21/05/2026
Een systematische review en meta-analyse uit 2019, gepubliceerd in het BMJ, analyseerde 47 gerandomiseerde gecontroleerde trials met meer dan 9.000 deelnemers. De conclusie was dat spinal manipulative therapy (chiropractische wervelkolombehandeling) bij chronische lage rugpijn vergelijkbare resultaten oplevert als de gangbare conventionele behandelingen, met een matige kwaliteit van bewijs.
Veel routinematig uitgevoerde medische ingrepen hebben vaak:
* minder gerandomiseerde onderzoeken,
* zwakkere wetenschappelijke onderbouwing,
* of beperkte placebo-gecontroleerde data,
maar worden desondanks wijdverbreid geaccepteerd en vergoed.
Voorbeelden die regelmatig in de medische literatuur worden besproken zijn onder andere:
* arthroscopische knieoperaties bij degeneratieve
meniscusproblemen,
* bepaalde spinale fusie-operaties bij aspecifieke lage rugpijn,
* langdurig voorschrijven van opioïden bij chronische pijn,
* bepaalde schouderdecompressie-operaties,
* en sommige veel voorgeschreven medicijnen die off-label worden
gebruikt.
Wanneer we kijken naar de bredere literatuur en klinische richtlijnen over lage rugpijn, komen enkele belangrijke punten naar voren:
* NSAID’s geven vaak slechts bescheiden kortdurende verlichting
en brengen bij langdurig gebruik risico’s met zich mee voor
maag-darmstelsel, nieren en hart- en bloedvaten.
* Opioïden worden steeds meer afgeraden bij chronische lage
rugpijn, omdat de voordelen beperkt zijn en de risico’s op
verslaving en overdosering aanzienlijk.
* Spierverslappers en ruginjecties tonen vaak wisselende of slechts
tijdelijke effecten bij chronische aspecifieke lage rugpijn.
* Chirurgie wordt over het algemeen alleen aanbevolen bij
specifieke indicaties (zoals ernstige zenuwbeknelling, instabiliteit
of progressieve neurologische uitval), niet bij de meeste gevallen
van aspecifieke chronische lage rugpijn.
Daarom bevelen veel moderne richtlijnen steeds vaker het volgende aan:
Eerst conservatieve zorg, zoals:
* oefentherapie,
* fysiotherapie,
* chiropractie (spinale manipulatie),
* activiteitsaanpassing,
* en patiëntenvoorlichting.
Voor veel patiënten met ongecompliceerde chronische mechanische lage rugpijn presteert spinal manipulative therapy (SMT) vergelijkbaar met de gangbare medische conservatieve zorg — vaak met een lager risico en lagere kosten dan langdurig medicijngebruik of invasieve ingrepen.
Conclusie uit de literatuur:
Spinale manipulatie is voor veel patiënten met chronische lage rugpijn een redelijke eerstelijns conservatieve optie.
Ook bij acute lage rugpijn is de evidentie voor spinale manipulatie behoorlijk sterk, met name voor kortdurende pijnvermindering en verbetering van mobiliteit en functioneren. Verschillende grote klinische richtlijnen bevelen spinale manipulatie nu aan als een van de conservatieve eerstelijnsbehandelingen bij acute lage rugpijn.