en zorg op afstand?”
----------------------------
‘Mam de kraan is kapot en nu moet ik een loodgieter bellen maar ik weet niet wat ik dan moet zeggen’ Een app van mijn studerende en op kamers wonende dochter. (Zonder interpunctie, want een bericht met komma’s en punten is iets voor oude mensen). Ik: ‘Nou gewoon: ik wil graag een afspraak maken vanwege een kapotte kraan’. Zij: ‘Maar dat is eng’.

Ze is niet de enige die het spannend vindt om een telefoontje te plegen: bel-angst blijkt met name onder jongeren veel voor te komen. Volgens een onderzoek van NPO1 zou zelfs 46% van de Nederlanders tussen de 16 en 34 jaar er last van hebben, vooral als het gaat om bellen met bedrijven of instanties. Experts vermoeden dat de oorzaak van die bel-angst ligt in het onvoldoende vertrouwd zijn met synchrone communicatie. En dat heeft weer te maken met hoe we tegenwoordig onze contacten onderhouden. Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat de frequentie waarmee Nederlanders contact hebben met vrienden en familie de afgelopen jaren weliswaar gelijk gebleven is, maar dat de manier waarop ze dat doen wel is veranderd. Contact vindt vaker asynchroon plaats - via mail, app of social media - en minder middels persoonlijke ontmoetingen. Zo’n persoonlijke ontmoeting voelt, net zoals een telefoongesprek, voor steeds meer mensen spannend. Je kunt het bericht van de ander namelijk niet eerst nog eens rustig nalezen en uitgebreid nadenken over een mooie formulering voordat je daadwerkelijk reageert.

Het aantal persoonlijke ontmoetingen neemt ook binnenshuis af. Volgens het CBS is de gemiddelde grootte van een Nederlands huishouden tussen 1965 en 2025 afgenomen van 3,45 naar 2,10 personen. Het aantal eenpersoonshuishoudens is op dit moment groter dan ooit; begin 2025 woonden 3,4 miljoen Nederlanders alleen. En hoewel alleen niet per definitie gelijk staat aan eenzaam, lijkt eenzaamheid wel aan een opmars bezig. Volgens de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024 voelt maar liefst 46.2 procent van de bevolking zich eenzaam, voor sommige media reden genoeg om te spreken van een eenzaamheidsepidemie. Tel daarbij op dat de termen individualisering en polarisatie steeds vaker vallen. Net zoals verwijzingen naar bubbels en naar een kloof tussen jong en oud, arm en rijk, stad en platteland of praktisch en theoretisch opgeleid. Je ontkomt bijna niet aan de indruk dat we een probleem hebben op het gebied van cohesie en verbinding. En dat is zorgwekkend, want verbinding is een basisbehoefte van de mens en sociale relaties zijn een belangrijke determinant van welbevinden.

Ook in de revalidatiesector zijn verbinding en relaties van wezenlijk belang. Interdisciplinair werken is de essentie van wat we doen; onze kracht zit in de samenwerking tussen verschillende professies. Dat samenwerken doen we niet alleen bínnen maar ook tussen organisaties. Revalidatiecentra en -afdelingen vervullen bij uitstek een verbindende rol in de regio. Ze vormen de brug tussen ziekenhuis en thuis, tussen ziekenhuis en eerste lijn, tussen ziekenhuis en verpleeg- en verzorgingshuizen.

In landelijke akkoorden als het IZA en nu ook het AZWA wordt gehamerd op het belang van regionale samenwerking om de zorg in de toekomst toegankelijk en betaalbaar te houden. Alle zorgorganisaties moeten nu gaan doen wat voor ons als revalidatie al jaren vanzelfsprekend is. Voor ons ligt de uitdaging in hoe we die vanzelfsprekendheid vast kunnen houden. Hoe zorgen we dat professionals goed in contact blijven met elkaar en met de cliënt in een samenleving die in toenemende mate individualiseert en in tijden van digitalisering, AI en zorg op afstand? Hoe behouden we die verbindende rol in de regio en hoe blijven we goed samenwerken ondanks de snel toenemende mismatch tussen zorgvraag en beschikbare capaciteit die noopt tot scherpe keuzes? Want samenwerken is leuk en het levert veel op, maar het kost ook tijd en inzet.

Het is vast ouderwets, maar wat mij betreft ligt een deel van het antwoord in een dosis synchroon contact op zijn tijd. In multidisciplinair overleg, teamoverleg, netwerkbijeenkomsten en andere persoonlijke ontmoetingen. Daarom was ik ook heel blij met de intervisiebijeenkomst die Revalidatie Nederland onlangs organiseerde voor nieuwe bestuurders in de sector. Samen in gesprek en ervaringen en indrukken uitwisselen. Laten we elkaar vooral blijven opzoeken en als nodig de telefoon pakken. Want even bellen is doorgaans echt niet zo eng. Dat heeft mijn dochter inmiddels ook ontdekt; de kraan werkt weer prima.

Gister was het Nationale Vrijwilligersdag, of Dag van de Vrijwilliger. In de zorg spelen vrijwilligers een ontzettend be...
08/12/2025

Gister was het Nationale Vrijwilligersdag, of Dag van de Vrijwilliger. In de zorg spelen vrijwilligers een ontzettend belangrijke rol, zoals de collega's van Merem Medische Revalidatie gister uitdrukten in dit bericht. 👇

Bij Merem Medische Revalidatie gebeurt er iedere dag iets bijzonders. Niet alleen bij de behandeling van onze patiënten om ze te helpen naar een leven met meer mogelijkheden, maar juist ook in de momenten ertussenin. Een gastvrouw die een patiënt geruststelt met een kop koffie, een duo-fietsvrijwilliger die iemand weer even een stukje vrijheid laat voelen met de wind door de haren of een tuinvrijwilliger die zorgt dat het groen op onze locatie in Hilversum er verzorgd bij staat. Deze vrijwilligers verdienen altijd een groot podium, maar vandaag in het bijzonder! Lieve vrijwilligers van Merem: jullie aandacht, tijd en inzet is GOUD waard. ❤️Dank jullie wel❤️

Adres

Oudlaan 4
Utrecht

Openingstijden

Maandag 08:30 - 17:00
Dinsdag 08:30 - 17:00
Woensdag 08:30 - 17:00
Donderdag 08:30 - 17:00
Vrijdag 08:30 - 17:00

Telefoon

+31302739384

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Revalidatie Nederland nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Praktijk

Stuur een bericht naar Revalidatie Nederland:

Delen

Share on Facebook Share on Twitter Share on LinkedIn
Share on Pinterest Share on Reddit Share via Email
Share on WhatsApp Share on Instagram Share on Telegram