02/04/2026
Stel je voor dat verdriet leeft aan een oeverkant van de rivier. Dat noemen we dan de verliesoever. Daar voel je het gemis. Je denkt aan degene die je verloor, je mist hem of haar. Misschien huil je soms. Of je voelt een leeg plekje, alsof er iets weg is. Dat is heel normaal en dat mag gewoon.
Aan de andere kant van de rivier is de hersteloever. Daar ga je gewoon door met je leven. Je speelt, je lacht, je gaat naar school of naar je werk. Dat betekent niet dat je degene die je verloor vergeet.
Helemaal niet. Het betekent alleen dat je even op adem komt en weer energie opdoet.
Bij rouw ga je steeds heen en weer tussen die twee oevers. Soms sta je aan de kant van het verdriet. Soms sta je aan de kant van het gewone leven.
Allebei is goed.
Allebei is nodig. Want als je alleen maar aan de verliesoever zou blijven, word je heel moe. Maar als je nooit naar de verliesoever zou gaan, blijft je verdriet ergens vastzitten.
Je hoeft niet de hele tijd verdrietig te zijn. En als je wél verdrietig bent, mag dat ook gewoon.
Degene die je zo mist blijft altijd bij je. In je herinneringen, in de dingen die je van hem if haar leerde, in de momenten die je samen had.