09/03/2026
Wat doet jou lokale partij?
Waarom vraagt de kieswijzer niet naar ons eten?
Ik vulde laatst een kieswijzer in voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Zoals altijd een lange lijst met stellingen. Over woningbouw, parkeren, vluchtelingen en veiligheid. Allemaal onderwerpen waar gemeenten inderdaad iets over te zeggen hebben. Maar géén vraag over hoe ons voedsel wordt geproduceerd. Niets over wat dat betekent voor natuur en gezondheid. Niets over hoe we omgaan met bestrijdingsmiddelen. Alsof het onderwerp eenvoudigweg niet bestaat.
Dat is opmerkelijk. Want gemeenten gaan wel degelijk over het landschap waarin voedsel wordt geproduceerd. Ze beslissen over pachtvoorwaarden, over het gebruik van landbouwgrond, over de inrichting van het buitengebied en over ruimte voor initiatieven zoals voedselbossen en lokale voedselprojecten. En toch komt voeding vrijwel nooit terug in de politieke discussie. Zelfs in kieswijzers blijft het stil.
Dat is vreemd, want juist rond voedsel en landbouw spelen grote vragen. Bijvoorbeeld over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. In diverse publicaties van de afgelopen jaren wordt steeds duidelijker dat blootstelling aan pesticiden mogelijk gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.
Het RIVM-rapport Bestrijdingsmiddelen en omwonenden liet bijvoorbeeld zien dat resten van pesticiden worden teruggevonden in lucht, huisstof en zelfs in urine van mensen die in landbouwgebieden wonen. De concentraties blijven meestal onder de wettelijke normen, maar onderzoekers geven aan dat langetermijneffecten nog onvoldoende bekend zijn.
Ook op Europees niveau blijkt hoe alomtegenwoordig deze middelen zijn. De Europese voedselautoriteit EFSA rapporteert jaarlijks dat residuen van pesticiden regelmatig worden aangetroffen in voedselmonsters binnen Europa. Dat gebeurt binnen de toegestane grenzen, maar het bevestigt wel hoe wijdverbreid deze middelen in ons voedselsysteem zijn.
De echte vraag is dus niet alleen of pesticiden veilig genoeg zijn volgens de regels. De vraag is waarom we ze zo nodig hebben. Het antwoord is eenvoudig. Ze maken landbouw voorspelbaar en efficiënt. Onkruid wordt snel bestreden, plagen worden onder controle gehouden en opbrengsten per hectare blijven hoog.
Zonder pesticiden verandert die rekensom. Boeren krijgen te maken met meer arbeid, meer onzekerheid en vaak ook een lagere opbrengst per hectare. Dat is precies de reden dat het huidige landbouwsysteem er zo afhankelijk van is geworden. Wie echt minder bestrijdingsmiddelen wil, moet dus verder kijken dan alleen het middel zelf. Het gaat over het hele landbouwmodel.
Dat betekent dat we drie dingen onder ogen moeten zien:
• mogelijk lagere opbrengst per hectare
• een andere manier van telen
• een andere manier van consumeren
Andere teeltsystemen bestaan al. Agro-ecologie, strokenteelt, regeneratieve landbouw en voedselbossen laten zien dat landbouw ook kan functioneren met biodiversiteit, bodemleven en meerjarige gewassen. Die systemen zijn vaak complexer, maar ook veerkrachtiger. Diversiteit maakt het systeem minder kwetsbaar voor plagen en ziekten.
Voedselbossen laten dat misschien wel het duidelijkst zien. In plaats van één gewas op een kale akker ontstaat een gelaagd ecosysteem van bomen, struiken, kruiden en bodemplanten. Voedselproductie en natuur versterken elkaar. Dat betekent niet dat voedselbossen morgen alle landbouw vervangen, maar ze laten wel zien dat er andere richtingen mogelijk zijn. Een richting waarin landbouw samenwerkt met de natuur in plaats van haar voortdurend te corrigeren met chemie.
En daarmee komen we weer terug bij de lokale verkiezingen. Zolang voedsel geen onderwerp is in kieswijzers, blijft het ook buiten het politieke gesprek. Misschien moeten we daarom zelf beginnen met de vragen. Wat wil jouw partij doen met landbouwgrond van de gemeente? Krijgen voedselbossen en agro-ecologische initiatieven ruimte? Hoe kijkt de partij naar het gebruik van bestrijdingsmiddelen in het landschap rondom onze dorpen en steden?
Als een partij daar geen antwoord op heeft, zegt dat misschien meer dan een hele kieswijzer. En misschien hoort voeding, gezondheid en landbouw dan eindelijk thuis waar het hoort: in het hart van de lokale politiek.